Naar de content
Faces of Science
Faces of Science

De geschiedenis van de nacht

Aan de donkere hemel is een volle maan te zien.
Aan de donkere hemel is een volle maan te zien.
Pixabay CC0

Op 26 oktober was de Nacht van de Nacht. Historicus Adriaan Duiveman stelt dat deze georganiseerde duisternis een soort historische re-enactment is. Want vroeger, in de zeventiende eeuw, was het echt donker. En net als de natuurbeschermers nu, waren er toen mensen die duisternis wilden beschermen.

28 oktober 2019

Heb je het gemerkt op 26 oktober? Dat het echt donker was? Veel Nederlandse steden organiseerden op die ‘dag’ de Nacht van de Nacht

Tijdens dit jaarlijkse evenement laten bedrijven en overheidsinstanties onnodig licht voor één keertje uit. ‘s Nachts rijden we door verlichte fietstunnels, laten we onze hond tegen lantaarnpalen plassen en groeien onze tomaten onder kaslampen. Je staat er niet vaak bij stil hoeveel verlichting er om ons heen is. Tijdens een echt donkere nacht merk je pas wat duisternis is.

Aan de donkere hemel is een volle maan te zien.

Heb je het ook gemerkt, dat het echt donker was in de nacht van 26 oktober?

Pixabay CC0

Met de Nacht van de Nacht willen de natuur- en milieuorganisaties aandacht vragen voor lichtvervuiling. Al ons kunstlicht zorgt voor ecologische schade, omdat dieren en planten hun biologische klok verliezen. Maar ik denk dat we ook iets anders kunnen leren van deze georganiseerde duisternis. Mensen zijn nachtdieren geworden. En die Nacht van de Nacht is ook een beetje een historische re-enactment.

Met eerstejaarsstudenten geschiedenis besprak ik een artikel  van nachthistoricus Craig Koslofsky. Hij stelt dat in zeventiende- en achttiende-eeuws Europa een revolutie plaatsvond: nocturnalisatie. Met deze term bedoelt Koslofsky dat de nacht steeds meer een geaccepteerd tijdstip voor sociaal verkeer werd. Nadat de adellijke hovelingen de nacht omarmden voor hun feesten en partijen, werd het voor nette burgers ook oké om ’s nachts over straat te lopen, koffiehuizen te bezoeken en bij elkaar op visite te gaan.

Strijd om de nacht

Om die verschuiving mogelijk te maken moest er straatverlichting komen. Parijs (1667) en Amsterdam (1669) waren de eerste steden met publieke straatverlichting, andere steden volgden snel. Door deze olielampen werd de nacht gekoloniseerd door de burgerij, stelt Koslofsky. Prostituees, jonge mannen en kroeglopers werd de mantel van de duisternis die hun ‘wangedrag’ verhulde afgenomen. Regelmatig werden er lantaarnpalen vernield. Volgens Koslofsky was dit niet zomaar vandalisme, maar verzet. Er was strijd om de macht over de nacht.

Parijs (1667) en Amsterdam (1669) waren de eerste steden met publieke straatverlichting, andere steden volgden snel.

Pixabay CC0

De eerstejaarsstudenten waren enthousiast over het artikel. Eén van hen merkte op dat hij nog nooit zo over de nacht had nagedacht. ‘Vroeger had je dus een kaars en een olielamp, maar dat was het. Toen was het echt donker.’ Een andere observeerde scherp dat de opkomst van verlichting niet alleen sociale effecten had, maar ook economische. Immers, met meer licht werk je ook langer. Zonder kunstlicht is er geen 24-uurs-economie.

Niets is vanzelfsprekend

Het mooie van de studie geschiedenis is dat deze je bewust maakt van het feit dat alles, maar dan ook alles, een geschiedenis heeft. Zelfs de nacht. Uiteraard is de nacht een universeel, natuurlijk verschijnsel veroorzaakt door de rotatie van de aarde. Echter, hoe mensen met dat natuurlijke gegeven omgingen is niet universeel. Door de vroegmoderne edelman, burger en student werd de nacht fundamenteel anders beleefd dan wij dat doen.

Als iets duidelijk wordt voor geschiedenisstudenten, is dat niets vanzelfsprekend is. Alles was anders, en alles kan anders worden. Die erkenning van andere mogelijkheden maakt het zelfs mogelijk om historisch licht op de nacht te werpen.

ReactiesReageer