Naar de content

Cynische oudere vaker dement

Een oude dame loopt door de straat met haar rollator. Er zijn veel bomen en er liggen bladeren op de grond.
Een oude dame loopt door de straat met haar rollator. Er zijn veel bomen en er liggen bladeren op de grond.
Flickr,com

Hoe positief je in het leven staat heeft niet alleen invloed op je mentale, maar ook op je fysieke gezondheid. Zweedse onderzoekers ontdekten dat een cynische levenshouding een hogere kans op dementie met zich meebrengt, maar er niet per se voor zorgt dat je eerder doodgaat. Ze volgden honderden bejaarden tien jaar lang.

30 mei 2014

Je hoort wel eens van die raadselachtige nieuwtjes langskomen, over de relatie tussen mentale flexibiliteit en fysieke gezondheid. Mensen met een onrealistisch positieve houding weren zich langer tegen een terminale ziekte, en depressieve mensen gaan eerder dood. Ook cynische ouderen die geloven dat mensen om hen heen vooral worden gedreven door egoïstische motieven hebben vaker last van hart- en vaatziekten.

Nu blijkt een cynische levenshouding ook nog eens een hogere kans op dementie met zich mee te brengen, maar er niet per se voor te zorgen dat je eerder doodgaat. Dit ontdekten Zweedse onderzoekers van het Karolinska Instituut en de Universiteit van Stockholm. Ze publiceerden de resultaten woensdag in Neurology.

Mensen worden gedurende hun leven gemiddeld steeds cynischer.

Flickr.com

Wie is die cynische bejaarde?

We lopen al heel lang te gissen naar de invloed van persoonlijkheidskenmerken op onze levensloop, zegt hoofdonderzoeker Anna-Marija Tolppanen. Maar of cynisme een direct effect heeft op het ontwikkelen van ouderdomsdementie en de leeftijd van overlijden is nog nooit grootschalig onderzocht.

Al in 1997 vroeg ze ruim 1100 niet-demente ouderen – toen al tussen de 65 en 79 jaar oud – om een aantal onderzoeken te ondergaan. Om cynisme te meten, gebruikte Tolppanen de zogeheten Cynical Distrust Scale. Deze bevat stellingen als: het maakt niemand iets uit wat er met me gebeurt, of: mensen zijn alleen eerlijk omdat ze bang zijn om betrapt te worden.

Ook wilde Tolppanen ook andere mogelijke risicofactoren voor dementie meenemen, zoals biologische factoren (bloeddruk en cholesterol), gezondheidsproblemen (het hebben van een chronische ziekte), maar ook levensstijl (of iemand veel rookt of drinkt) en sociaaleconomische status (of iemand hoog of laag is opgeleid en veel of weinig verdient). Acht tot tien jaar later vroeg ze alle ondertussen niet-overleden ouderen om alle testjes nog een keer te doen, en zich wederom te laten testen op dementie.

Een oude dame loopt door de straat met haar rollator. Er zijn veel bomen en er liggen bladeren op de grond.
Oudere mevrouw op pad. Flickr,com

Ingewikkelde mix

Daar kwam een hersenkrakende mix van relaties uit. Van de ruim 600 overgebleven ouderen was ongeveer een derde nauwelijks, een derde redelijk, en ook een derde hoogcynisch. Cynici waren ouder, rookten meer, hadden een hoger BMI, een hogere bloeddruk en waren vaker gepensioneerd. Ook hadden ze een lagere opleiding gehad dan hun minder cynische generatiegenoten, en beschouwden ze hun eigen fysieke gestel als minder gezond. De 53 bejaarden die ondertussen dement waren geworden, waren ook ouder en minder hoog opgeleid dan de niet-demente groep.

Maar nu de grote vraag: worden cynische ouderen ook vaker dement? Om dat te ontdekken, moet je de invloed van cynisme zo veel mogelijk scheiden van die van andere factoren op dementie. Eerst filterden de onderzoekers de ruisige invloed van leeftijd, geslacht en bloeddruk op het ontwikkelen van dementie uit de berekening. Toen bleken hoogcynische bejaarden meer dan 2,5 keer zo veel kans te hebben om dement te worden dan positiever gestemden. Die kans werd nog groter toen Tolppanen het effect van sociaal economische status niet meetelde (2,64 keer zo veel), en zelfs ruim drie keer zo groot toen ze de invloeden van rook- en drinkgedrag eraf haalde.

Maar echt levensbedreígend leek cynisme juist weer níet. Als cynische bejaarde heb je veertig procent meer kans om sneller te overlijden, zegt Tolppanen, maar alleen als je veel rookt of drinkt, als je toch al een slechte gezondheid hebt en je laag op de sociaaleconomische ladder staat. Op zichzelf vormt cynisme dus geen risico om vroegtijdig te sterven.

Het loont om niet cynisch te zijn en te blijven ondernemen. Rob K1964, Flickr.

Wat betekent dit?

Dit is de eerste grootschalige studie die een relatie tussen cynisme en dementie aantoont, concludeert Tolppanen. Als je nog lang gezond wil leven, kun je maar beter niet verzuren. Dat klinkt raadselachtig: wat heeft een mentale instelling te maken met het ontwikkelen van biologische achteruitgang van de hersenen?

En wat veroorzaakt wat? Nu vermoeden we dat cynisme op den duur de gevoeligheid voor dementie kan verhogen, maar dat zou volgens Tolppannen ook een verkeerde aanname of ‘omgekeerde causaliteit’ kunnen zijn. Misschien veroorzaken de nog sluimerende voorstadia van dementie in de hersenen namelijk wel negatieve geestelijke veranderingen.

Hoe de relatie precies in elkaar zit, moet toekomstig onderzoek aantonen. En dat is het waard, zegt Tolppanen. Als we aantonen welke psychosociale en gedragsfactoren gepaard gaan met een vergroot risico op dementie, kunnen we sommige gevallen misschien voorkómen.

h2. Bron:

Anna-Maija Tolppanen, Elisa Neuvonen, Alina Solomon en anderen: Late-life cynical distrust, risk of incident dementia, and mortality in a population-based cohort, Neurology (28 mei 2014) DOI:10.1212/WNL.0000000000000528