Je leest:

Dement door je nierziekte

Dement door je nierziekte

Auteur: | 3 januari 2020

Het bewijs voor de claim dat nierschade een negatieve invloed heeft op het brein stapelt zich op. Verschillende studies wijzen uit dat nierpatiënten een twee keer zo hoge kans hebben op cognitieve achteruitgang als gezonde volwassenen. De relatie tussen de nieren en het brein is complex en wordt daardoor nog vaak over het hoofd gezien.

Nierschade gaat vaak gepaard met mentale klachten, zoals slaapproblemen.

Op het eerste gezicht hebben de nieren en het brein niet veel met elkaar te maken. Toch gaat nierschade vaak gepaard met mentale klachten, zoals slaapproblemen of depressie. Sinds de jaren dertig heeft onderzoek aan de hersenen van overleden patiënten uitgewezen dat nierschade een negatieve invloed heeft op het brein. Er zijn beschadigingen zichtbaar die wijzen op cognitieve achteruitgang of zelfs dementie. Hoe die schade ontstaat, is nog voor een groot deel onduidelijk. De relatie tussen de nieren en het brein is dan ook complex.

Filtratiesnelheid

In 2017 brachten wetenschappers van het Alzheimer Centrum Limburg (onderdeel van Maastricht University) recente kennis over nierschade en het risico op dementie samen. Zij combineerden vijf onderzoeken met in totaal bijna achtentwintigduizend personen. Daaruit volgde een duidelijke conclusie: mensen met eiwitverlies in de urine (albuminurie) hebben een 35 procent hogere kans om cognitieve achteruitgang of dementie te ontwikkelen. Albuminurie is een belangrijke maat voor een verslechterde nierfunctie.

De nieren zuiveren het bloed door schadelijke stoffen af te voeren in urine. Bij gezonde mensen zorgen de nierfilters ervoor dat eiwitten, zoals albumine, achterblijven in het bloed. Bij patiënten met nierschade doen deze filters hun werk niet meer goed. Daardoor is het mogelijk dat eiwitten in de urine terechtkomen. Albumine is een klein eiwit en kan al bij minimale beschadigingen aan de nierfilters in de urine gaan lekken.

Uitgelicht door de redactie

Klimaatwetenschappen
Stikstof uit de stal strippen

Biologie
Australië staat in brand

Neurowetenschappen
‘Je hersenen gaan niet alleen maar achteruit na je vijftigste’

Naast albuminurie is ook de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) van belang bij het bepalen van de nierfunctie. Gezonde nieren filteren meer dan negentig milliliter bloed per minuut. Bij ernstige schade kan dit zakken tot minder dan vijftien milliliter per minuut. Er is ook een relatie tussen de geschatte GFR en cognitieve achteruitgang. In een recente overzichtspublicatie in het vakblad Nephrology, Dialysis, Transplantation stellen artsen en onderzoekers dat patiënten met nierschade 30 tot 63 procent kans hebben om cognitieve achteruitgang te ontwikkelen. Die kans is ongeveer twee keer zo hoog als bij gezonde mensen van dezelfde leeftijd. Hoe lager de geschatte GFR, hoe hoger het risico op cognitieve achteruitgang.

Grijze stof en witte stof

Wat verandert er dan in de hersenen van patiënten met nierschade en cognitieve achteruitgang? Ook daar is in de overzichtspublicatie naar gekeken en er blijkt een opvallend verschil te zijn tussen de hersenen van patiënten met cognitieve achteruitgang in combinatie met nierschade en op zichzelf staande cognitieve achteruitgang. Bij die laatste groep is vooral de grijze stof in de hersenen beschadigd. En dan met name in de amygdala en de hippocampus, hersengebieden die een belangrijke rol spelen bij het opslaan van informatie en het leggen van verbanden. Bij cognitieve achteruitgang in combinatie met nierschade is met name de witte stof aangedaan. Die is nodig voor de communicatie tussen hersencellen onderling. Wat dit verschil betekent, is nog onduidelijk.

Grijze stof en witte stof in de hersenen. De grijze stof omvat de cellichamen van de zenuwcellen voor het verwerken van informatie. De witte stof omvat lange uitlopers van zenuwcellen, die de verbinding vormen tussen gebieden van grijze stof. Deze zenuwvezels verzorgen de overdracht van informatie. De vezels zijn voorzien van een vettig omhulsel voor een snellere zenuwgeleiding, dat er op hersenscans en bij autopsies wit uitziet.

Gedeelde risicofactoren

Blijkbaar spelen er bij op zichzelf staande cognitieve achteruitgang andere factoren een rol dan bij cognitieve achteruitgang in combinatie met nierschade. Waarom cognitieve achteruitgang en nierschade vaak samen voorkomen, is deels te verklaren. “Bloedvaatjes in de nieren en hersenen lijken sterk op elkaar”, zegt Kay Deckers, onderzoeker aan het Alzheimer Centrum Limburg. “Ze zijn dan ook gevoelig voor dezelfde risicofactoren. Dit zijn bijvoorbeeld hoge bloeddruk, overgewicht, suikerziekte, een hoog cholesterolgehalte en roken.” Een deel van die factoren beïnvloed je zelf. Daarbij geldt: wat goed is voor je brein is ook goed voor je nieren, en omgekeerd.

Alzheimer Centrum Limburg ontwikkelde de app MijnBreincoach. Als gebruiker kun je met die app je leefstijl onder de loep nemen en ontdekken op welke gebieden je nog beter voor je hersenen zou kunnen zorgen. “Je kunt in de app ook aangeven dat je een nierziekte hebt”, legt Deckers uit. “Doel van onze campagne is om risicoreductie van dementie onder de aandacht te brengen. Bij het algemene publiek, maar zeker ook bij artsen. Want op dit moment is de link tussen nierschade en cognitieve achteruitgang nog te vaak onbekend.”

Artsen screenen niet standaard op cognitieve achteruitgang, omdat er geen behandeling voor is. Toch zouden ze bij vergeetachtigheid, tekenen van depressie of een veranderd slaappatroon aan cognitieve achteruitgang kunnen denken en patiënten ondersteunen bij veranderingen in de leefstijl, meent Deckers.

Dialyse helpt niet om cognitieve achteruitgang te vertragen.

Verbetering na niertransplantatie

Zulke veranderingen vertragen de cognitieve achteruitgang wellicht wat, maar stoppen het niet. Er speelt namelijk nog meer. Beschadigde nieren zuiveren het bloed minder goed, waardoor afvalstoffen zich ophopen. Die afvalstoffen hebben misschien een direct effect op de hersenen. Daarnaast zijn de nieren verantwoordelijk voor de productie van allerlei nuttige eiwitten, bijvoorbeeld eiwitten die een rol spelen bij de ontwikkeling van zenuwcellen.

Welke mechanismen hierachter zitten, is nog niet bekend. Het is wel duidelijk dat cognitieve achteruitgang verbetert na niertransplantatie, maar niet na dialyse. Dat doet vermoeden dat de oorzaak ligt in factoren die met dialyse niet, of niet voldoende, worden aangepakt. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen welke factoren dit zijn.

Het is al vrij lang duidelijk dat nierschade de werking van de hersenen beïnvloedt. Hoe die relatie precies in elkaar zit, is op veel punten nog vaag. De link tussen het brein en de nieren is lang onderschat. Tijd voor een inhaalslag.

Bronnen:

  • Kay Deckers e.a. Dementia risk in renal dysfunction Neurology, 14 december 2016 (online), doi:10.1212/WNL.0000000000003482
  • Davide Viggiano e.a. Mild cognitive impairment and kidney disease: clinical aspects Nephrology, Dialysis, Transplantation, 9 april 2019 (online), doi:10.1093/ndt/gfz051
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 januari 2020

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.