Je leest:

De veranderende status van het Berber

De veranderende status van het Berber

Auteur: | 20 december 2017

De Berbertalen in Noord-Afrika zijn in opmars. Werden ze aanvankelijk nog doodgezwegen, nu leren Marokkaanse kinderen de taal op school en zwaaien demonstranten in de Rif met Berbervlaggen. Hoe het tij kon keren, laat hoogleraar Berberstudies Maarten Kossmann zien in zijn oratie.

In Nederland is het Berber vooral bekend als de erfgoedtaal van de Marokkaanse migranten en hun nakomelingen. Veel Marokkaanse Nederlanders komen uit de Rif, een gebied in het noorden van Marokko waar men van oudsher Berber spreekt. Maar de taal strekt zich uit over een veel groter oppervlak: het wordt gesproken in heel Noord-Afrika tot in de Sahel. “Het gaat om een grote taalfamilie”, zegt Kossmann, “vergelijkbaar met de Romaanse of Germaanse taalfamilie.”

Kossmann is hoogleraar Berberstudies in Nederland. In november sprak hij zijn oratie uit aan de Universiteit Leiden. Hierin laat hij zien hoe de taalsituatie in de Berberregio een spiegel vormt voor de historische ontwikkelingen. Hij zoomt onder andere in op Marokko en de bonte verscheidenheid aan talen.

Khalid Mourigh doet aan de Universiteit Leiden onderzoek naar het Marokkaans Nederlands, en de invloeden die daarin aanwezig zijn van Arabisch en Berber. Lees meer over zijn onderzoek in dit interview op Kennislink uit 2016.

Over op het Arabisch

Berber komt van het Latijnse woord Barbarus, en is de traditionele Arabische benaming voor de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika. Je komt de term al tegen in Klassiek Arabische teksten, vertelt Kossmann. In het Berber zelf is de traditionele benaming Tamazight. Het was ooit de belangrijkste taal in Noord-Afrika, maar in de loop van de geschiedenis gaan in dit gebied andere talen een belangrijke rol spelen.

De stichting van Carthago (814 voor Christus) brengt het Fenicisch naar deze regio, een semitische taal uit Libanon. Vanaf de tweede eeuw voor onze jaartelling komt door de Romeinse veroveringen in Noord-Afrika ook het Latijn op, vooral in grote steden als Tunesië. Het Arabisch tenslotte, komt ten tonele met de islamitische veroveringen in de zevende eeuw na Christus. Kossmann: “Vanaf dat moment vindt een langzaam proces van arabisering plaats. Het wordt ook versterkt doordat groepen mensen vanuit het Arabisch Schiereiland richting Noord-Afrika trekken. En dan zie je dat heel veel Berbertaligen overgaan op deze taal.”

Prestigetalen

Het Arabisch is een overkoepelende term, legt Kossmann uit, voor meerdere varianten. Zo heb je een officiële variant, het Klassiek of Standaard Arabisch, en een gesproken variant. Die gesproken variant verschilt per regio: zo is het Arabisch van Noord-Afrika heel anders dan dat van Egypte, Syrië of Palestina. Het gesproken Arabisch gebruik je in conversaties, Klassiek Arabisch niet.

“Je kunt het vergelijken met het vroegere Latijn”, zegt Kossmann. “Het is een taal die je gebruikt voor belangrijke dingen, vooral monologen. Denk aan een lezing, een toneelstuk, een toespraak van de koning. Maar ook een roman en een nieuwsbulletin zijn in Standaard Arabisch. Een andere taal met prestige is het Frans, die kun je wel in conversaties gebruiken. Maar over het algemeen gebruikt men in de mondelinge communicatie een Arabisch dialect of een Berbertaal.”

Berberpolitiek

In zijn oratie belicht Kossmann ook de situatie in Marokko. Het was de Franse kolonisator die in de negentiende eeuw voor het eerst echt een label plakte op het Berbervolk. “De kolonisator zag mensen met een gemeenschappelijke taal, heel anders dan die van de Arabieren. Het paste goed in de koloniale gedachte dat Noord-Afrika versnipperd was, en dat de kolonisator weer moest zorgen voor eenheid. Het paste bovendien in het Europese Romantische gedachtegoed: een taal, een volk. De kolonisator zag de Berbertaligen als één, maar dat gold niet voor henzelf. Berber zijn – als overkoepelende identiteit – had voor hen weinig betekenis. Ze woonden te ver af van elkaar om zich verbonden te voelen.”

In 1956 werd in Marokko de onafhankelijkheid uitgeroepen. “De onafhankelijkheidsbeweging begint met een groot protest tegen de Franse Berberpolitiek”, zegt Kossmann, “en is heel sterk geïnspireerd door het Arabisch nationalisme: het idee dat er één grote Arabische natie bestaat van Jemen tot de Atlantische oceaan, die eigenlijk een eenheid zou moeten zijn. Enerzijds werd de Berberidentiteit neergezet als koloniale constructie. Anderzijds werd benadrukt dat iedereen Arabier was. Voor het Berber was geen plaats meer. Van 1956 tot 1990 werd eigenlijk ontkend dat het Berber bestond.”

Erkenning van het Berber

In de jaren negentig, nog onder Hassan II, komt er een reactie op het Arabisch nationalisme. Dat begint in Algerije met de grote islamitische burgeroorlog. “Op dat moment worden de fundamentalistische salafisten de belangrijkste vijand van het Marokkaanse regime. Het zorgt voor een andere kijk op het Berbers. Eerst wordt besloten dat het Berber een van de vele nationale dialecten is. Dat is al een grote verandering.”

In 2001 onder koning Mohammed VI wordt het Berber Instituut geopend. Dat krijgt als opdracht om de Berberse taal en cultuur zichtbaar te maken in Marokko. “Voor het eerst gaat men Berber onderwijzen op de lagere school. In 2011 wordt het zelfs als tweede nationale taal in de grondwet opgenomen. Officieel is de status van het Berber nu zelfs hoger dan het Frans.”

Berbervlag
Bij een voetbalwedstrijd in Algerije zwaait men met een Berbervlag.

De dagelijkse praktijk

Toch is de praktijk heel anders, weet Kossmann. Eigenlijk is vooral het Marokkaans Arabisch in opmars. Dat neemt steeds meer functies over van het Frans en het Klassiek Arabisch. “Je ziet het heel duidelijk op televisie. Wasmiddelreclames of verkiezingsspotjes zijn steeds vaker in het Marokkaans Arabisch. Ook het Berber komt in de verdrukking, want meer ouders kiezen ervoor om hun kinderen op te voeden in Marokkaans Arabisch, omdat ze denken dat ze daar verder mee komen.”

Maar hoe zit dat dan met de erkenning van het Berber, heeft die geen effect? “Er wordt wel geld in gestopt, maar er is geen duidelijk beleid. Het probleem is dat het Berber geen geschreven traditie kent, maar vooral ook dat er veel variëteiten zijn. Om de taal te kunnen onderwijzen, is nu een standaard ontwikkeld die niemand kent. Die bestaat alleen in de schoolboeken. Het zou net zoiets zijn als dat je voor Duits, Engels en Nederlands één standaard zou maken. Die arme kinderen leren nu eindeloos woorden die ze nooit van hun leven zullen gebruiken.”

Tegelijkertijd ziet Kossmann ook een positieve uitwerking van de erkenning. “Het heeft wel een sterke symbolische waarde. Voor het eerst viert men zoiets als Berbers nieuwjaar, en dat wordt uitgezonden op tv. Men organiseert Berberfestivals. En bij de grote demonstraties in Marokko, die verder niet over Berber gaan maar over goede voorzieningen en tegen corruptie, zwaait men toch ook met Berbervlaggen. Het geeft mensen een gevoel van eigenheid, ze zijn nu trots dat ze Berber zijn.”

Bron:

Maarten Kossmann: Van Carthago tot Gouda‐Oost: over Berberstudies. Inaugurele rede uitgesproken aan de Universiteit Leiden op 13 november 2017.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 december 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.