Je leest:

De toekomst van onze groentes

De toekomst van onze groentes

Auteur: | 1 mei 2015

Zaad is het begin van het plantenleven. Zonder zaad geen voedsel. Maar er is veel commotie ontstaan rondom ons zaaigoed. Eind maart 2015 heeft het Europees Octrooibureau besloten dat natuurlijke eigenschappen van planten gepatenteerd kunnen worden. En daarmee laait de discussie verder op: van wie zijn onze groentes eigenlijk?

EOB trekt patentrecht op zaaigoed terug

Toen het Europees Octrooibureau (EOB) maart 2015 toestond dat nieuwe groente- en fruitvarianten gepatenteerd mochten worden, leidde dat tot hevige discussie. Van wie ‘zijn’ onze groentes eigenlijk? Kan iemand daar eigenlijk wel het eigendom op claimen? En vinden we het acceptabel dat bepaalde partijen hier heel veel geld aan verdienen? Februari 2017, slechts twee jaar later, heeft het EOB besloten het patentrecht op groente en fruit weer terug te trekken.

Het handelen in zaad is een lucratieve business. Een kilo tomatenzaad is meer waard dan een kilo goud. Logisch dus dat veel bedrijven van het verkopen van zaden hun kernactiviteit gemaakt hebben. Dit soort bedrijven dragen echter een enorme maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het zijn immers de ontwikkelaars van onze groentes en aardappelen, ons fruit en brood. Ze verdienen geld met het verhandelen van primaire levensbehoeften.

Omstreden bedrijven

Multinationals als Syngenta en Monsanto handelen in zaaizaad en hebben de afgelopen tientallen jaren veel kleinere zaadbedrijven overgenomen waarmee ze zichzelf een steeds sterkere positie in de markt verschaffen. Bovendien hebben nieuwe ontwikkelingen in de gentechnologie ervoor gezorgd dat deze grote zaadbedrijven hun eigengemaakte groentes proberen te patenteren. Door veredeling ontwikkelen ze groentes met wenselijke eigenschappen. Ze zien het als een uitvinding, en dus octrooieren ze het. Het geeft ze de macht en het alleenrecht over hun gepatenteerde zaden. Intelligent, maar het maakt ze omstreden.

Veredelen is niets anders dan het verbeteren van plantenrassen. Zaadbedrijven zijn constant op zoek naar planten met de beste eigenschappen op het gebied van smaak, kleur, vorm en resistentie tegen ziektes. Dit is een tijdrovend proces wat meer dan tien jaar kan duren. Dat kost geld, en dus zien bedrijven graag iets terug voor hun investering in innovatie.

Veredelaars kunnen van alles met hun groentes: bijvoorbeeld het maken van een paarse bloemkool.

Kwekersrecht en patenten

In Nederland, en veel andere landen, bestaat daarvoor het zogenaamde kwekersrecht. Het kwekersrecht is een softe vorm van patentering. Bij het kwekersrecht hebben kwekers 25 jaar het recht hun zaden te exploiteren, maar daarbij mogen andere kwekers wél met het zaad verder kruisen om nieuwe plantenrassen te ontwikkelen. Op die manier staat het nieuwe innovatie niet in de weg doordat anderen gratis met hetzelfde zaad mogen veredelen.

De laatste paar jaren gebruiken bedrijven echter steeds vaker het octrooirecht naast het kwekersrecht. Het octrooirecht is toepasbaar op uitvindingen die nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn. Door ontwikkelingen in de moleculaire biologie, waardoor men meer te weten komt over planten op DNA-niveau, claimen bedrijven als Monsanto en Syngenta nu dat hun nieuwe gewassen een uitvinding zijn, en dus proberen ze de natuurlijke eigenschappen van planten te patenteren. Bij het octrooirecht hebben de uitvinders ongeveer 20 jaar het alleenrecht over alle planten met die eigenschap en mogen anderen alleen verder veredelen als ze in het bezit zijn van een licentie, en die kost veel moeite én geld.

Broccoli met lange steel

Een goed voorbeeld is de broccoli met lange steel. Een dergelijke broccoli is een genot voor de teler, omdat hij makkelijk te oogsten is. Ook voor de ontwikkelaar, Monsanto, die deze broccoli gepatenteerd heeft, is dit positief. Het levert hen immers een flinke smak geld op. Door het patent heeft Monsanto nu het alleenrecht op de broccoli met lange steel. Als je de zaden ook wilt gebruiken, moet je betalen voor een licentie.

Is de broccoli met lange steel een uitvinding? Is het correct dat een dergelijke eigenschap gepatenteerd mag worden?

Flickr.com, RickHarris

Dubbel cashen

Het concept is zelfs vernuftiger. De agrochemische bedrijven Monsanto en Syngenta zijn van origine chemische bedrijven. Ze ontwikkelen en verkopen chemische bestrijdingsmiddelen om onkruid te bestrijden. Deze producten patenteren zij. De genetisch gemodificeerde akkerbouwgewassen die Monsanto ontwikkelt zijn resistent tegen deze bestrijdingsmiddelen. Boeren kopen dus hun zaden plus bijbehorende verdelgers. Dat is dubbel cashen, een extreem efficiënte ondernemingsstrategie.

Bert-Jan Hoff, agrariër die broccoli en bloemkool teelt, koopt zijn zaden onder andere bij Monsanto en Syngenta. Hij denkt dat door de monopolieposities er niet veel over zal blijven van de vrije markt. Hij beschrijft een voorbeeld waarin sojaboeren in Zuid Amerika zaden kochten van Monsanto. Deze zaden waren zo genetisch gemodificeerd dat ze bespoten konden worden met de onkruidverdelger RoundUp. RoundUp is een product van Monsanto. De boeren kochten dus zowel het bestrijdingsmiddel als de zaden bij Monsanto. Een slimme constructie, totdat er een type onkruid opsteekt dat resistent is tegen RoundUp, zegt Hoff. “De boer is door het pact dan de klos. Er zijn geen alternatieven meer. Ze kunnen niets meer verkopen, omdat ze de grip over hun eigen strategie zijn verloren.”

Van wie zijn onze groentes?

Sinds eind maart 2015 heeft het Europees Octrooibureau (EOB) besloten dat natuurlijke eigenschappen die via klassieke veredeling ontwikkeld zijn óók mogen worden gepatenteerd. Vóór deze uitspraak bestond er onduidelijkheid over wat men wel of niet mocht patenteren, waardoor veel aangevraagde patenten, van o.a. Monsanto, Syngenta en het Nederlandse RijkZwaan, op een stapel waren komen te liggen. Volgens Niels Louwaars, directeur van Plantum, de branchevereniging van plantenveredelaars, ligt het in de lijn der verwachting dat die aangevraagde patenten nu met deze nieuwe uitspraak snel gehonoreerd zullen worden. Dat betekent dat bedrijven dus eigenaar zullen worden van meer natuurlijke eigenschappen in verschillende gewassen.

Het brengt ons bij de huidige discussie. Wie is nu de eigenaar van onze groente? Kunnen bedrijven eigenschappen van groentes claimen? Niels Louwaars vraagt zich hardop af of we willen dat we voor ons voedsel afhankelijk worden van een paar bedrijven. Hij maakt de vergelijking met vliegtuigen. “We stappen met zijn allen ook iedere dag een vliegtuig in. Dat is ofwel een Boeing of een Airbus, en daar klagen we niet over. Maar is voedsel anders dan een vliegtuig?”

In andere takken van de economie bestaan ook monopolies (eigenlijk oligopolies, omdat er niet één maar enkele aanbieders zijn). Zo zijn de meeste vliegtuigen een Boeing of een Airbus.
Flickr.com, ChristianJunker

Wel of geen patenten?

Louwaars ziet liever geen octrooien in de zadenindustrie. Zijn organisatie behartigt de belangen van de plantenveredelaars, waar naast ruim driehonderd anderen ook Syngenta en Monsanto zijn aangesloten. “Het is lastig om iedereen tevreden te houden.” Volgens Louwaars gaat het om verschillende bedrijfsstrategieën. “Wil je geld verdienen aan het verkopen van zaaizaad of aan het verkopen van patentlicenties? Dat zijn verschillende business modellen. Veel grote bedrijven doen het allebei.” Toch is Plantum van mening dat teveel octrooien in de plantenveredelingsbranche niet gewenst zijn. “We zijn bang dat teveel octrooien de bewegingsvrijheid van veredelaars zullen beperken.”

Ook Richard Visser, hoogleraar plantenveredeling aan de Universiteit Wageningen, denkt dat de macht in handen van een paar bedrijven kan gaan komen. “Op deze manier wordt het systeem erg juridisch. Kleinere partijen zullen verdwijnen. Voor hen is het financieel lastig alle licenties aan te schaffen om verder te veredelen met het zaad van de concurrent”. Tegelijkertijd merkt hij op dat veel domeinen in de economie al zo’n structuur hebben waarbij enkele aanbieders de dienst uitmaken. “En die lijken redelijk te functioneren. Het feit dat het hier om voedsel gaat, maakt het wellicht voor velen een stuk gevoeliger. Het voelt niet goed als 1 of 2 partijen beslissen over ons voedsel. Aan de andere kant lijkt het een trend van de moderne wereld. Misschien moeten we afscheid nemen van het systeem dat we nu hebben.”

Om de toegang tot genetisch materiaal voor alle bedrijven in de groenteveredeling te verbeteren, is er, onder aanvoering van Syngenta en Rijk Zwaan, het zogenaamde International Licensing Platform opgezet, vertelt Louwaars. Het is een antwoord op de hevige commotie rondom het patenteren van groentes. Op dit platform kunnen bedrijven tegen een redelijke en faire prijs licenties voor planteneigenschappen aan elkaar verkopen. Dit is zowel een handreiking naar de maatschappij als een mogelijkheid om bedrijfsstrategieën op te bouwen. Toch blijven bedrijven in deze constructie geld verdienen aan hun patenten. Bij het kwekersrecht zou dit niet het geval zijn. Opmerkelijk is dat Monsanto zich vooralsnog niet bij dit platform heeft aangesloten.

Is dit iets wat we de multinationals moeten kwalijk nemen? Louwaars vindt van niet: “Er is geen eenduidige oplossing waarmee je alle bedrijven optimaal kunt bedienen. Bedrijven reageren op de huidige wetgeving en passen daar hun strategieën op aan. Als we als maatschappij willen dat er iets verandert, moeten we de wetgever aanspreken.”

Merkt de consument er iets van?

In het slechtste geval kiezen bedrijven ervoor hun patenten überhaupt niet te verkopen. Bedrijven houden de gevonden eigenschap dan voor zichzelf. Louwaars zegt dat ‘iedereen dan in zijn eigen genenpool blijft veredelen, wat de biodiversiteit kan gaan beperken’. Monoculturen kunnen dan ontstaan, waardoor ziektes makkelijker onze voedingsproductie kunnen ontregelen.

Voor de consument zal er echter de komende tijd niet veel veranderen volgens Louwaars. “Je kan nog steeds voor je tomaten naar de supermarkt of de groenteboer. Die zullen daar best blijven liggen.” Ook Visser verwacht niet dat de consument heel veel hinder zal ondervinden als deze trend zich doorzet: “Het is niet realistisch dat onze voedselbeschikbaarheid in gevaar komt. Bedrijven zullen moeten blijven innoveren om rassen te kunnen verkopen. Wel kan het zo zijn dat groentes duurder kunnen worden.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 mei 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.