Je leest:

“Elke Surinamer heeft joods bloed in zich”

“Elke Surinamer heeft joods bloed in zich”

Opkomst en ondergang joodse gemeenschappen in de Cariben

Auteur: | 4 februari 2015

In het Joods Historisch Museum is een bijzondere tentoonstelling te zien: Joden in de Cariben, vier eeuwen geschiedenis in Suriname en Curaçao. Voor het eerst in de geschiedenis wordt hiermee een overzicht gegeven van deze koloniale geschiedenis en daar ging aardig wat onderzoek aan vooraf. De joodse invloeden blijken nog alom aanwezig te zijn in de Cariben maar worden vaak niet als zodanig herkend.

Joodse brieven uit de collectie gekaapte brieven in de National Archives te Kew. Zij zijn een onderdeel van de lading van de door de Engelsen buitgemaakte VOC-schepen in de 17e en 18e eeuw.
Marjolein Overmeer

Het is geen peulenschil om vierhonderd jaar geschiedenis in een enkele tentoonstelling samen te vatten. Waar leg je de focus? De makers kozen ervoor om bij het begin te beginnen en de bezoeker langs de tijdlijn de verschillende landen te tonen. Vanuit Amsterdam volgen we joodse migranten naar Brazilië, vervolgens New York en uiteindelijk Curaçao en Suriname. Hierbij gebruiken de samenstellers meer dan driehonderd voorwerpen uit binnen- en buitenland, waarvan een deel nog nooit eerder is tentoongesteld. Zeldzame religieuze objecten, archiefstukken, plattegronden, schilderijen, brieven, foto’s en gebruiksvoorwerpen laten het dagelijks leven van joden in de West zien. Om structuur in de vele verhalen aan te brengen, richt de tentoonstelling zich op het sociale leven, de religie en de handel. Al met al een bijzondere geschiedenis.

Godsdienstvrijheid en handel

Veel Sefardische joden, die eind 16e eeuw voor de inquisitie vluchtten uit Portugal en Spanje, kwamen in Amsterdam terecht. Hier kregen ze relatief veel vrijheden. Ze mochten hun godsdienst belijden in hun eigen synagoge en handel drijven. Een ambacht uitoefenen was echter niet mogelijk. Daarvoor moest je lid zijn van een gilde en dat was verboden voor joden. De Sefardische joden namen hun wijdvertakte handelsnetwerken mee naar Amsterdam en daarmee rijkdom en economische groei voor de stad.

Vanuit Amsterdam volgden joodse handelaren de West-Indische Compagnie (WIC vanaf 1621) en vestigden ze zich achtereenvolgens in Brazilië en Nieuw-Amsterdam. In Brazilië hielden de joden zich vooral bezig met de lokale slavenhandel maar ze mochten hier ook ambachten uitoefenen. Deze nieuwe vrijheid trok veel migranten en de joden vormden begin jaren 1640 de grootste groep. Op een replica van een plattegrond van de kuststad Recife is mooi te zien hoe een lange straat de stad doorkruist: de Jodenstraat.

Suikermolens in Brazilië door Frans Post, circa 1650. Enkele van deze molens waren in het bezit van joodse ondernemers. Onderdeel van de tentoonstelling.
Museum Boijmans van Beuningen

Moedergemeente op de bres

In 1654 worden de Nederlanders verdreven uit Brazilië en de Joden gaan dat jaar terug naar Amsterdam of naar de nieuwe kolonie: Nieuw-Nederland in Noord-Amerika. De hoofdstad was Nieuw-Amsterdam, het latere New York. De streng calvinistische Peter Stuyvensant bestuurde als eerste gouverneur deze kolonie en hij was niet blij met de nieuwkomers.

De tentoonstelling laat een petitie zien van Sefardische joden uit de moedergemeente Amsterdam aan het bestuur van de WIC en de burgemeesters van Amsterdam. Zij wilden Stuyvesant op het matje laten roepen omdat hij geen joden in Nieuw-Nederland toeliet. De petitie had in zoverre succes dat de joden zich mochten vestigen en handel drijven, maar openlijk hun godsdienst belijden of ambachten uitoefenen zoals in Recife zat er hier niet in. Vandaar dat velen van hen snel weer verder trokken naar Curaçao en Suriname, waar ze meer godsdienstvrijheid kregen. Een lange tijd vormden de joodse gemeenschappen hier een derde tot de helft van de blanke bevolking.

Onderzoek brengt hiaten aan het licht

Op de joodse aanwezigheid in Curaçao en Suriname ligt de nadruk bij deze tentoonstelling. Conservator Julie-Marthe Cohen deed hier twee jaar intensief onderzoek naar. Cohen: “Over de joodse aankomst en aanwezigheid in Amsterdam en vervolgens de West tot aan de 19e eeuw is al veel onderzoek gedaan. De hiaten zaten in onze kennis over de joodse gemeenschappen in de 19e een 20e eeuw. Deze tentoonstelling is dan ook zeker bedoeld als aansporing voor verder wetenschappelijk onderzoek.”

Yaya Lala (kindermeisje Matilda Martina) met Ena Maduro, telg uit de welgestelde Maduro-familie, op haar arm. Curaçao circa 1923.
Collectie Ena Dankmeijer-Maduro

Door het naast elkaar leggen van de joodse gemeenschappen in Curaçao en Suriname zag Cohen veel overeenkomsten, maar ook bijzondere verschillen. “Op Suriname ontwikkelde zich een plantagecultuur en Curaçao ontwikkelde zich als een handelskolonie. Dit had grote gevolgen voor de twee joodse gemeenschappen.”

Op Curaçao vormden de Sefardische joden tot ongeveer 1920 de enige joodse gemeenschap en zij werden door de handel zeer welvarend. Ze maakten onderdeel uit van de elite op het eiland en lieten monumentale villa’s bouwen in de wijk Scharloo. Hun winkels en bedrijven bevonden zich in de handelswijk Punda.

Foto’s, voorwerpen en interviews tonen hoe het joodse mondaine leven er ongeveer uit moet hebben gezien, inclusief de zorg voor de kinderen door de Yaya’s, de gekleurde kindermeisjes. Enkele schaalmodellen laten bekende joodse gebouwen zien zoals de Sefardische synagoge, waarvan het interieur een kopie was van het interieur van de synagoge in Amsterdam. De moedergemeente in Amsterdam bleef lang heel belangrijk voor de gemeenschappen in de West. Hier werden de rabbijnen opgeleid en de religieuze voorwerpen vervaardigd die in de Cariben terechtkwamen.

In de twintigste eeuw groeide de invloed van het liberale jodendom uit Amerika en vooral de jongeren verlieten steeds vaker het eiland om zich elders te vestigen. Zeker na de opstand in 1969, waarbij de gekleurde bevolking in opstand kwam tegen de blanke elite en veel winkels in brand staken, vertrokken veel joden. Met name de armere Hoogduitse joden, die vanaf de jaren twintig naar het eiland waren gekomen, zagen parallellen met de pogroms (georganiseerde aanval op de joodse bevolking) in tsaristisch Rusland en vertrokken.

Handelscultuur versus plantagecultuur

De familie Fernandes-Vroom, een typisch Surinaams gemengd gezin. Nu is de Sefardische naam Fernandes vooral bekend vanwege de mierzoete frisdrank.
Collectie fam. Fernandez-Vroom

Vandaag de dag is de joodse gemeenschap op Curaçao (de Sefardische en Hoogduitse gemeenschap is gefuseerd) niet groter dan honderdvijftig man. Cohen: “Een belangrijk verschil met Suriname is dat de joodse gemeenschap hier veel minder geassimileerd is met de overige bevolking. Het blijft een elitaire, blanke bovenlaag. En hoewel er wel mulatten (kinderen van een joodse vader en een gekleurde moeder) zijn, wordt daar op Curaçao niet over gesproken. Er is sprake van schaamte wat betreft deze buitenechtelijke kinderen, terwijl dat in Suriname helemaal niet het geval is. Daar leefden gemengde koppels gewoon samen.”

Er is nooit wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de verschillen tussen assimilatie op Curaçao of Suriname, maar door haar eigen onderzoek voor deze tentoonstelling denkt Cohen wel een verklaring te hebben gevonden. “In Suriname hadden joden, net als andere Nederlanders, plantages en slaven in hun bezit. Maar toen deze plantagecultuur instortte na een economische crisis eind 18e eeuw, verarmden de plantagehouders en verhuisden ze naar Paramaribo. Hier vermengden ze zich met de lokale bevolking, die al uit veel verschillende culturen bestond, zoals Hoogduitse joden, mulatten en vrijgelaten slaven. Gemengde gezinnen zijn hier heel normaal en mulatten worden in Suriname wel geaccepteerd door de joodse gemeenschap, in tegenstelling tot op Curaçao.”

Zeldzame Thora-rol, in Amsterdam gemaakt voor de Surinaamse gemeenschap in Jodensavanne, 18e eeuw.
Marjolein Overmeer

Het Surinaamse deel van de tentoonstelling laat ook een stukje slavernijverleden zien, wat onlosmakelijk verbonden is aan de Surinaamse plantagecultuur. De plantages van de Sefardische joden lagen met name langs de Surinamerivier. Een aparte ervaring als je door het museum loopt is dat de slavenkettingen en afbeeldingen van lijfstraffen tegenover de eveneens 18e-eeuwse Thora-rol en een unieke herdenkingslamp uit Jodensavanne liggen. Jodensavanne was een volledig autonoom joods dorp en deze vrijheid hadden joden nergens anders in de wereld.

Litho uit Voyage à Surinam van Pierre Jaques Benoit, Brussel 1839. Vanaf de Surinamerivier is het joodse dorpje Jodensavanne te zien.
Collectie Kenneth Bouman

Slaven die wisten te ontsnappen, vielen de plantages aan, wat de economische situatie verder ondermijnde. Eenmaal in Paramaribo wonend en vermengd met andere culturen, gingen steeds meer joodse tradities verloren. Met name de kinderen en kleinkinderen uit gemengde relaties stopten met het belijden van de joodse religie.

Cohen: “De huidige joodse gemeenschap is klein maar hun erfenis leeft voort in veel van oorsprong joodse woorden, culinaire gewoontes en gebruiken. En dat is meer dan we van te voren dachten, zo blijkt uit ons onderzoek. Hoe dat kan? Suriname staat bekend om het vreedzaam samenleven van culturen en religies en de meeste joden die niet zijn weggetrokken zijn opgegaan in deze typische mengcultuur. Elke Surinamer heeft wel joods bloed in zich, maar dat weten ze vaak zelf niet. Er zijn ook nog veel joodse namen terug te vinden, zoals van oud-voetballer Edgar Davids, die wijzen op joodse voorouders.”

Extra bij de tentoonstelling
WalburgPers

Voor het project Suri-joods gingen Surinaamse ouderen op zoek naar joodse invloeden in de Surinaamse cultuur en in hun familiestamboom. De filmpjes over hun zoektocht en de vaak verrassende ontdekkingen zijn tijdens de tentoonstelling te zien.

Gelijktijdig met de tentoonstelling is het boek Joden in de Cariben, onder redactie van Julie-Marthe Cohen, uitgekomen. Verschillende experts en wetenschappers hebben aan de bundel over vier eeuwen geschiedenis in de West bijgedragen.

De tentoonstelling in het Joods Historisch Museum in Amsterdam is te bezoeken van 31 januari tot en met 14 juni 2015.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 februari 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.