Naar de content

Een schuilplaats van slimme surveillancetechnologie

Engin Akyurt via Pexels

De gemeente Amsterdam gaat experimenteren met slimme technologieën op de ArenA Boulevard. Voorbijgangers wijzen op het belang van veiligheid en privacy: twee begrippen die op het eerste gezicht tegenover elkaar lijken te staan.

17 november 2020

De gemeente Amsterdam gaat experimenteren met nieuwe technologieën in de openbare ruimte zoals de ArenA Boulevard. Slimme camera’s kunnen het gebied veiliger en prettiger maken, maar verzamelen ook informatie over voorbijgangers. Wat vinden de voorbijgangers hier zelf van? In een eerder gesprek in deze serie vertelde onderzoeker Aafke Fraaije (Vrije Universiteit) waarom ze het belangrijk vindt om deze vragen aan burgers te stellen. Vandaag loop ik een dagje met haar mee.

Deze serie schrijf ik vanuit het principe van ‘constructieve journalistiek’. In deze vorm van journalistiek signaleren we niet alleen problemen en meningen, maar denken we actief mee over oplossingen. We kunnen immers oneindig veel kritische vragen opwerpen over het gebruik van surveillancetechnologie, of ons afvragen of burgers er wel voldoende van afweten om erover mee te praten. Vaak zijn het terechte bedenkingen. Maar ze brengen ons niet altijd verder.

Want hoe kan het wél? Hoe zorg je dat mensen op een zinvolle manier betrokken zijn bij de inrichting van de openbare ruimte? Hoe zorg je dat technologie wordt ontwikkeld ten dienste van de burger? Daar wordt door veel mensen over nagedacht – en dat vergeten we nog weleens als we alleen signaleren wat er niet goed gaat. In deze reeks leggen we de accenten anders: we beschrijven niet alleen zorgen en problemen, maar onderzoeken mogelijkheden om daarmee om te gaan. Dat levert andere verhalen op. Natuurlijk blijven we wel kritisch, zoals we dat altijd zijn bij NEMO Kennislink. We kijken ook verder dan goede bedoelingen.

In gesprek met burgers

In deze aflevering gaan we in gesprek met voorbijgangers op de ArenA Boulevard. Aafke Fraaije is onderzoeker aan de Vrije Universiteit en zet zich actief in voor burgerparticipatie. Dat is een uitdaging in coronatijd. Aanvankelijk waren burgerworkshops gepland, waarin burgers met elkaar in gesprek zouden gaan aan de hand van informatie en een speciale methodiek. Nu alle buurthuizen hun deuren sluiten, moet Fraaije op zoek naar een alternatief. Ze besluit de straat op te gaan.

Het is rond het middaguur als ik arriveer op station Bijlmer Arena. Niet veel later arriveert ook Fraaije. Ik krijg direct een keycord van de Vrije Universiteit in mijn handen gedrukt. “Voor de herkenbaarheid. Vanochtend nog geregeld”, zegt ze. Dat is belangrijk, vindt ze. Mensen moeten weten wie hen aanspreekt en waarom. Na een korte instructie – ‘Je eigen mening voor je houden’, ‘Denk aan de 1,5 meter afstand’, ‘Mensen van voren benaderen’ – gaan we op pad.

De eerste persoon die we aanspreken is Jarno (23). Hij is hier voor een sollicitatiegesprek. Hij is veel te vroeg, dus hij heeft wel even tijd voor ons. Als we hem uitleggen wat de gemeente Amsterdam van plan is, zegt hij daar weinig problemen mee te hebben. Jarno haalt zijn schouders op: “We worden toch al gefilmd.” Hij vindt het wel belangrijk om te weten wat het doel is. “Er moet een duidelijke aanleiding zijn, want het gaat ten koste van onze privacy.” Voor hem is het belangrijk dat hij zich vrij kan voelen op straat. Slimme technologie kan daaraan bijdragen, maar ‘we moeten uitkijken dat we hier geen sociaal-kredietsysteem krijgen zoals in China’ (waarin Chinese burgers bij gedrag dat door de autoriteiten als onwenselijk wordt gezien, puntenaftrek krijgen en op een zwarte lijst kunnen belanden, red.).

Iets verderop zitten Hway (81) en Fay (68). Ze zijn onderweg naar de bioscoop. Ook Hway verwijst meteen naar China, maar volgens hem kunnen we juist een voorbeeld nemen aan het land. Hij was er begin dit jaar nog. Glunderend: “Als je langer dan drie minuten parkeert op een plek die daar niet voor bedoeld is, dan maakt een camera automatisch een foto en krijg je een boete.” Hij vindt dat een prachtig systeem.

Hway en Fay zouden het geen probleem vinden als er camera’s met gezichtsherkenning op de Arena-boulevard worden geplaatst. “Als je niks kwaads in de zin hebt, dan heb je niks te verbergen”, vindt Fay. Hway zou zich zelfs veiliger voelen. Voor hem is ‘gezelligheid’ de belangrijkste waarde voor deze buurt. Dat wordt alleen maar beter als je camera’s ophangt, denkt hij, ‘omdat je weet dat er dan geen rotzooi gaat gebeuren’.

Privacy versus veiligheid

In de gesprekken die volgen valt iets op: veel voorbijgangers hebben het idee dat ze moeten kiezen voor veiligheid óf privacy. Michelle (23) wil liever geen camera’s op het plein en verwijst naar haar privacy. “Ik zou me er niet prettig bij voelen als ik weet dat ik gevolgd word.” Voor haar is het belangrijk dat je kunt gaan en staan waar je wil. Ze denkt ook dat etnische minderheden eerder als verdacht worden aangemerkt door zulke systemen: “Ik ben een witte vrouw. Mij zullen ze sneller laten gaan. Maar voor veel mensen hier geldt dat niet.”

Adriaan George (47) benadrukt juist het belang van veiligheid. Volgens hem kunnen er niet genoeg camera’s zijn. Zeker op dit soort drukke plekken rondom treinstations is beveiliging belangrijk, vindt hij. Hij woonde in Madrid tijdens de terroristische aanslagen in 2004. Dat is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Zijn familie beschermen is voor hem het belangrijkste wat er is, en aangezien hij niets te verbergen heeft, kan hij geen enkel argument bedenken tegen slimmere camerabewaking.

In 2018 dachten burgers mee over de stad van de toekomst tijdens het Amsterdamse festival ROEF. Met Aafke Fraaije, VU Athena.

Yvonne Compier voor NEMO Kennislink

De gesprekken roepen interessante vragen op. Hoe verhoudt privacy zich eigenlijk tot veiligheid? Gaat het een altijd ten koste van het ander, of zouden deze twee belangrijke waarden ook naast elkaar kunnen bestaan? Het doet me denken aan een interessant artikel van Frank Kruijsbeek op Bij Nader Inzien. Volgens hem wordt privacy te vaak gezien als een taart, waarvan steeds wat wordt afgesneden en weggegeven. We denken ten onrechte dat we een ‘voorraad’ privacy hebben waarvan we steeds een deel als ‘betaalmiddel’ inleveren voor gezondheid en veiligheid.

Hij stelt voor om privacy op een andere manier voor te stellen: niet als iets wat we van nature hebben, maar als iets wat we actief máken. “Laten we over privacy denken als een schuilplaats die we creëren.” Denk maar aan een beschut plekje dat je in je tuin creëert, of een windscherm dat ons privacy geeft op het strand. Door privacy te zien als iets dat wordt gemaakt, kan een technologie-ontwerper dat dus actief bouwen. Dat gaat dus verder dan principes zoals ‘privacy by design’ waarbij ontwerpers zich afvragen of het echt nodig is om gegevens zoals naam en adres te verzamelen. Het gaat erom dat je ‘veilige plekken’ bouwt, waar privacy én veiligheid belangrijke aspecten van zijn.

Het lijkt op het eerste gezicht een tegenstelling: surveillancetechnologie en een schuilplaats. Toch lijkt me dit een interessant thema om verder te onderzoeken in deze serie, ook met het oog op de zorg van Michelle over discriminerende algoritmes. Hoe bouw je slimme technologie ten dienste van de burger? Kunnen we technologie trainen om niet racistisch te zijn? Of beter nog: kunnen we technologie bouwen waarmee we de omgeving inclusiever maken? En hoe doe je dat dan? Dit zijn vragen die ik de komende weken wil voorleggen aan experts.

Denk met ons mee

Wil jij jouw mening laten horen? Wij zijn benieuwd! Geef een reactie in de comments hieronder of doe kosteloos mee met het digitale evenement op donderdagavond 19 november 2020: www.nemokennislink.nl/slimmestad

Poll
Poll

Wat vind jij belangrijk als het gaat over surveillancetechnologie?

ReactiesReageer