Je leest:

Depressie en stress, onlosmakelijk verbonden

Depressie en stress, onlosmakelijk verbonden

Auteurs: en | 30 januari 2001

Zijn depressies genetisch bepaald? Of maakt een traumatische jeugd iemand depressief? Beide factoren spelen ongetwijfeld een rol. Nieuw onderzoek werpt nu een licht op de biologische basis van depressies.

Wanneer Petra voor het eerst met een depressie bij de huisarts komt, is ze 23 jaar. Het begon met slecht slapen, dat haar overdag moe en prikkelbaar maakte. Tegelijkertijd piekerde ze eindeloos over van alles en nog wat. Haar concentratie liet het afweten, een boek lezen lukte niet meer en zelfs een artikeltje in de krant kostte haar de grootste moeite. Op haar werk als caissière in een groot warenhuis maakte ze meer en meer fouten, wat haar collega’s niet in dank afnamen. Petra genoot nergens meer van, ze trok zich steeds meer terug en ging in het weekend niet meer uit. Het eten smaakte haar niet meer, ze vermagerde. Ze voelde zich zo rot dat ze af en toe verlangde om niet meer te moeten leven. Toen merkte ze dat ze tijdens het autorijden eraan dacht om zich tegen een boom te pletter te rijden. Ze schrok, en besliste dat er iets moest gebeuren. Ze ging naar de huisarts.

Tien tot vijftien procent van de mensen maakt ooit een ernstige depressieve periode door. Waarom krijgt iemand een depressie? De precieze oorzaak kennen we niet, maar factoren als chronische stress of tegenslagen in het leven worden vaak genoemd. Werkloos worden lokt bij sommigen een depressie uit, maar bij veel anderen niet. Een andere factor die een rol speelt, is genetische aanleg. Depressies komen in sommige families vaker voor dan gemiddeld, en een naast familielid van een depressieve patiënt heeft meer kans om depressief te worden. Traumatische jeugdervaringen spelen ook een rol.

Stressgenen!

Misbruikervaringen of ernstige relatieproblemen met ouders maken iemand kwetsbaar voor depressies in het latere leven. Onderzoek toont bovendien aan dat de persoonlijkheid belangrijk is: mensen die angstig in het leven staan en snel denken dat hen onrecht wordt aangedaan (een hoog neuroticisme) lijken vatbaarder voor een depressie. De overtuiging dat enerzijds genetische aanleg en anderzijds traumatische jeugdervaringen invloed hebben op hoe makkelijk mensen in het latere leven depressief worden, is zeker niet nieuw. Gedurende de opkomst van de psychologie is beurtelings gewezen op de invloeden van de genen en de omgeving op ons gedrag – het befaamde nature-nurture-debat. De huidige trend is nature: het accent op de genen leggen. Winkeldiefstal, moord of vreemdgaan: de genen zijn de aanstichters. Onderzoek naar de biologische mechanismen bij stress levert verrassend genoeg wel nieuwe inzichten in depressies. Blijkbaar zijn diezelfde mechanismen zowel bij stress als bij depressies actief. Onlangs startte het departement psychiatrie en het Laboratorium voor Moleculaire Genetica van de Universiteit Antwerpen onderzoek naar het verband tussen stressgevoeligheid en depressie, en de genetische achtergrond hiervan. Vooral interessant is de vraag of de stressgevoeligheid en de aanleg voor depressies dezelfde genetische basis hebben. Zorgen variaties in stressgenen ook voor de zwaarmoedige buien waaronder depressieve patiënten leiden?

Relatieproblemen

Petra’s depressie komt niet uit het niets: ze heeft een traumatische jeugd gehad. Haar vader was regelmatig dronken en had de gewoonte om zijn vrouw en kinderen een pak slaag te verkopen. Haar moeder durfde niet tegen haar dronken man in te gaan, zodat Petra en haar broer weinig steun kregen. Petra’s moeder worstelde regelmatig met depressies, wat erop kan duiden dat ook Petra aanleg heeft om depressief te worden. Op haar negentiende begint Petra met werken als caissière. Ze vindt het werk leuk en gaat regelmatig uit met haar collega’s, die stilaan haar vrienden worden. Op haar 21e leert ze Dan kennen, een jongen uit de buurt. Voor het eerst heeft Petra het gevoel dat ze echt gelukkig is. Na anderhalf jaar wonen ze samen. Tegelijk komt er spanning in de relatie. Petra vindt dat hij teveel met zijn vrienden optrekt en probeert hem meer aan zich te binden. Dit brengt nog grotere spanningen mee en Dan besluit weer alleen te gaan wonen. Enkele maanden later wordt Petra depressief. Petra heeft alles mee om depressief te worden. Blijkbaar maken de genetische aanleg en de traumatische jeugdervaringen iemand gevoeliger voor stress. De relatiebreuk is de aanleiding, de druppel die de emmer doet overlopen.

Fight or flight

Stress-AS. Een stressvolle situatie prikkelt de hypothalamus in de hersenen tot de aanmaak van het hormoon CRH, het corticotropinevrijmakend hormoon. CRH zet vervolgens een ander deel van de hersenen, de hypofyse aan tot de productie van het adrenocorticotroop hormoon (ACTH). ACTH stimuleert dan de bijnieren waardoor ze stress-hormonen afgeven zoals cortisol en adrenaline.

Je steekt een straat over en plotseling komt een bus in volle vaart op je af. Dit is een acute stresservaring waarop je lichaam onmiddellijk reageert. De hersenen, of meer bepaald een orgaantje dat de hypothalamus heet, reageert direct en scheidt het CRH-hormoon af. Dit hormoon activeert een volgend kliertje (de hypofyse) dat onderaan de hersenen hangt. Op zijn beurt scheidt de hypofyse hormonen uit die in het bloed terechtkomen en de bijnieren stimuleren tot de aanmaak van het stresshormoon cortisol en adrenaline. De gevolgen van adrenaline voel je onmiddellijk: je polsslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt, je wordt alerter, je bloed trekt weg uit het maagdarmstelsel en komt beschikbaar voor je lichaamsspieren om snel te kunnen reageren. Er wordt suiker (glucose) aangemaakt om de spieren genoeg energie te geven. Je bent nu klaar om te vechten of hard weg te lopen – fight or flight. Het laatste verdient de voorkeur in het geval van de autobus. Om te voorkomen dat de stress gierend uit de hand loopt, heeft het stresshormoon cortisol nog een tweede werking. Het remt de aanmaak van CRH, het hormoon dat aan het begin van de reactieketen staat. Daardoor is het stressgevoel tijdelijk. De stress-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier) is essentieel om op gevaar te reageren. Het juist functioneren van deze hormonenparade is nodig om aan allerlei bedreigende situaties het hoofd te bieden. Anderzijds is het belangrijk dat dit systeem tijdig wordt uitgeschakeld, anders is de waterschade groter dan de brandschade.

Stresstest

De stress-as heeft te maken met acuut reageren op bedreigende situaties, maar wat heeft hij te maken met depressies? Dit blijkt als proefpersonen de stof dexamethason krijgen toegediend. Bij gezonde proefpersonen legt deze stof de stress-as lam: de bijnier produceert nauwelijks cortisol. Al in de jaren zestig ontdekten onderzoekers dat deze stof bij sommige depressieve personen de stress-as niet stillegt. Blijkbaar is de stress-as overactief of er is iets mis met het biologisch systeem dat de stress-as uitschakelt. Vooral patiënten met zware depressies vertonen deze afwijking. De test blijkt bovendien gestoord te zijn bij een aantal mensen die erg angstig zijn. De laatste jaren werd een meer specifieke test ontwikkeld. Bij deze test krijgt de patiënt naast dexamethason ook het hormoon dat de hypothalamus uitscheidt (CRH) toegediend. Deze combinatietest geeft afwijkende resultaten bij meer dan negentig procent van de patiënten met een depressie. Bij de meeste mensen met een depressie functioneert de stress-as weer normaal zodra de depressie voorbij is. Bij Petra echter blijft het systeem hyperactief. Nu blijkt dat juist mensen zoals Petra een hoge kans hebben om opnieuw depressief te worden. Zo’n hyperactieve stress-as kunnen mensen oplopen na een traumatische levenservaring. Onderzoek toonde aan dat proefdieren die op zeer jonge leeftijd van de moeder worden gescheiden (wat een traumatische ervaring oplevert) levenslang een hyperactieve stress-as behouden. Dit geldt niet alleen voor dieren: uit een grote klinische studie blijkt dat volwassen vrouwen die als kind fysiek of seksueel zijn misbruikt, in panieksituaties meer stresshormonen aanmaken dan anderen. Het verband tussen vroegkinderlijk trauma en depressie op volwassen leeftijd is al lang bekend. De stress-as lijkt nu een van verantwoordelijke systemen te zijn.

Familie met depressie

Hoe zit het dan met de genetische aanleg voor depressie? Speelt de stress-as hierin een belangrijke rol? Florian Holsboer en zijn medewerkers van het Max Planck Instituut in München is intensief bezig met de studie hiervan. Zij onderzochten families waarin regelmatig depressies voorkomen. De onderzoekers veronderstelden dat deze mensen een genetisch kenmerk met zich meedragen dat hen gevoeliger maakt voor depressie. In deze families onderzochten ze personen die zelf nooit depressief waren geweest, maar door hun genetische verwantschap een verhoogd risico hebben, de zogenaamde high risk probands. Een aantal van hen vertoonde inderdaad de typische afwijkingen in de stress-as die ook depressieve patiënten vertonen op de combinatietest. Wanneer deze mensen enkele jaren later opnieuw werden onderzocht, vertoonden ze nog steeds dezelfde afwijkingen. Blijkbaar wordt overactiviteit van de stress-as in deze families als een stabiel, genetisch bepaald kenmerk doorgegeven. Dit kenmerk is waarschijnlijk bij sommige dragers van die afwijking, hoewel niet bij iedereen, verantwoordelijk voor klinische depressies. De verstoring van de stress-as leidt alleen tot een depressie wanneer er chronische stress of negatieve levenservaringen bijkomen. De aangetaste stress-as beïnvloedt op zijn beurt andere biologische systemen. Hierbij denken onderzoekers vooral aan afwijkingen in de werking van neurotransmitters (signaalstoffen) in de hersenen, zoals serotonine en noradrenaline. De huidige antidepressiva werken in op deze neurotransmitters. De depressie neemt daardoor wel af, maar het is duidelijk dat deze middelen slechts symptomen bestrijden en het probleem niet bij de wortels aanpakken. De zoektocht naar de genetische variaties die de aanleg voor depressie verhogen, is al jarenlang bezig. De zoektocht naar genen die coderen voor eiwitten die in de stress-as werkzaam zijn, is echter net begonnen. De onderzoekers verwachten dat sommige van deze genen variaties bevatten die de aanleg voor depressie verhogen. Een beter inzicht in wat er misloopt met de stress-as moet mensen zoals Petra van hun depressie afhelpen. Hopelijk komt dat inzicht voor Petra niet te laat.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 januari 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.