Naar de content

'Bouw niet alleen voor de Olympische Spelen'

Bouwkundige Yawei Chen van de TU Delft geeft advies over hergebruik van olympische faciliteiten ná de spelen

Het olympisch stadion in Peking.
Het olympisch stadion in Peking.
FHKE ,Wikimedia commons, CC BY-SA 2.0 fr

Wat gebeurt er na de Olympische Spelen van Rio met de sporthallen en grote stadions? Leegstand na afloop is een nachtmerrie en forse kostenpost voor iedere stad die de Olympische Spelen organiseerde. Gelukkig zijn er verschillende mogelijkheden om dit te voorkomen, benadrukt wetenschapper Yawei Chen van de TU Delft.

8 september 2016

De prachtige oefening op de balk van Sanne Wevers, de superieure sprint van wielrenster Anna van der Breggen en de krachtige slagen van zwemmer Ferry Weertman. Met hun gouden medailles zijn deze topsporters voor altijd verbonden met ons beeld van de Olympische Zomerspelen in Rio de Janeiro. Maar de nalatenschap van Rio is nog veel omvangrijker.

Op dit moment sporten de Paralympiërs nog in Rio. Maar wat gebeurt er daarna met de vele stadions en de nieuwe infrastructuur die speciaal voor de Olympische Spelen werden aangelegd?

Dat bestudeert wetenschapper Yawei Chen van de TU Delft. Haar werk begint als de spelen voorbij zijn. Ze hoopt dat onderzoek debacles als in Athene (waar het olympisch stadion nog amper wordt gebruikt) en Montreal (pas na dertig jaar was de stad uit de schulden) te voorkomen.

Hoe zorg je ervoor dat de euforie van het organiseren van de Olympische Spelen niet omslaat in een kater?

Waarom worstelen zoveel steden ermee om alle nieuwe faciliteiten te benutten als de spelen afgelopen zijn?

“De afgelopen eeuw zijn de Olympische Spelen gigantisch gegroeid. In 1928 in Amsterdam waren er rond de drieduizend sporters, coaches en verzorgers. Er waren 109 evenementen en 46 sporten. Een handjevol journalisten brachten verslag uit. Het verschil met de Olympische Spelen van London in 2012 is gigantisch. Dan hebben we het over elfduizend sporters, zesduizend coaches en officials. Zo’n twintigduizend journalisten waren aanwezig en er waren negen miljoen kaartjes beschikbaar.”

“Daardoor staan organisatoren voor een flinke opgave. Daar komt nog eens bij dat de sporters binnen vijfenveertig minuten op de plek dienen te zijn waar ze om goud strijden. Ook lastig is dat het olympisch stadion toegang moet geven aan ongeveer tachtigduizend toeschouwers. Het is vrijwel onmogelijk om dat na de spelen helemaal te vullen. Zelfs op een in Europa immens populaire sport als voetbal komen vaak niet zoveel supporters af.”

Het klinkt welhaast als een mission impossible.

“Het is zeer lastig, maar zeker niet onmogelijk om de faciliteiten te blijven gebruiken. Je kunt ze bijvoorbeeld kleiner maken. Dat hebben ze in Londen gedaan. de capaciteit ging van 80.000 naar 52.000 en daar gaat voetbalclub West Ham United gebruik van maken. China heeft het Vogelnest na de Olympische Zomerspelen van 2008 in Beijing ook kleiner gemaakt van 91.000 naar 80.000, maar dan nog is het ingewikkeld. Want voetbal trekt zo’n dertigduizend man aan en dan is het stadion nog maar halfvol. Er worden wel concerten gegeven en het is populair onder toeristen. Ik vind het heel goed dat zowel in Londen als in Beijing al van te voren is nagedacht over waar het stadion na afloop van de Spelen voor kon worden gebruikt. Daardoor was het eenvoudiger om het kleiner te maken. In Londen was ook een tijdelijke hal voor basketbal. Mijn advies is: bouw niet alleen voor de Olympische Spelen.”

Denken we pas de laatste jaren na over hergebruik van stadions?

“In 2003 is in Lausanne een conferentie gehouden waar organisatoren van Olympische Spelen van elkaar konden leren. Dat heeft tot veel goede en nieuwe contacten geleid. De manager van de Olympische Spelen van Sydney in 2000 was bijvoorbeeld ook betrokken bij de planning van de spelen in Beijing. Het is heel belangrijk dat we leren van wat goed en slecht is gegaan in het verleden en ideeën uitwisselen.”

In 1928, tijdens de Olympische Spelen van Amsterdam, werd voor het eerst het olympisch vuur ontstoken.

Onbekend, wikimedia commons, CC4

Werd daarvoor dan helemaal niet over de toekomst nagedacht?

“Zeker wel, maar niet iedere keer even goed. De spelen van Barcelona in 1992 zijn een uitstekend voorbeeld van hoe een stad kan profiteren. Daar werd een stadion uit 1929 gerenoveerd en tussen 1997 en 2009 gebruikt door voetbalclub Espanyol. Daarnaast vonden er veel muziekconcerten plaats van onder meer Madonna, Michael Jackson en de Rolling Stones. Barcelona had altijd de rug gekeerd naar de zee. Door nieuwe projecten rond de spelen en betere toegang tot de zee te creëren is dat nu niet meer zo. De stad is er flink op vooruit gegaan en heeft veel gerenoveerd. Zo werd niet alles op één plek gebouwd, maar verspreid over de stad al naar gelang waar behoefte aan was. Parken werden opgeknapt en de infrastructuur verbeterd. Daar heeft men nu nog profijt van. De spelen waren daar een katalysator voor de stad en hebben het wereldwijd op de kaart gezet.”

Het olympisch stadion is vaak de blikvanger; maar er wordt natuurlijk nog zoveel meer gebouwd en aangelegd voor de spelen, zoals zwemhallen, plekken voor strandvolleybal of een locatie waar je kunt kajakken. Hoe kun je daarmee omgaan?

“Voordat je begint met bouwen, moet je al veel verder denken dan de Olympische Spelen. Ik noemde al Barcelona, maar ook Beijing is een mooi voorbeeld. Die stad heeft heel veel universiteiten. China heeft de sporthallen voor badminton en basketbal daar neergezet. Nu sporten er dagelijks studenten. Ook hebben ze een sporthal omgebouwd tot conferentiecentrum. Dat was al van te voren bedacht. Bij de Olympische Spelen van Atlanta gingen de organisatoren ook slim te werk. Daar werden in een baseballstadion alvast skyboxen gebouwd, die van te voren waren verkocht aan sponsors. Het businessmodel klopte daardoor al voordat de spelen afgelopen waren. Maar het gaat ook nog vaak mis. China organiseerde de Aziatische Spelen in 2010 een heel stuk buiten de stad Kanton. Dat is zo ver weg van de laatste metrohalte, dat vrijwel niemand er nu nog naartoe gaat. Ik ben er geweest en het is nagenoeg verlaten.”

Het olympisch stadion in Peking.

Het vogelnest, officieel het Nationale Stadion van Beijing, was de blikvanger van de Olympische Zomerspelen van 2008. Het werd kleiner gemaakt en wordt nu vooral gebruikt voor concerten.

FHKE ,Wikimedia commons, CC BY-SA 2.0 fr

Is het wel verstandig dat een stad de Olympische Spelen organiseert? Is het niet veel handiger wanneer al die faciliteiten verdeeld worden over meerdere steden?

“Eigenlijk wel. Het is voor veel steden helemaal niet aantrekkelijk op dit moment om zich kandidaat te stellen. Amsterdam zou er bijvoorbeeld geen enkel voordeel bij hebben. Maar je zou de Olympische Spelen wel in de Randstad kunnen organiseren. De infrastructuur is daar uitstekend en er zijn al veel stadions, die je kunt renoveren. Dat heeft Beijing ook gedaan, waar zo’n vijftig procent van de faciliteiten werd opgeknapt. Ook handig is dat ze daar in 2022 de Winterspelen organiseren en dus nog een keer gebruik maken van alles. Misschien is dat wel een van de beste oplossingen om leegstand tegen te gaan: binnen afzienbare tijd opnieuw de Olympische Spelen organiseren.”

Het Barra Olympisch Park in het Westen van Rio de Janeiro. Het werd oorspronkelijk gebouwd voor de Pan-Amerikaanse Spelen van 2007 en uitgebreid voor de Olympische Spelen. Het bestaat uit negen faciliteiten, onder meer voor basketbal, worstelen, handbal en zwemmen, waarvan er twee tijdelijk zijn.

Miriam Jeske/Brasil2016.gov.br, wikimedia commons, CC BY 3.0 br

Hoe verwacht u dat Rio de Janeiro het gaat doen?

“Dat is nu lastig te zeggen, omdat de spelen nog maar net zijn afgelopen. Na de zomerspelen van Barcelona was er decennia onderzoek nodig om na te gaan wat het effect precies was. Ik sta te popelen om er naartoe te gaan en de nalatenschap te bestuderen.”

ReactiesReageer