Naar de content

Fossielen vertellen het verhaal van een groene mammoetsteppe

Atelier Olschinsky MAMUZ

In Amsterdam is tot maart 2015 een expositie te zien over de grote zoogdieren die tijdens de ijstijden het noordelijk halfrond bevolkten. Een combinatie van echte fossielen, replica’s en artificiële modellen, die je soms kippenvel bezorgen. Geen nieuwe snufjes zoals 3D of landschapsreconstructies, zodat er vooral veel te fantaseren overblijft over het grote verhaal van de mammoetsteppe en zijn belangrijkste icoon: de wolharige mammoet.

16 december 2014

Op de grote ijstijdexpositie in Amsterdam EXPO aan de Zuidas staan we meteen oog in oog met een immense mammoetschedel. Het haar moet je er zelf bij bedenken want deze mammoetsoort was niet kaal, zoals hun verwanten, de nu levende Afrikaanse en Aziatische olifant. De wolharige mammoet was een langharig slurfdier met lokken van wel meer dan een meter. Samen met zijn tijdgenoten, zoals de wolharige neushoorn, steppewisent, paard, reuzenhert, grottenbeer (of holenbeer) en roofdieren als hyena en leeuw, leefden ze op de ‘mammoetsteppe’. Het moet een groene vlakte geweest zijn, gedomineerd door grassen en kruiden, met hier een daar een poolwilg en dwergberkjes.

Poolvlakte zonder sneeuw en ijs

Ook leefden er talloze kleinere dieren zoals hazen, maar ook vogels, zoals de op deze ijstijdexpositie getoonde en op een pinguïn lijkende reuzenalk. Maar het is de wolharige mammoet die het mede dankzij zijn levensgrote fossielen heeft gebracht tot het icoon van de ijstijd.

Toch zou je evengoed de steppewisent tot symbool kunnen verheffen van deze koude periode, die ook in ons land hier en daar nog goed in het landschap te herkennen is. Talrijke kuddes van deze voorouder van de bizon begraasden de winderige poolsteppe, die overigens ten onrechte in populaire afbeeldingen vaak bedekt met sneeuw en ijs wordt weergegeven. In een sneeuwlandschap zouden deze grote grazers immers onvoldoende voedsel hebben gevonden. Het dagelijks benodigde portie van de grote plantenetende zoogdieren bedroeg een kleine 200 kilo.

Europese primeur

Een van de topstukken op de reizende tentoonstelling Giants of the Ice Age is een volledig en uit echte fossiele skeletdelen opgebouwd mammoetskelet, waarvan 85 % van één en hetzelfde individu. Het is een wolharige mammoet gevonden in de permafrost van het West-Siberische Tjoemen. Het zou hier gaan om een Europese primeur omdat niet eerder een volledig skelet van deze soort getoond werd aan het Europese publiek.

De kleinere stukken in de vele vitrines zijn gevuld met afwisselend oorspronkelijke vondsten, zoals een fossiele hyenakeutel en nagebootste fossielen en tienduizenden jaar oude beeldjes. Alle getoonde stukken zijn afkomstig van drie musea: Naturalis in Leiden, het Neanderthal Museum in het Duitse Mettmann (vlakbij Düsseldorf) en het Italiaanse Museo Civico di Storia Naturale di Jesolo in Venetië.

Angstaanjagende hyena

Ook zijn er nagebouwde ‘modellen’ te zien van de ijstijdbewoners, behalve mammoeten ook de roofdieren van de poolvlakte zoals grottenleeuw en sabeltandtijger, en onze ‘neven’ en ijstijdspecialisten, de Neanderthalers. Je ziet deze oermens oog in oog staan met een grottenbeer. Maar vooral de hyena (Pachycrocuta) is angstaanjagend; het is een van de grootste hyena’s ooit die een half miljoen jaar geleden uitstierf, nadat zijn prooidieren het loodje hadden gelegd. De oermens moet wel een held geweest zijn om zich tegen deze roofdieren te kunnen beschermen.

Over rondsluipende roofdieren rond een kampement, zoals hyena’s maar ook leeuwen, kan Dick Mol meepraten. Op een ijskoude ochtend in december hield hij het eerste EXPO-college; in het nieuwe jaar volgen nog twee lezingen. Want wie kan je beter vragen het verhaal van de mammoetsteppe te vertellen dan amateurpaleontoloog Mol, die bij vele opgravingen van mammoeten betrokken is geweest, zoals in Siberië. Ook de op Texel in Ecomare opgestelde wolharige neushoorn is door hem gecreëerd, samen met paleokunstenaar Remie Bakker, met wie hij al jaren samenwerkt. De lezingen van Mol zijn een goede actie van de organisatie van Giants of the Ice Age om wat meer (wetenschappelijke) diepgang en achtergronden te geven aan deze expositie.

Dick Mol op mammoetjacht in Namibië

Remie Bakker

Oermammoet in Namibië

Afgelopen zomer zocht Mol met een klein team, op de voet gevolgd door een televisieploeg van de Duitse ZDF, naar een ‘oermammoet’ op de bodem van een zoutmeer in Namibië. Twee goed bewapende rangers moesten voor de veiligheid van de groep zorgdragen omdat het kamp ’s nachts door wilde dieren werd bezocht. Tien dagen lang groef het team, waar ook de Franse paleontoloog Martin Pickford deel van uitmaakte, nabij de Ekuma Rivier de botten op van de oervader van de mammoet, de Mammuthus subplanifrons, ook wel de ‘oermammoet’ genoemd. Deze soort moet miljoenen jaren geleden in het zuiden en oosten van Afrika geleefd hebben en is als gevolg van een veranderend klimaat naar het noorden gemigreerd.

Het exemplaar dat Mol opgroef werd door een meereizende Franse geoloog en collega van Pickford aan de hand van nabij gelegen fossielen van een reebok gedateerd op vier miljoen jaar. Mol concludeert dat het een loofeter geweest moet zijn vanwege de ‘laagkronige’ kies (een lage kroon duidt op een dieet van zacht loof omdat de kiezen hierdoor nauwelijks slijten). Is het oor van de wolharige mammoet maar zo’n 30 cm lang, dat van de veel oudere oermammoet zal veel groter zijn geweest, misschien wel rond de anderhalve meter zoals ook de moderne Afrikaanse olifant, omdat hij in een warmer klimaat leefde.

Out of Africa

“Ook voor de voorvader van de mammoet geldt, net als voort Homo sapiens, een ‘out of Africa’ theorie”, vertelt Mol. “De migratie van het mammoetengeslacht, die verliep via het huidige Georgië, moet je niet zien als de migratie van een enkel dier, maar als de migratie van een hele fauna. Een soort migreert of gaat meestal ten onder met de hele fauna waarvan hij deel uitmaakt.”

In zijn ‘fossielloze’ bestaan werkt Mol voor Schiphol aan de preventie van illegale handel in diersoorten en afgeleide producten, zoals ivoor. Het ivoor van de door hem zo geliefde wolharige mammoet was voor de vroege mens van grote waarde. Hij maakte er gereedschap van, zoals vissenhaken en naalden, en ook beeldjes. De slagtanden waren afkomstig van bejaagde stieren of mannetjes die een natuurlijke dood waren gestorven.

Noordzeebodem rijk aan ijstijdfossielen

Voor Mol is het zoeken naar fossielen van ijstijddieren, met een duidelijke voorkeur voor de grote soorten, een uit de hand gelopen hobby. Inmiddels publiceert hij ook in wetenschappelijke tijdschriften en is hij een veel gevraagd spreker. In Siberië zoekt hij de botten in de permafrost, in Nederland zoekt hij ze op de Noordzeebodem. Met een ‘fossielenspreekuur’ op de Tweede Maasvlakte blijft hij tegelijkertijd op de hoogte van de kleinere fossieltjes die hier door fossielenzoekers worden opgeraapt, en tussen de mazen van het net van de Noordzeevissers doorglippen.

Nergens ter wereld worden er (ook nu) zoveel mammoetfossielen gevonden als in ons land, vooral op de Noordzeebodem, zowel door vissers als door gespecialiseerde bedrijven. Er wordt ook veel geld verdiend met deze metersgrote beenderen en skeletten. Ze worden verhuurd voor tentoonstellingen, en daarbij gaat het niet om kleine bedragen, weet Mol. Zo verdient bijvoorbeeld de Russische staat veel geld met het uitlenen van fossiele mammoeten uit de permafrost.

Aandoenlijke babymammoeten

Wereldberoemd – en nu ook in Amsterdam te zien – zijn de babymammoeten die uit de Siberische permafrost afkomstig zijn. Duizenden jaren hebben ze er gelegen, bevroren en dankzij de kou extreem goed geconserveerd. In EXPO zijn twee baby’s tentoongesteld, replica’s weliswaar maar toch indrukwekkend. Baby Lyuba was een maand oud toen ze stierf in de modder bij het oversteken van een rivier; baby Dima (een afkorting voor Dimitri) was een half jaar toen hij in een gat viel. De huid van de in 1977 gevonden Dima is leerachtig, de huid van Lyuba is lichtbruin behaard. Mol zal in een volgend EXPO college ingaan op de maaginhoud van deze kuddedieren, waardoor veel bekend is geworden van hun levensstijl.

Babymammoet Lyuba

Atelier Olschinsky MAMUZ

Tot leven wekken is “onzin”

Wetenschappers hebben zich ook gestort op het DNA van de wolharige mammoet, dat nu grotendeels bekend is en is geïsoleerd uit (mitochondriaal, via de moederlijn overgedragen) erfelijk materiaal. Er is zelfs sprake van het terugkruisen van het DNA om de wolharige mammoet weer tot leven te wekken. Onzin, vindt Mol. “Ze zijn uitgestorven omdat hun biotoop is verdwenen. Met de steppe verdween ook dit dier en die steppe is voorgoed verdwenen. Waar zou je de nieuwe opgekweekte mammoeten nu moeten laten leven? In een ijstijdpretpark?”

Gezellige familietentoonstelling

Echt nieuwe inzichten worden in deze tentoonstelling niet uitgedragen. Het blijft een gezellige familietentoonstelling, kindvriendelijk, maar beperkt tot fossielen, replica’s, voorwerpen en modellen. Jammer is dat de lange periode van het Pleistoceen, met daarin afwisselend de koude ijstijden en kortere tussenijstijden, niet in kleine stukken uiteen is gerafeld. Nu lijkt het erop dat alle dieren tijdgenoten waren, wat natuurlijk niet het geval is geweest. Ook de geografische ligging en flora van de poolsteppe binnen het gehele noordelijk halfrond en Europa, en Nederland in het bijzonder, in de loop van de geologische tijd zou beter uitgelegd kunnen worden. Hopelijk kunnen we dat nog eens in een vervolg verwachten!

Model van een wolharige mammoet

Atelier Olschinsky MAMUZ

Op 20 december vertelt de moderne ‘mammoetjager’ Dick Mol zijn verhaal voor kinderen. De volgende twee EXPO-colleges over de ijstijden vinden plaats op zondag 10 en 31 januari 2015.

Bronnen en meer lezen/bekijken

ReactiesReageer