Je leest:

Een fabriek als klaslokaal

Een fabriek als klaslokaal

Hoe hybride leren het onderwijs duurzamer wil maken

Auteur: | 19 oktober 2017
Desiree Hoving

Om het techniekonderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt, krijgen leerlingen les in de Duurzaamheidsfabriek. Hier werken ze samen met bedrijven, met leerlingen van andere niveaus en met andere studierichtingen aan duurzame innovaties. NEMO Kennislink kreeg een rondleiding.

Op het station van Dordrecht rijdt een groene bus binnen waarop in witte letters het woord ‘hybride’ staat. Alleen de ‘e’, de laatste letter van hybride, is blauw gekleurd. Waarschijnlijk een grapje van de grafisch ontwerper, om te laten zien dat de bus zowel door een (e van) elektromotor als een dieselmotor wordt aangedreven. Dordrecht was in 2011 de eerste stad van Nederland die overstapte op hybride bussen.

1 294 n28
Architectenbureau RAU ontwierp de Duurzaamheidsfabriek, waarin onderwijs over duurzame (maritieme) technologie, energietransitie en energie-efficiency centraal staan. Bedrijven als Siemens, Krohne, HVC, Verkerk Groep, Sublean, Valk-Welding en IWZH nemen met een deel van hun activiteiten hun intrek in de fabriek.

Inmiddels heeft de stad nóg een hybride-primeur. De stad huisvest het eerste gebouw in Europa dat duurzaamheidsonderwijs op een vernieuwende manier inricht: de Duurzaamheidsfabriek. Hier wordt hybride geleerd. Wat dat betekent? “Zo min mogelijk in de klas met een docent en een boek zijn, maar vooral in de praktijk leren”, zegt Annewieke Baank, die projectmanager is bij het ROC Da Vinci College en vandaag een rondleiding geeft. “Het vernieuwende is dat leerlingen samenwerken met het bedrijfsleven en dat zo duurzame innovaties ontstaan”.

Multi

Daarnaast is het leren multidisciplinair: verschillende studierichtingen werken samen. En het is multilevel, ofwel studenten Techniek van het Da Vinci College (MBO) werken met studenten van de Hogeschool Rotterdam (HBO). Volgens Baank is hybride onderwijs duurzamer, omdat leerlingen in de echte wereld ook met het bedrijfsleven, met meerdere disciplines en met meerdere opleidingsniveaus te maken krijgen.

Img 4959
Leerlingen krijgen praktijkles voor het EnergieTransitieHuis in de Duurzaamheidsfabriek.
Desiree Hoving
Vakkanjers.02
Studenten in de Duurzaamheidsfabriek
De Duurzaamheidsfabriek

Het gebouw heeft een gigantische hal met een grijze fabrieksvloer, waar talloze machines op staan. Rond een van de metalen werktuigen hangen tien jongens met grijze overalls en veiligheidsschoenen, die aandachtig luisteren naar hun docent. Een paar meter verderop hangt een half transparant gordijn, waar rook achter vandaan komt en waar schaduwen bewegen. Een lasrobot, zo blijkt. Aan het einde van de fabriekshal staat een houten huis. In dit zogenoemde EnergieTransitieHuis leren installateurs en elektrotechnici in spe om nieuwe installaties aan te leggen en te testen. Zo hebben ze zonnepanelen op het dak geplaatst, terwijl in de fabriek geen zonnestraal binnenkomt. Een speciale lamp schijnt daarom licht op de panelen, waardoor zowel de opbrengst als het rendement kan worden gemeten.

Spijkermotor

Voor het huis zitten en staan eerstejaars mbo’ers van de opleidingen Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde en Mechatronica bij elkaar (opleiding Middenkader Engineering). Uiterst geconcentreerd maken ze met spijkers, koperdraad en tape een spijkermotor. Is dat een duurzame techniek? “Nee, we leren ze hier eerst de basis om projectmatig, volgens een zeven-stappenplan, te werk te gaan”, zegt Gijsbert Bos, die docent besturingstechnieken is. Zijn tweedejaarsstudenten Mechatronica zijn al wel bezig met duurzaamheid. Ze werken ijverig aan het verbeteren en implementeren van nieuwe technieken in een energie-opwekkende brug. Of beter gezegd: een miniatuurmodel daarvan, dat het bedrijf Bakker Sliedrecht heeft geschonken aan de fabriek.

Rhleerpark0028
De Duurzaamheidsfabriek

Voor de meeste docenten is het nog best een uitdaging om hybride onderwijs te geven. Hun rol verandert in die van coördinator, omdat iedere student weer andere projecten volgt en daardoor andere kennis opdoet. Zo schreef Bos voor zijn bruggenbouwers een twintig pagina’s tellende hand-out met theoriekennis, die ze meteen kunnen toepassen nadat hij een half uur theorieles heeft gegeven. “Ik moet aan het einde van het vak wel iets kunnen meten”, aldus de docent. Hij zegt het lesgeven in de fabriek vooral lastig te vinden vanwege het lawaai. Bos is niet de enige die er zo over denkt. Daarom worden de verschillende ruimtes in de fabriek binnenkort beter afgebakend. In feite is de Duurzaamheidsfabriek nooit af; het gebouw bestaat nu drie jaar, maar wordt nog elke dag verbeterd.

Toekomst

In de toekomst zou het zomaar eens kunnen dat Nederland meer van dit soort initiatieven telt. Minister Bussemaker, de minister van onderwijs, zei vorig jaar tijdens een rondleiding nog dat ze de Duurzaamheidsfabriek een voorbeeld vindt dat navolging verdient op andere plaatsen in het land. De minister is niet de enige: ook de zestig partijen die het Nationaal Techniekpakt 2020 tekenden, vinden dat het onderwijs beter op de arbeidsmarkt in de technieksector moet aansluiten, zodat uiteindelijk – althans dat hopen ze – het tekort aan technisch personeel vermindert.

En dit jaar reageerde het kabinet ook positief :“Het kabinet ziet de Duurzaamheidsfabriek als een krachtig voorbeeld en verkent de mogelijkheden om dit soort initiatieven verder mogelijk te maken”, staat in een brief van minister Asscher. Voorlopig kun je echter alleen in Dordrecht terecht om duurzaam te leren over duurzaamheid.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 oktober 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.