Naar de content

'Erkenning van onze taal betekent voor ons volledig burgerschap'

Waarom laat officiële erkenning van de Nederlandse Gebarentaal zo lang op zich wachten?

Drie gebalde vuisten.
Drie gebalde vuisten.
Pxhere via CC0

Zaterdag 29 september is het Werelddovendag. Een mooi moment om eens stil te staan bij de uitblijvende erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT). Terwijl de meeste Europese gebarentalen – waaronder de Vlaamse – al lang en breed erkend zijn, blijft een Nederlands wetsvoorstel maar hangen in de Tweede Kamer. Wetenschappers zijn het erover eens dat erkenning belangrijk is voor het welzijn van doven. Waar wachten we nog op?

27 september 2018

‘Wordt gebarentaal binnenkort officieel?’ kopte NRC op maandag 3 oktober 2016 hoopvol. Eerder die dag dienden Tweede Kamerleden Roelof van Laar (PvdA) en Carla Dik-Faber (CU) een wetsvoorstel in om de Nederlandse Gebarentaal te erkennen als officiële taal. Twee jaar later kunnen we de vraag met terugwerkende kracht beantwoorden: nee. Ondanks een petitie begin dit jaar van Dovenschap, de belangenorganisatie van doven en/of gebarentaligen in Nederland, is de NGT nog altijd niet juridisch erkend.

Carla Dik-Faber (CU) diende in 2016 samen met PvdA’er Roelof van Laar een wetsvoorstel in om de NGT te erkennen.

Lionne Kockelkoren voor Wikimedia via CC BY 3.0

“Inmiddels heeft de Raad van State advies uitgebracht en aan de hand daarvan wordt het wetsvoorstel momenteel aangepast”, vertelt Corrie Tijsseling van Dovenschap. “We wachten nu tot dat aangepaste voorstel wordt ingediend. De ChristenUnie is kartrekker, maar aangezien er steeds andere, urgente zaken voorbijkomen, blijft dit onderwerp liggen. Gelukkig hebben we wel goed contact.” En met een aangepast voorstel zijn we er nog steeds niet, zo blijkt uit de reactie van Dik-Faber, een van de indieners van de wet: “Vervolgens krijgt de Tweede Kamer desgewenst de mogelijkheid om schriftelijk vragen te stellen over het wetsvoorstel. Als die zijn beantwoord, kan het wetsvoorstel behandeld worden in een plenaire vergadering.”

Officiële erkenning zou een einde maken aan de strijd die de Nederlandse dovengemeenschap al decennialang voert. Wereldwijd zijn er zeker 150 verschillende gebarentalen, waarvan er al veel officieel zijn erkend – in welke vorm dan ook – door de lokale overheid. Alleen de NGT wacht dus, als een van de laatste gebarentalen in de Europese Unie, nog altijd op deze status.

Is NGT een echte taal?

Is NGT een echte taal?

Gebarentalen ontstaan op vergelijkbare wijze als gesproken talen. Onderling verschillen gebarentalen dan ook net zoveel van elkaar als gesproken talen. Binnen de NGT zie je bijvoorbeeld ook regionale varianten (dialecten), die zijn ontstaan rondom de dovenscholen in Groningen, Rotterdam, Amsterdam, Voorburg en Sint Michielsgestel. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn gebarentalen niet afgeleid van de taal die in een gebied gesproken wordt. Het zijn natuurlijke talen met een eigen woordenschat en grammatica. De Britse gebarentaal is bijvoorbeeld heel anders dan de Amerikaanse gebarentaal.

Tom Uittenbogert, onderzoeksassistent, NGT-docent en expert dovencultuur aan de Radboud Universiteit, legt uit: “Die grammatica is heel anders dan de grammatica van het gesproken Nederlands. In het gesproken Nederlands is de volgorde van een zin onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp: Jan pakt een boek. In de NGT is de volgorde van een zin onderwerp-lijdend voorwerp-werkwoord: Jan boek pakt. Ook de beweging van de handen in de ruimte voor het lichaam speelt een grote rol in de grammatica van de NGT. Zo krijg het werkwoord ‘geven’ een andere betekenis als je je hand bij het gebaar ‘geven’ van jezelf naar iemand anders beweegt dan wanneer je het gebaar van de ander naar je zelf beweegt. In het eerste geval betekent het ‘Ik geef aan jou’. In het tweede geval betekent het ‘Jij geeft aan mij’.” Zo kun je in de NGT werkwoorden als ‘pakken’ en ‘geven’ dus ook vervoegen naar ruimte.

Symbool voor iets groters

Voor zover Dovenschap weet, zijn er geen politieke bezwaren tegen erkenning, aldus Tijsseling. “Alle partijen vinden het eigenlijk wel een goed idee, al vragen sommige zich af wat het nog toevoegt. Er is immers al veel geregeld voor doven.” Dat klopt, je zou kunnen zeggen dat de NGT impliciet al wel erkend is. In verschillende situaties, waaronder het onderwijs, de rechtszaal en privé (artsbezoek, familiefeest), hebben doven recht op een tolk – al zijn er wel zorgen over de toekomst van deze regelingen vanwege de decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten.

Wat voegt expliciete erkenning dan nog toe, naast bescherming van die voorzieningen? “Trots, gelijkwaardigheid, positief zelfbeeld en vooral: de erkenning dat Nederlandse Gebarentaal een gelijkwaardige taal is, en niet iets wat je doet ‘omdat je niet kunt praten’, of een gebrekkig alternatief”, aldus Tijsseling, die zelf doof is.

Daarmee staat de NGT dus symbool voor iets groters. “Wij beschouwen de NGT als onderdeel van het taalkundig en cultureel erfgoed van dove Nederlanders”, vertelt ze. “Erkenning zou voor ons volledig burgerschap betekenen. Dan horen wij er ook bij, juist door de erkenning van NGT als taal van de culturele minderheid die wij vormen.” Niemand weet precies hoeveel NGT-gebruikers er zijn: de schattingen lopen uiteen van twaalfduizend tot twintigduizend. Dat zijn overigens niet alleen doven, maar ook tolken, familieleden van doven en anderen die in de taal geïnteresseerd zijn. In ieder geval zijn het er meer dan er sprekers zijn van het Jiddisj en de talen van Roma en Sinti – die wel officieel erkend zijn.

“Het gaat niet zozeer om de financiële consequenties van erkenning; de tolkvoorziening is hier vrij goed geregeld”, beaamt Hans Bennis, algemeen secretaris van de Taalunie. “Het gaat meer om de status en de erkenning als volwaardige taal. Te veel mensen denken nog altijd dat gebarentaal maar wat gewapper met je handen is.” De Taalunie is dan ook groot voorstander van erkenning: “De Taalunie houdt zich niet alleen bezig met het Nederlands, maar met het Nederlands in relatie tot alle andere talen die in Nederland en Vlaanderen worden gesproken. Nederlandse Gebarentaal is daar een heel duidelijk voorbeeld van.”

Invloed op de ontwikkeling van gesproken taal

De miskenning van gebarentaal kent een lange geschiedenis. In 1880 besloten horende leerkrachten op een congres in Milaan gebarentaal uit het dovenonderwijs te verbannen. Het gebruik ervan zou de ontwikkeling van de spreekvaardigheid belemmeren, zo was de achterliggende gedachte. Doven bleven onderling wel gebaren, maar nu met schaamte – veel horenden zagen gebarentaal als een primitieve, minderwaardige taal. De prestaties van dove kinderen in het ‘orale onderwijs’ bleven vervolgens echter ver achter, waardoor gebarentaal zo’n honderd jaar later toch weer een plek kreeg in het klaslokaal en thuis.

Mondstandoefeningen in de klas op een dovenschool in Rotterdam, begin twintigste eeuw.

Stadsarchief Rotterdam

Inmiddels speelt een vergelijkbare misvatting als gevolg van de wet Passend Onderwijs, zo vertelt de kersverse hoogleraar Nederlandse Gebarentaal Onno Crasborn (Radboud Universiteit). “Dove en slechthorende kinderen gaan steeds meer naar het reguliere onderwijs, geïsoleerd van andere doven. Daar leren ze geen NGT meer, hoogstens als ondersteunende communicatievorm, maar niet als echte taal.” Ook de komst van het cochleair implantaat (CI) draagt daaraan bij. Dit elektronische implantaat geeft geluiden direct door aan de gehoorzenuw in het slakkenhuis, waardoor het brein geluiden weer registreert. Crasborn: “Het doel is dan meestal dat het kind alsnog gesproken taal leert, maar met een CI ben je nog altijd slechthorend.” Dat maakt het leren van een gesproken taal erg lastig.

Verschillende studies hebben inmiddels aangetoond dat gebarentaal de ontwikkeling van gesproken taal niet in de weg zit, maar juist stimuleert. Dankzij gebarentaal kunnen taalgebieden in het brein zonder auditieve input toch rijpen, zoals dat ook bij horende kinderen gebeurt. Dat vergroot de kans dat een kind vervolgens ook een gesproken taal kan leren. Deskundigen pleiten dan ook steeds meer voor een tweetalige aanpak: gebarentaal én gesproken taal. Crasborn: “Daarvoor is het belangrijk dat de overheid NGT erkent als volwaardige taal.”

Beperkt taalaanbod

Ook Aslı Özyürek, hoogleraar Gesture, language and cognition aan de Radboud Universiteit, is groot voorstander van tweetalig onderwijs aan kinderen met een CI. “Erkenning van de NGT steunt en promoot de aandacht voor gebarentaal in het onderwijs”, zegt ze. “Daarnaast is officiële erkenning belangrijk voor het gevoel van de dovengemeenschap ook deel uit te uit van de Nederlandse samenleving. Uit onderzoek blijkt bovendien dat kunnen communiceren in een volwaardige taal beter is voor de mentale en fysieke gezondheid van dove mensen.” Officiële erkenning van de NGT als een volwaardige taal kan zo indirect een positief effect op het welzijn hebben.

Binnen de dovengemeenschap komen psychische problemen relatief veel voor. Ook ervaren doven vaker een lagere kwaliteit van leven en hebben ze vaker gedragsproblemen. Vroeger dacht men dat dit een ‘bijproduct’ was van de gehoorproblemen, maar tegenwoordig vermoeden wetenschappers een oorzakelijk verband met een beperkt taalaanbod. De Amerikaanse psycholoog Wyatte Hall pleit zelfs voor erkenning van het language deprivation syndrome in de DSM, het handboek van de psychiatrie.

Zelf doet Özyürek ook onderzoek naar de effecten van het gebruik van gebarentaal, onder andere binnen het Language in Interaction-project. “De overheid, onderwijzers en CI-deskundigen suggereren vaak dat gebarentaal een negatief effect heeft op efficiënt gebruik van gesproken taal en op andere cognitieve vaardigheden”, vertelt ze. “Maar wij vinden in ons onderzoek geen schadelijke gevolgen: een en dezelfde spreker kan perfect vloeiend zijn in zowel gesproken als gebarentaal. We zien zelfs dat gebaren de visuele aandacht bevorderen en het lijkt ook een positief effect te hebben op de aandacht.”

Kwestie van maanden

Een officiële juridische status van de NGT zou het gebruik van gebarentaal bevorderen en daarmee het welzijn van de doven ten goede komen. Het VN gehandicaptenverdrag, dat Nederland al in 2007 ondertekende, maar pas in 2016 bekrachtigde, dwingt ook tot officiële erkenning. Hierin staat onder meer dat deelnemende landen ‘het gebruik van gebarentalen erkennen en bevorderen’ (artikel 21). Artikel 30.4 zegt zelfs: ‘Personen met een handicap hebben op voet van gelijkheid met anderen recht op erkenning en ondersteuning van hun specifieke culturele en taalkundige identiteit, met inbegrip van gebarentalen en de dovencultuur.’

Al met al lijkt het dus de hoogste tijd voor officiële erkenning. Tweede Kamerlid Dik-Faber durft een voorzichtige voorspelling te doen wanneer het aangepaste wetsvoorstel in de plenaire vergadering behandeld zal worden: “Ik schat in dat het gaat om een kwestie van maanden.” Kunnen we nu dan de NRC-vraag uit 2016 opnieuw stellen? Wordt gebarentaal binnenkort officieel?

Bronnen:
  • Davidson, K., et al. (2013). Spoken English language development in native signing children with cochlear implants. Journal of Deaf Studies and Deaf Education.
  • Fellinger, J., et al. (2012). Mental health of deaf people. Lancet, 379(9820), 1037–1044.
  • Hall, W. C., et al. (2017). Language deprivation syndrome: A possible neurodevelopmental disorder with sociocultural origins. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology.
  • Humphries, T. et al. (2016). Language choices for deaf infants: Advice for parents regarding sign languages. Clinical
    Pediatrics, 55(6), 513–517.
  • Leybaert, J., & D’Hondt, M. (2003). Neurolinguistic development in deaf children: The effect of early language experience. International Journal of Audiology, 42 (Suppl 1), S34–40.
ReactiesReageer