Je leest:

Even nadenken voor het ploegen

Even nadenken voor het ploegen

Steeds meer boeren en moestuinhouders besluiten hun grond niet automatisch om te werken

Auteur: | 28 april 2015

Moet je de tuin of je land nu omspitten of niet? Steeds meer particuliere moestuinders en boeren doen dit niet meer. Dat scheelt zwaar werk en het bodemleven blijft intact. Maar schimmels en onkruid kunnen wel makkelijker de kop opsteken. “Werk de grond alleen om als het echt nodig is”, is de boodschap van de Belgische agro-ecoloog Johan Six.

“Ik ploeg helemaal niet meer”, vertelt Wridzer Bakker. Samen met zijn zoon verbouwt hij bloemkool, knolselderij, aardappelen, haver en tarwe in het Friese dorp Munnekezijl. Tot tien jaar geleden ploegde Bakker de gewasresten elk jaar diep om. Zo kreeg hij weer een schoon en luchtig zaaibed. Maar het ploegen bleek ook nadelig te zijn voor het bodemleven. Daarom experimenteert hij al vanaf 2004 door een steeds groter stuk land niet meer te ploegen. “We zien nu meer regenwormen, de gewassen wortelen beter, de grond is ruller en de opbrengst is ook nog hoger.”

Promotiefilm die laat zien hoe boer Wridzer Bakker zijn gewassen verbouwt zonder te ploegen.

Conservation agriculture

Bakker behoort tot een groeiende groep boeren in de wereld die niet langer elk jaar de gewasresten helemaal onderploegt. Wereldwijd wordt nu op bijna tien procent van alle landbouwgrond niet meer geploegd. Op de uitgestrekte velden met gentechsoja in Brazilië ploegt tachtig procent van de boeren niet meer; in de Australische tarweteelt is het al negentig procent. Ze laten de gewasresten gewoon op het land liggen, waarna ze de nieuwe gewassen tussen de resten in zaaien.

In Malawi ploegen de meeste kleine boeren na de oogst hun maisveldjes wel om, vaak met behulp van een os. Ook op de meeste Nederlandse akkers wordt, met zware machines, nog steeds diep geploegd. Maar ook in Europa en Afrika is dat aan het veranderen. Mede doordat veel landbouwkundigen nu conservation agriculture (C.A.) promoten, een vorm van bodemvriendelijker landbouw waar ook de Voedselorganisatie van de Verenigde Naties, de FAO, voorstander van is. Behalve niet meer ploegen houdt C.A. in dat boeren vaker van gewas wisselen en zij plantaardig afval op het land laten liggen.

Boer Mufuka (links) demonstreert een zaaimachine voor onbewerkte grond in Zimbabwe.

Stofwolken

Er zijn verschillende redenen om het ploegen te staken. Zo zou dieper dan 20 cm ploegen of spitten – wat veel boeren en tuinders doen – schadelijk zijn voor het bodemleven. Hierdoor komen er minder voedingsstoffen voor de plant beschikbaar en is meer bemesting nodig. Ploegen zou ook tot versnelde erosie leiden. Zo hadden sommige Amerikaanse steden vorige eeuw veel last van stofwolken afkomstig van de naburige soja- en maisakkers, die toen nog werden geploegd. Ook in zuidelijk Afrika kampen veel akkers op hellingen met erosie. Na het ploegen, wanneer de akkers kaal zijn, krijgen wind en regen vat op het kale land en spoelt of waait de bodemlaag gemakkelijk weg.

Maar gewasresten op het land laten liggen, heeft ook nadelen. Op vochtige plantenresten gedijen schimmels goed, wat schimmelziektes in de hand werkt. Onkruid dat niet afsterft in de bodem kan het volgend seizoen weer hoog opschieten. Het onkruid moet dan met bestrijdingsmiddelen aangepakt worden. Handmatige onkruidbestrijding is arbeidsintensief en is een taak die in Afrika traditioneel op vrouwen neerkomt, terwijl ploegen een typische mannentaak is.

“Je moet het niet meer ploegen niet overdrijven”, zegt de Belgische agro-ecoloog Johan Six, vorige week in Nederland op bezoek voor een congres over landbouw en bodem. “Het is goed als boeren de grond minder gaan bewerken dan ze nu doen. Maar ze moeten niet denken dat zonder ploegen de regenwormen het werk wel zullen doen. Soms is diep ploegen wel nodig.”

Vergelijkende studie

Al achttien jaar bestudeert Six, als hoogleraar werkzaam aan de Federale Technische Hogeschool Zürich, de effecten van ploegen wereldwijd. Hij is medeauteur van de grootste vergelijkende studie in de landbouwwetenschappen tot nu toe, die 15 januari jl. verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. In deze studie vergeleken Chinese, Amerikaanse en Zwitserse onderzoekers de opbrengsten op bijna vijfduizend geploegde en ongeploegde akkers met 48 gewassen in 63 landen.

Uit die studie bleek dat niet ploegen vooral gunstig is voor droge, niet-geïrrigeerde akkers. Maar dan alleen als boeren ook op andere manieren de bodem verbeteren. Ze moeten de gewasresten hakselen en over het land verspreiden, goed bemesten en gewassen vaak afwisselen. Als ze dat allemaal doen, is de opbrengst zeven procent hoger dan wanneer ze ploegen. Waarschijnlijk is dat te danken aan het feit dat bedekt land beter water vasthoudt. Als boeren in droge gebieden alleen met ploegen stoppen zonder de andere bodemverbeterende maatregelen toe te passen is de opbrengst elf procent minder. Helaas gebeurt dit nogal eens, bij gebrek aan geld, tijd of kennis.

Centra van conservation agriculture (C.A.). In Brazilië, Canada, de VS en Argentinië is niet ploegen het populairst. Groen: 100.000 tot 1 miljoen C.A.-boeren; donkerroze: meer dan 1 miljoen CA-boeren; lichtroze staven: aantal hectare (x miljoen) volgens de praktijk van C.A.

Besparen op brandstoffen

Voor natte gebieden waren de resultaten van niet meer ploegen het meest teleurstellend. Zo daalde de gemiddelde opbrengst in Finse tarweteelten en in Poolse maisteelten met gemiddeld tien procent, zelfs als de boeren wel de andere bodemverbeterende maatregelen namen. Dat kwam vooral door schimmelziektes. Ook de ongeploegde gentech-sojavelden in Latijns-Amerika en de VS deden het qua opbrengst soms minder goed dan de geploegde.

Toch claimen de auteurs van het artikel zeker niet om maar elk jaar te blijven ploegen. Six: “Niet ploegen voorkomt vaak wel erosie. Op de lange termijn is erosie niet goed voor de opbrengst. Daarnaast wordt op grote akkers vaak zoveel op fossiele brandstoffen bespaard dat boeren vijf of tien procent opbrengstverlies wel voor lief nemen”.

Een ‘ecoploeg’ gaat maximaal vijftien centimeter diep. Hij werkt gewasresten wel om maar een groot deel van het bodemleven blijft intact.
Stichting Biowetenschappen en Maatschappij

Ecoploegen

Six – wars van dogma’s – wil geen algemene adviezen geven. Aardappelen, mais, tomaten, rijst, warm, koud, klei, zand; elke combinatie van gewas, grondsoort en klimaat vraagt om een eigen pakket maatregelen. “Boeren moeten goed afwegen wat de beste grondbewerking is, waarbij ze zo min mogelijk de grond verstoren.”

Landbouwkundige Wijnand Sukkel van Wageningen UR is het met Six eens. “Je kunt niet bij voorbaat zeggen dat er niet geploegd mag worden. Maar boeren moeten ook niet vanzelfsprekend elk jaar diep ploegen.” Zijn instituut onderzoekt hoe niet ploegen uitpakt bij Nederlandse akkerbouwers. Sommigen van hen proberen ook ondiep te ploegen. Er zijn inmiddels ecoploegen in de handel die tot maximaal vijftien centimeter diep gaan. In dat geval worden de gewasresten wel omgewerkt maar blijft ook een deel van het bodemleven intact.

Japanse haver

Boer Wridzer Bakker kan zich voorstellen dat het soms een uitkomst is om de bodem helemaal om te keren, bijvoorbeeld als deze veel onkruid en schimmels bevat. Zelf denkt hij de ploeg voorlopig niet nodig te hebben. Zijn bedrijf verbouwt afwisselend vele gewassen zoals diverse klaversoorten, Japanse haver en knolselderij. Ziektes en onkruid krijgen daardoor minder kans dan in monoculturen. Bakker heeft machines die op vaste rijpaden zijn ingesteld, waardoor op de zaaibedden het bodemleven niet wordt verstoord. Ook deze Friese boer is niet bij voorbaat tegen ploegen, maar hij is blij met zijn eigen besluit om ermee te stoppen. Dat heeft hem veel geleerd over de bodem en de gewassen. “We zijn betere boeren geworden.”

Moestuin ondiep spitten

In het voorjaar zie je veel moestuinhouders weer flink spitten. Sommigen huren zelfs een motorploeg. Maar op Facebookpagina’s en websites van moestuinders staan veel nadelen vermeld. Zo zou spitten onkruidzaden verspreiden, je rug belasten, veel torretjes en spinnetjes het leven kosten en ertoe leiden dat de hele vruchtbare laag met verteerd plantenmateriaal onderop komt te liggen. Ook in moestuinen wint het niet-de-grond-omploegen daarom terrein.

“Eigenlijk gelden voor boeren en moestuinhouders dezelfde afwegingen”, zegt Sukkel, die zelf een moestuin in Tsjechië heeft en daar alleen maar schoffelt. “Dieper spitten dan vijftien centimeter is vaak niet nodig. Maar vooral op onbewerkte zandgrond kan het onkruid enorm gaan woekeren. Dan kan het toch wel eens handig zijn om de grond wel helemaal om te werken.”

Bekend bepleiter van niet meer spitten is de Engelse tuinjournalist Charles Dowding. Deze Engelstalige video maakt duidelijk dat hij veel moest experimenteren met zelfgemaakte composten en gewasresten voor een goed resultaat. Dat zal niet elke tuinder ervoor over hebben.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 april 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.