Je leest:

De wetenschap van het flirten

De wetenschap van het flirten

Auteur:

Het lichaam speelt een dominerende rol bij het flirten. Niet voor niks zeggen we dat ons hart sneller klopt en dat we vlinders in onze buik krijgen. Hormonen en neurotransmitters zetten ons in vuur en vlam als we verliefd zijn, en lichaamstaal blijkt doorslaggevend bij het versieren van je nieuwe grote liefde.

Maar weinig mensen zullen zeggen dat ze niet op zoek zijn (geweest) naar die ene ware liefde. En je hebt ook vast wel eens de verhalen gehoord waar het versieren van die ware liefde bijna vanzelf ging. De meeste van ons zijn echter niet zo gelukkig en moeten alles uit de kast halen om het object van hun affectie te versieren. De juiste kleding, het juiste geurtje en de juiste openingszin. Vooral het laatste krijgt veel aandacht, getuige de meer dan 57.000 hits die het woord ‘openingszin’ oplevert in Google. Het aantal hits op ‘pick-up line’overstijgt zelfs makkelijk de 45 miljoen.

Erg belangrijk dus, of toch niet? De wetenschap leert ons dat wat je zegt helemaal niet zo belangrijk is bij het flirten en versieren van iemand die je leuk vindt. Je lichaam doet het eigenlijke werk: intern door een samenspel van hormonen en neurotransmitters en extern door je lichaamstaal. Dus vergeet “kom je hier vaker?” en “weet je toevallig hoe laat het is?” en vertrouw op je lichaam om de persoon die je vlinders in je buik bezorgd te versieren.

Iemand om mee te flirten

Voordat je ook maar aan flirten toe komt, heb je natuurlijk wel iemand nodig die je de moeite waard vindt. Niemand vind iedereen even aantrekkelijk, en flirten met iemand die je niet aantrekkelijk vindt doe je niet met plezier. Het lijkt alsof we allerlei bewuste redenen hebben om iemand wel of niet aantrekkelijk te vinden. Desgevraagd kun jij waarschijnlijk ook wel uitleggen op welk type je valt: donker of blond, lang of klein, dik of dun. Maar weet je ook waarom?

Vanaf ons achtste levensjaar beginnen we met het vormen van een soort liefdesplattegrond, die later zal bepalen of we bijvoorbeeld op brunettes of blondines zullen vallen, aldus seksuoloog John Money.

Dat vroeg seksuoloog John Money zich ook af. Volgens hem vormen we onze smaak over wat we aantrekkelijk vinden al in onze jeugd. Vanaf ons achtste levensjaar beginnen we een soort onbewuste mentale blauwdruk te vormen van wat we later aantrekkelijk gaan vinden. Deze blauwdruk wordt gevormd door allerlei elementen uit onze omgeving: de pretoogjes van onze buurjongen, de lach van je tante, het gevoel voor humor van je moeder. Al deze indrukken laten hun sporen na in de hersenschors en vormen hier een soort ‘liefdesplattegrond’ voor later. Als je dan iemand tegenkomt die aan jouw mentale blauwdruk voldoet, is er grote kans dat je die persoon aantrekkelijk vindt.

Kiezen met je neus

Maar daarmee ben je er nog niet. Want ook je neus speelt een belangrijke rol in het selectieproces. Naast het ruiken van allerlei geuren is je neus namelijk ook verantwoordelijk voor het registreren van feromonen. Feromonen zijn een soort hormonen die elk mens afscheidt via de zweetklieren vooral in de oksels en bij de geslachtsorganen. Ze zijn geurloos, en worden door een speciaal orgaantje in de neus – het vomeronasaal orgaan – opgevangen. Feromonen zijn een soort seksueel lokmiddel en het opvangen daarvan kan voortplantingsgedrag activeren. Als je dus veel feromonen waarneemt ben je eerder geneigd iemand te versieren. Erg romantisch klinkt het niet, maar effectief is het wel.

Hoe belangrijk en krachtig feromonen zijn, wordt geïllustreerd door het volgende experiment. Gedurende acht weken moesten 38 mannen nauwkeurig bijhouden hoe vaak ze knuffelden en seks hadden. De ene helft van deze mannen kreeg een gewone aftershave, bij de andere helft zaten er feromonen in de aftershave. Wat bleek? De mannen die aftershave mét feromonen gebruikten waren seksueel veel actiever dan de mannen zonder de speciale aftershave ( foto door Ophelia).

Feromonen en (andere) geurstoffen bevatten namelijk cruciale informatie over iemands zogenaamde Major Histocompatibility Complex (MHC, bij mensen ook wel HLA genoemd: humaan leucocyten antigeen). Elk mens heeft een geheel eigen HLA-codering in zijn genen. Dit bepaalt onder andere de manier waarop iemand afweersysteem tegen ziektes functioneert. Een experiment heeft uitgewezen dat zowel mannen als vrouwen een voorkeur hebben voor de lichaamsgeur van iemand die een totaal andere HLA-codering heeft. Logisch, als je bedenkt dat een kind van beide ouders genetisch materiaal ontvangt en dus meer overlevingskansen heeft als hij zoveel mogelijk ziektes kan afweren. De ware Jacob of Jacoba moet dus eerst nog een selectie van je neus doorstaan: verschilt zijn of haar HLA wel voldoende van het jouwe?

Vlinders in je buik

Als je iemand bent tegengekomen die aan je mentale blauwdruk voldoet en waarvan de feromonen en HLA in goede aarde vallen, wordt in de hersenen een chemisch proces in gang gezet. Hiervoor is het limbisch systeem in de hersenen verantwoordelijk. Dit deel van ons brein is verantwoordelijk voor onder andere emoties als agressie, angst en genot. Ook seksuele opwinding en voortplantingsgedrag worden voor een deel vanuit dit systeem aangestuurd. Als je iemand aantrekkelijk en leuk vindt, stuurt het limbisch systeem de aanmaak van het stofje fenylethylamine (PEA) aan. Dit stofje heeft op ons ongeveer hetzelfde effect als amfetamines, die je ook in als werkzame stof bijvoorbeeld speed aantreft. Je voelt je dus niet alleen in de zevende hemel, je bent ook daadwerkelijk ‘high’.

Hier houdt het nog niet op. Het stofje PEA brengt namelijk ook de productie van extra adrenaline op gang. Normaal gesproken maken we dit hormoon aan als we in de stress zitten of als we bedreigd worden. Het maakt je lichaam klaar om te vechten of vluchten. Of in het geval van liefde: knikkende knieën en gestotter en gestamel als je met de persoon probeert te praten op wie je oogje (of neusje) hebt. Bovendien zorgt PEA dat je lichaam van extra dopamine voorzien wordt. Deze neurotransmitter maakt ons euforisch en intens gelukkig. Het effect is te vergelijken met het gebruik van cocaïne, een drug die zorgt dat dopamine langer zijn werk kan doen in het lichaam. Ook de vlinders in je buik komen van de dopamine: deze stof is namelijk ook betrokken bij het hongergevoel en de ‘drive’ om op zoek te gaan naar eten.

Flirten doe je non-verbaal

Dankzij je lichaam ben je ondertussen al een eind gekomen: je hebt iemand gevonden die je leuk vindt en allerlei stofjes razen door je lichaam die ervoor zorgen dat je je goed voelt. Maar de echte uitdaging moet nog komen, want hoe laat je het object van je affectie nu merken wat jij allemaal voelt? Zoals gezegd helpt de ideale openingszin je niet veel verder. Het is namelijk zo dat in je communicatie met anderen, slechts zo’n 30% van de boodschap wordt overgedragen door uitgesproken woorden (de verbale communicatie). De overige 70% van de boodschap bestaat uit nonverbale signalen: lichaamstaal dus.

Deze cijfers lopen op als het gaat om een zogenaamde ‘gevoelsboodschap’, bijvoorbeeld als je iemand wilt laten merken dat je hem of haar wel ziet zitten. Onderzoek heeft uitgewezen dat in dit geval de non-verbale signalen wel vijf keer zo veel effect hebben dan de verbale. En misschien is dat maar goed ook, gezien het feit dat je hoge concentratie adrenaline in je lichaam bij veel mensen het gevolg heeft dat ze helemaal niet meer uit hun woorden kunnen komen als ze oog in oog staan met hun potentiële partner.

Lichaamstaal is tijdens het flirten wel vijf keer zo effectief als wat je zegt. Oogcontact, nabijheid, glimlachen: allemaal signalen die duidelijker spreken dan duizend woorden.

Oogcontact

Een belangrijk non-verbaal signaal tijdens het flirten is het tot stand brengen van oogcontact. Niet alleen kun je hiermee duidelijk maken dat je iemand leuk vindt, het is ook een relatief veilige manier om erachter te komen of iemand hetzelfde van jou vindt. Wetenschappers spreken in deze context van plagerig-uitdagende signalen. Oogcontact bestaat vaak uit mengeling van twee vormen. De eerste is de bekende broeierige, trage en langdurige blik in elkaars ogen. Dit wordt vaak afgewisseld met zijdelingse, korte blikken in elkaars richting, waarna snel nadat oogcontact is gemaakt weer wordt weggekeken. Vaak houden de flirtende partijen hun hoofd iets schuin en er wordt veel geglimlacht tijdens het oogcontact.

Verloopt het ‘oogcontact-spel’ succesvol, dan biedt dit vaak een basis voor het maken van een praatje. Hoe je dat praatje begint is niet zo belangrijk. Dit blijkt wel uit het feit dat wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat een simpel “hallo” in de meeste gevallen het beste werkt om het ijs te breken. Put je dus maar niet uit in gevatte en seksuele toespelingen. Openingen als “Hoe wil je je eieren? Bevrucht?” slaan niet aan en worden over het algemeen smakeloos gevonden. In plaats daarvan kun je beter vertrouwen op de lichaamstaal om de boodschap afgeleverd te krijgen.

Lichaamstaal tijdens het gesprek

Tijdens het gesprek zijn nabijheids- en aanrakingssignalen ontzettend krachtige vormen van lichaamstaal. Als twee mensen succesvol met elkaar aan het flirten zijn, zullen ze elkaar steeds dichter naderen. Ze laten elkaar toe in hun zogenaamde ‘intieme ruimte’. Ieder mens heeft een aantal zones om zich heen waarbinnen mensen zich al dan niet mogen begeven. Deze zones verschillen wat per cultuur, maar mensen zijn over het algemeen bijzonder goed in het respecteren van deze onzichtbare grenzen. De buurvrouw met wie je een praatje maakt over het weer zal waarschijnlijk niet verder dan 1,50 meter van je afstaan, maar nooit dichterbij komen dan 0,50 meter. Hiermee bevindt zij zich in je ‘persoonlijke ruimte’. Alleen mensen met wie je intieme betrekking hebt of wilt aanknopen, zijn toegestaan om dichter dan een halve meter te naderen. Laat iemand je deze ‘intieme zone’ betreden zonder terugtrekkende bewegingen te maken, dan is dat dus een duidelijk signaal dat je flirtpogingen succes hebben.

De verschillende zone’s van nabijheid. Bron: Communicatieleer door F.R. Oomkes, 2000

Aanraking speelt ook een grote rol. Het kan zowel gaan over het aanraken van jezelf als de ander. Vrouwen die aan het flirten zijn hebben de neiging om met hun vingers hun gezicht of heupen aan te raken. Dit is een signaal voor de man: door zichzelf te betasten geeft ze aan ook graag door de man aangeraakt te willen worden. Mannen zullen iets eerder geneigd zijn de ander aan te raken op niet-seksuele plekken zoals de elleboog en de schouder, om aan te geven dat ze in zijn voor lichamelijk contact. Het aanraken van elkaars handen of knieën is al meteen een stuk intiemer. Vandaar dat hierbij vaak eerst wat algemenere aanrakingen van beide kanten aan vooraf gaan. Dit is een non-verbale manier om te vragen of de ander het zeker weet.

Spiegelen

Zowel voor als tijdens het gesprek zul je vaak merken dat mensen die in elkaar geïnteresseerd zijn, elkaars lichaamshouding en bewegingen spiegelen (nadoen). Spiegelen is een soort onbewust sociaal smeermiddel dat ook wordt gebruikt buiten het flirten. Zo imiteren mensen ook in situaties van machtsongelijkheid vaak hun meerdere. Maar ook tijdens het flirten bewijst het spiegelen goede diensten, in het bijzonder omdat het één van de weinige vormen van lichaamstaal is die je bewust kan uitvoeren zonder dat het opdringerig of overdreven lijkt. Mensen vinden het over het algemeen fijn om gespiegeld te worden en zullen – als ze je leuk vinden – reageren door op hun beurt jouw lichaamshouding en bewegingen te spiegelen.

Dit spiegelen gaat meestal onbewust en gemakkelijk. Dit komt omdat onze hersenen hier erg goed voor zijn uitgerust. Ze bevatten namelijk speciale neuronen – toepasselijk spiegelneuronen genoemd – die niet alleen de bewegingen en lichaamshouding van een ander registreren, maar ook de bijbehorende hersenactiviteit en zelf emoties nabootsen in je eigen brein. Dus als je iemand heel erg leuk vindt, is het misschien zomaar mogelijk dat die persoon dat gevoel door zijn spiegelneuronen overneemt!

De wetenschap van het flirten

Het lijkt zo behoorlijk ingewikkeld, dat flirten. Nadat je hersenschors en je neus iemand hebben uitgezocht en allerlei hormonen en neurotransmitters op je hebben losgelaten, moet je ook nog oogcontact opbouwen, aanraken, dichterbij komen en spiegelen. Het goede nieuws is dat het helemaal niet zo moeilijk is. Bijna al dit gedrag gaat namelijk onbewust en daardoor vrijwel automatisch. Ook het interpreteren van de lichaamstaal van de ander wordt je uit handen genomen door je eigen hersenen, die deze signalen onbewust waarnemen en hier weer op reageren. Dus als je vertrouwt op je lichaam en hersenen gaat flirten eigenlijk vanzelf en dat is hoopvol nieuws voor al die mensen die nog op zoek naar die ene ware liefde.

Bronnen

Communicatieleer – Frank R. Oomkes (2000) Chemie van de liefde – Patricia Oomen in Psychologie Magazine (mei 2004) Liefde gaat door de neus – Ad Vingerhoets in Minds (december 2005) Flirten: we kunnen het niet laten – Lichaamstaal.nl What Social Science can tell you about flirting and how to do it – Sirc.org Taalrecorddag: de beste openingszin – in Onze Taal (februari 2004)

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 juni 2006

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE