Je leest:

Een nieuw begin?

Een nieuw begin?

Over de effectiviteit van relatietherapie

Auteur: | 12 februari 2019

Wanneer je als stel worstelt met problemen, biedt relatietherapie dan een oplossing? Vaak wel, gelukkig. Tegelijkertijd is het zeker geen magische pil en spelen de omstandigheden een grote rol: van de motivatie om in therapie te gaan tot hoe lang je problemen al bestaan. Ook is het nog niet duidelijk in hoeverre de effecten van relatietherapie beklijven.

Zo’n zeventig procent van de Nederlandse stellen worstelt met problemen, blijkt uit onderzoek van de Stichting MindCorrelatie. Als die problemen aanhouden, kan dat je niet alleen ongelukkig maken, de spanning die het oplevert vertaalt zich op termijn vaak ook in allerlei geestelijke en soms ook lichamelijke klachten. Een moeizame relatie thuis vergroot dan ook de kans op concentratieproblemen op het werk en arbeidsverzuim.

Maar ook uit elkaar gaan levert veelal spanningen en verdriet op. Ook heeft een scheiding vaak veel impact op de kinderen – zeker als het een vechtscheiding betreft. Die lopen dan onder meer veel meer kans op gedrags- en aandachtsproblemen.

Het zou prachtig zijn als relatietherapie ertoe zou kunnen leiden dat stellen die niet met, maar ook niet zonder elkaar kunnen, de liefde weer terugvinden. Maar slagen relatietherapeuten daar doorgaans ook in?

Is relatietherapie de oplossing voor je relatieproblemen of kun je net zo goed thuis op de bank blijven zitten?

Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Onderzoek naar de effecten van relatietherapie staat nog in de kinderschoenen, zeker in Nederland. Daar komt bij dat er bij deze onderzoeken doorgaans relatief kleine groepen mensen worden gevolgd – honderd personen is al heel wat. Ook wordt onderzoek naar de effecten van relatietherapie soms uitgevoerd door wetenschappers die daarnaast als relatietherapeut werken en/of het relatietherapiemodel bestuderen dat ze zelf hebben meegeholpen te ontwikkelen. Hoewel ze door die ervaring wellicht meer in de diepte kunnen gaan met hun onderzoek, betekent dit tegelijkertijd dat ze relatief betrokken zijn bij het onderzoek.

Stijging

Toch is het op basis van het gedane onderzoek wel mogelijk om een algemeen beeld te schetsen van de effecten van relatietherapie. En dat plaatje is zeker positief. Hoewel de verschillende onderzoeksresultaten elkaar soms tegenspreken, laat het overgrote deel van de onderzoeken zien dat zo’n 75 procent van de ondervraagde deelnemers baat heeft bij de therapie. Zo volgde in 2010 Andrew Christensen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië, 134 stellen met chronische en zeer ernstige huwelijksproblemen die cognitieve gedragstherapie van een relatietherapeut kregen. Na afloop meende tweederde daarvan dat hun relatie was verbeterd. Ze waren tevredener met hun relatie en over de communicatie met hun partner.

Gebrek aan vertrouwen in de ander, botsende karakters en elkaar niets meer te vertellen hebben zijn belangrijke redenen om uit elkaar te willen gaan (Bron: CBS).

Dat de resultaten van Christensen geen toevalstreffer waren, laat het werk zien van de Amerikaanse psycholoog Douglas Snyder, die als hoogleraar Psychologie bij de Texas A&M-universiteit werkt. Snyder bestudeerde en vergeleek tientallen recente (Amerikaanse) onderzoeken naar de effecten van (diverse soorten) relatietherapie om zo tot een algemene conclusie te komen. Zijn bevindingen bevestigen dat het stellen met relatieproblemen die in therapie gaan veel beter vergaat dan paren die dat niet doen. Slechts “25-30 procent van de deelnemers van relatietherapie ondervindt daar geen voordeel van,” zo concludeert hij.

Ook buiten de V.S. slaat relatietherapie over het algemeen goed aan. Zo rapporteerden Australische onderzoekers onlangs ongeveer dezelfde positieve resultaten als Amerikaanse onderzoekers doorgaans doen. Ook Duits en Zweeds onderzoek laat zien dat zo’n 70-80 procent van de ondervraagden tevreden was over het effect van relatietherapie op hun relatie.

In de jaren tachtig en (begin) jaren negentig van het vorige millennium rapporteerden psychologen nog heel andere uitkomsten. Toen meende slechts zo’n vijftig procent van de onderzochte deelnemers dat relatietherapie hun relatie verbeterd had, terwijl een kwart vond dat die juist verslechterd was door de therapie. Zijn er misschien andere vormen van relatietherapie ontstaan?

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Na een Chinese, nu een Russische CRISPR-Cas-cowboy?

Techniek
Is het verstandig om alle kolencentrales te sluiten?

Geneeskunde
Taalstoornis na een herseninfarct op je 21e

Patronen en emoties

Dat is zeker het geval. De afgelopen decennia vonden er allerlei belangrijke ontwikkelingen in ‘therapieland’ plaats die ook relatietherapieën beïnvloedden. Zo lag aanvankelijk in relatietherapie, die in de vorm zoals we die nu kennen in de jaren zeventig opkwam, de nadruk op het aanleren van betere communicatie- of onderhandelingsvaardigheden.

Onder invloed van de opkomst van de cognitieve psychologie werd die aanpak minder ‘technisch’, vertelt psycholoog en relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven, die diverse populairwetenschappelijke boeken over zijn vak schreef en daarnaast relatietherapie doceert. Zo begonnen therapeuten meer aandacht te besteden aan het idee dat we ons in tijden van stress “bepaalde gedrags- en denkpatronen aanleren om te overleven, die in het heden juist tot ongewenste reflexen en patronen kunnen leiden in bijvoorbeeld relaties.”

Ook de behoeftes van partners kwamen meer centraal te staan. Zo ontwikkelde Sue Johnson, psycholoog en schrijver van het populaire boek Houd me Vast, eind jaren tachtig aan de Universiteit van Ottawa Emotionally Focussed Therapy, oftewel EFT. Deze therapievorm stelt dat hechtingsproblemen en daaruit voortvloeiende emoties aan de basis staan van steeds terugkerende ruzies binnen relaties. EFT is inmiddels – naast bijvoorbeeld (geïntegreerde) cognitieve therapie – een van de meest populaire relatietherapievormen.

Voor de effectiviteit van de principes van EFT is inmiddels ook al enig bewijs in Nederland. Psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker Henk Jan Conradi van de Universiteit van Amsterdam bestudeerde in de jaren 2011-2015 79 stellen met (milde) hechtingsproblematiek die zichzelf hadden aangemeld voor de EFT-relatiecursus ‘Houd me Vast’. Daarin leren groepen van gemiddeld vijf stellen in acht wekelijkse sessies inzichten die relatieversterkend zouden werken en doen ze daarnaast allerlei (communicatie)oefeningen om dichter tot elkaar te komen.

Drieënhalve maand na afloop van de cursus was het merendeel van de deelnemers tevredener over hun relatie, ervoeren ze meer binding met hun partner, waren ze aardiger tegen elkaar en konden ze de dagelijkse taken beter verdelen.

Dat breder georiënteerde therapieën doorgaans succesvoller zijn dan meer gefocuste vormen van relatietherapie, ontdekte de Amerikaanse psychotherapeut Richard Cookerly al in de jaren tachtig. Nu het steeds gewoner is geworden dat relatietherapie een brede insteek heeft met (meer) aandacht voor emoties en cognities, lijkt dat inderdaad z’n vruchten af te werpen.

Terugval

Daarbij lijkt het er bovendien voorzichtig op dat de deelnemers aan relatietherapie wat langer uit de voeten kunnen met de inzichten die ze daar op doen. Want hoe positief je partner en jij je vanaf de eerste sessie ook kunnen voelen over de therapie en de gevolgen daarvan op jullie relatie, het risico van een terugval ligt op de loer. Zo bleek uit onderzoek uit de jaren tachtig en negentig door zowel Snyder als Cookerly als door Neil Jacobsen, een psychologie-hoogleraar aan de Universiteit van Washington, dat tussen de 30 en 60 procent van de stellen de relatie daarna weer flink zag verslechteren. Zo’n 45 procent van de deelnemers ging uiteindelijk toch scheiden.

Inmiddels zijn er onderzoeken die minder terugval laten zien. Zo schermen EFT-onderzoekers graag met het feit dat de effecten van EFT grotendeels overeind blijven na de therapie – al is dat nog niet zo veel onderzocht door wetenschappers die zelf niet bij de ontwikkeling van EFT betrokken zijn.

Ook de resultaten van de Zweedse psychologe Ann-Marie Lundblad zijn positief. Lundblad, die als wetenschappelijk onderzoeker verbonden is aan de Nordic School of Public Health in Göteborg, onderzocht twee jaar na dato het effect van relatietherapie op 131 stellen die die hulp hadden gekregen via hun gemeente. Ze ontdekte dat die doorgaans nog net zo tevreden waren over hun relatie als ze vlak na de therapie waren geweest – en soms zelfs nog wat meer.

Hoe lang je elkaar al naar het leven staat – en op welke manieren – beïnvloedt het succes van je relatietherapie.

Toch moeten we ons zeker niet te snel rijk rekenen met die resultaten. Onderzoeken die bestuderen hoe de zaken ervoor staan na een periode langer dan een jaar zijn en blijven relatief zeldzaam. Daarbij kampen ze vaak met een aanzienlijke uitval van deelnemers. Zo waren tegen de tijd dat Lundblad haar metingen verrichtte 27 paren afgehaakt; gelijk na afloop van de therapie bestond de onderzoeksgroep nog uit 158 personen. Dat maakt het lastig een volledig beeld te schetsen van de impact van de therapie op de relatiebeleving van de deelnemers.

Maar ook als het om de kortetermijneffecten van relatietherapie gaat, is niet alles rozengeur en maneschijn. Statistisch gezien werkt relatietherapie immers niet bij een kwart van de deelnemers. Waar zit dat hem nu precies in? Hoewel onderzoekers die vraag nog altijd niet goed kunnen beantwoorden, blijkt een aantal factoren in ieder geval een rol te spelen.

Timing

Net als bij ‘gewone’ therapie zijn de uitkomsten van relatietherapie soms afhankelijk van zogenaamde non-specifieke aspecten: relatief ongrijpbare factoren die wel degelijk het succes van de therapie beïnvloeden. Met name factoren die gerelateerd zijn aan de therapeut spelen een belangrijke rol, vertelt Van de Ven. “Zo is het voor het succes van een therapie doorgaans belangrijk dat cliënten een klik voelen met hun therapeut. Bij relatietherapie geldt dat bovendien voor twee personen.”

Daarnaast hangt veel af van het moment waarop je hulp zoekt. “Hoe heviger de relatieproblemen, des te lager de kans op succes,” vertelt Conradi. Dirk de Wachter, een Belgische psychiater en relatietherapeut die soms op de Nederlandse televisie relatieadvies geeft, beaamt dit. “Als stellen naar je komen als ze al bijna uit elkaar gaan, is er soms te veel schade berokkend in de relatie, of zijn bepaalde patronen nog maar moeilijk te doorbreken. Het is dan ook jammer dat veel stellen pas in een laat stadium hulp zoeken.”

Om de relatietherapie te doen slagen, moeten allebei de partners weer echt open staan voor contact met elkaar en aan hun relatie willen werken. Dat je daar hetzelfde in staat is echter geen gegeven.

Dubbele agenda’s

Ten slotte is het voor het slagen van relatietherapie essentieel dat beide personen gemotiveerd zijn om aan zichzelf en de relatie te werken. In werkelijkheid stuiten therapeuten nogal eens op cliënten die op aandringen van hun wederhelft weliswaar meekomen, maar in werkelijk de therapie niet zien zitten. Omdat ze stiekem al een ander hebben, bijvoorbeeld. “Ik ga dan alleen verder met de therapie als die deelnemer – eventueel in aparte sessies – eerst duidelijk voor ogen krijgt wat hij of zij nou wil. Anders heeft de hulp geen zin,” zegt Van de Ven. Ook EFT-therapeut Sharon Blijd herkent dit obstakel. “Je hebt samen de relatie en het is daarom belangrijk dat beide partners welwillend tegenover de therapie staan.”

Al met al lopen je partner en jij dus een reëele kans je relatie te verbeteren met relatietherapie, zeker als jullie er samen voor gaan en hetzelfde doel daarbij voor ogen hebben. Het blijft echter vooralsnog onduidelijk of en hoe lang eventuele positieve effecten ook zullen aanhouden – of dat je daarvoor wellicht opnieuw bij een relatietherapeut zal moeten aankloppen.

Bronnen

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 februari 2019

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.