Je leest:

Een sprookjesadvies voor minister Kamp

Een sprookjesadvies voor minister Kamp

“CO2-reductie vastleggen in de wet” en “klimaatbeleid depolitiseren”

De wereld wil koste wat het kost onder de twee graden temperatuurstijging blijven. Dat zal ook de inzet zijn van de klimaatconferentie in Parijs 2015, die eind november van start gaat. Ook Nederland wil graag toewerken naar een ‘duurzaam Nederland’ in 2050, met maar liefst een reductie van 80-95% broeikasgasemissies ten opzichte van het ‘ijkjaar’ 1990. Hoe dit te bereiken? Daarvoor kreeg minister Kamp onlangs een advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur.

Acht maanden heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) gewerkt aan een advies voor minister Kamp, waarin de weg naar een ‘duurzaam Nederland’ wordt geschetst. Het Rli is een strategisch adviescollege dat werkt voor de regering en het parlement. Het toekomstbeeld voor dit energieadvies voor een ‘koolstofarme energievoorziening’ richt zich op het jaar 2050; met name de periode na 2023 is in het vizier omdat het Energieakkoord zich al richt op de periode tot 2023.

De Rli is tot dit advies gekomen na twee bijeenkomsten in het voorjaar met belangenorganisaties, kennisinstellingen en bedrijven, waaronder ook de energiesector. Deze organisaties konden hun visie uitspreken over een ‘koolstofarme energievoorziening’, de route ernaartoe en de kansen en bedreigingen. In het advies worden bewust geen technologieën genoemd waarmee de emissiereductie gerealiseerd zou kunnen worden.

Pepijn van den broeke hh 44131591
Nederland volledig duurzaam in 2050 houdt een enorme reductie van broeikasgasemissies in.
Pepijn van de Broeke – deze foto is NIET rechtenvrij voor andere artikelen

Wat opvalt in het Rli-advies is de aanbeveling CO2-reductie in de wet vast te leggen. Dat lijkt strijdig met het hoger beroep van de staat, dat nu loopt in de zaak tegen Urgenda. Die milieugroep heeft geëist dat de regering in 2020 ten minste een kwart minder broeikasgassen uitstoot ten opzichte van 1990, en niet de in het EU-beleid geformuleerde veertien procent in 2020.

Depolitisering

Het Rli zou ook graag zien dat het Nederlandse klimaat- en energiebeleid gedepolitiseerd raakt, dus losgekoppeld van de politiek. De regering wisselt iedere vier jaar (of vaker) en dat biedt het klimaatbeleid onvoldoende continuïteit. De tijd van “vrijblijvendheid” is voorbij, aldus Henry Meijdam, voorzitter van de Rli tijdens de presentatie in Den Haag. Een trendbreuk is nodig, want ondanks alle milieumaatregelen is de CO2-uitstoot blijven hangen rond de 200 miljoen ton per jaar.

Broeikasgasemissies en reductiedoelen
Reductiedoelstellingen voor broeikasgasemissies.
Rli

Omgerekend gaat het om maximaal twee graden Celsius temperatuurstijging. Om daaronder te blijven, mag Nederland in 2050 nog maximaal dertig megaton CO2 uitstoten, wat overeenkomt met een reductie van tachtig procent. Deze zogeheten ‘emissieruimte’ is bijzonder klein voor ons land. Volgens de Rli is het “een enorme opgave” om een koolstofarme energievoorziening te bereiken. Dat komt doordat de Nederlandse economie niet alleen energie-intensief is, maar ook grotendeels op fossiele brandstoffen leunt.

Iets minder uitstoot in 2014

De beoogde CO2-reductie tot 2050 is in het geheel niet zichtbaar in de trend van emissies in de laatste jaren. In het jaar 2014 was de uitstoot met 180 miljoen ton CO2-equivalenten vijf procent wel iets minder dan het jaar ervoor, een trend die het CBS deels wijt aan een warme winter. Wat niet meewerkt om de ambitieuze doelen te bereiken, zijn mondiale ontwikkelingen zoals een lage prijs voor steenkool. Het zorgt ervoor dat deze brandstof voor stroomproductie aan populariteit wint.

Emissies broeikasgassen 1990 2014cbs
Emissies broeikasgassen in de periode 1990-2014. De verschillende broeikasgassen worden bij elkaar opgeteld door ze uit te drukken in CO2-equivalenten.

Prijs te hoog voor de rekenmodellen

Dat de broeikasgasemissies in zo’n grote mate omlaag moeten, is “een enorme transitie”, aldus Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in zijn reactie tijdens de presentatie van het advies in Den Haag. Het PBL en Centraal Plan Bureau bekijken momenteel wat de prijs voor CO2-emissies op de lange termijn moet worden met dergelijke reductiedoelstellingen in gedachten.

“Voor dergelijke reductiecijfers kunnen wij de koolstofprijs niet eens uitrekenen”, aldus Boot. Die is namelijk zo hoog dat hij niet uit de gebruikte modellen komt. Boot is bovendien van mening dat één doel ook niet zal leiden tot voldoende enthousiasme in de samenleving om deze overgang te realiseren.

Transitie advies rli
De Rli maakt onderscheid tussen vier functies van energie: 1) lage temperatuurwarmte voor verwarming en warm water; 2) hoge temperatuurwarmte voor industriële productie; 3) transport en mobiliteit; 4) verlichting en elektrische apparaten. Per functie is de snelheid van een energietransitie anders. Zo zal de overgangsperiode voor de energie-intensieve industrie een langere tijd in beslag nemen.
Rli

Een energiedialoog in 2016

Wat minister Kamp met het advies zal doen, wordt al eind dit jaar duidelijk. In december presenteert het kabinet het Energierapport 2015, waarin een visie op de energievoorziening in Nederland wordt gegeven. Dit rapport moet een startpunt zijn voor een energiedialoog in 2016, waaraan ook burgers worden opgeroepen deel te nemen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 oktober 2015

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE