Je leest:

Bouw getijdencentrale Texel van start

Bouw getijdencentrale Texel van start

Wereldprimeur met drijvend platform

Auteur: | 16 december 2014

De bouw van een Nederlandse proefcentrale voor getijdenenergie is net begonnen. Het wordt de eerste ter wereld waarbij een turbine aan een drijvend platform hangt. Maar hoe groot is de impact van getijdenenergie?

Een drijvend platform met turbine die elektriciteit opwekt.

Niet ver van waar de veerboot aanlegt en wegvaart van Texel heeft Nederland straks een wereldprimeur. In het Marsdiep komt de eerste getijdencentrale op een drijvend platform. Het gaat om een proef, waarbij onderzoekers hopen te ontdekken hoe goed deze techniek werkt. De bouw van de onderdelen van de proefcentrale is net aangevangen.

Stroomsnelheid

“Het grote voordeel van een drijvend platform is dat het onderhoud veel eenvoudiger en goedkoper is. Normaal staan turbines op de zeebodem. Je moet een soort maanlanding doen met onderwaterrobots en andere speciale apparatuur om daaraan te sleutelen. Bij ons is de elektronica bereikbaar vanaf het drijvend platform”, zegt hoofd Nieuwe Energie Allard van Hoeken van Bluewater, dat het platform bedacht.

Het idee achter de proefcentrale is fascinerend en klinkt verrassend logisch. Wanneer het eb of vloed wordt, stroomt de zee. Door een turbine in het water te hangen, gaan de bladen ronddraaien en kan je deze beweging omzetten in elektriciteit. “Doordat de turbine onder het platform zit, profiteren we van de sterkste stroming onder het wateroppervlak. Veel andere installaties zitten vast op de zeebodem en draaien daardoor minder hard. Wij drijven mee op de golven en met het getij”, weet Van Hoeken. Ankerlijnen houden het platform op de juiste plek.

De proefcentrale ligt straks vor de kust van Texel in het Marsdiep.

Onder het platform hangt straks een turbine met een diameter van tien meter van turbinebouwer Tocardo. “We kiezen voor een plek vlak voor het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel, omdat daar de beste stroomsnelheid is. Bovendien is het vrij eenvoudig om een kabel naar het NIOZ te leggen. Zij onderzoeken de invloed op de onderwaterwereld en het milieu”, legt directeur Hans van Breugel van Tocardo uit.

Risico?

Getijdenenergie is niet nieuw. Al in 1966 werd voor de kust van Saint-Malo (Frankrijk) een centrale in gebruik genomen. De 24 turbines zitten in een dam en al het water moet daar langs. “Dat is een voordeel ten opzichte van een turbine die los in het water hangt, zoals straks in het Marsdiep. Daar staat tegenover dat je geen dam hoeft te bouwen en het milieu minder verstoort”, zegt onderzoeker waterbouwkunde Tjerk Zitman van de TU Delft desgevraagd. Hij is onafhankelijk expert of het gebied van getijdenenergie en niet betrokken bij de proef in het Marsdiep.

Na de jaren zestig volgden nog veel meer initiatieven op het gebied van getijden- en golfenergie. Vooral golfenergie kreeg met een aantal tegenslagen te maken. Uit tests bleek bijvoorbeeld dat Schotland veel minder golfenergie kon oogsten dan vooraf was berekend. Een gigawatt bleek realistischer dan tien gigawatt, volgens een studie van de universiteit van Oxford. Ook in Portugal waren er problemen en faalde het initiatief Archimedes Wave Swing. Een smet op het imago van getijden- en golfenergie. “Maar in beide voorbeelden gaat het om heel andere installaties dan in het Marsdiep wordt gebouwd”, zegt Zitman. “Het ging om het winnen van energie uit golven die door wind zijn opgewekt. Dat is iets heel anders dat het getij dat wordt veroorzaakt door de zon, maan en aarde. Ik zou het bovendien geen smet willen noemen, maar een aansporing voor meer onderzoek. Zonder vallen en opstaan word je immers niet groot.” “In het Marsdiep hebben we bovendien met veel minder sterke stroming te maken en is het risico veel kleiner”, vult Van Breugel aan.

De getijdencentrale La Rance in Frankrijk voor de kust van Saint-Malo.

Hoeveel impact kan getijdenenergie in Nederland hebben? De proefcentrale moet helpen betere berekeningen te maken. Maar wie kijkt naar de huidige voorspellingen, moet zich niet al te veel illusies maken. De proefcentrale in het Marsdiep heeft een piekvermogen van 200 KiloWatt. “En dat geldt alleen als de getijstroom het sterkste is, maar die neemt natuurlijk toe en af”, zegt Zitman. In totaal moet de proefinstallatie in het Marsdiep vijftig huishoudens van stroom voorzien.

Springplank

Er zijn ook plannen om in het Grevelingenmeer een getijdencentrale te bouwen. De schattingen van de opbrengst liggen daar rond de vijftigduizend huishoudens. “Dat klinkt indrukwekkend, maar er zijn zeven miljoen huishoudens in Nederland. Daarmee wil ik zeker niet zeggen dat je het niet moet doen. Het is wel belangrijk realistisch te blijven”, volgens Zitman. De centrale in Frankrijk levert trouwens jaarlijks ongeveer 540 GigaWatt aan elektriciteit. “In Nederland zou dat genoeg zijn voor ruim 150.000 huishoudens. Dat een getijdencentrale in het Grevelingenmeer slechts voor een derde van dit aantal energie kan leveren, heeft onder meer te maken met het veel kleinere verschil tussen hoog- en laagwater.” Getijdenenergie kan wel degelijk een impact hebben, maar die moet niet worden overschat.

De test in het Marsdiep moet een springplank worden naar het buitenland. “Een drijvend platform met turbine eronder is ook heel geschikt voor andere eilanden. Bijvoorbeeld in Indonesië of de Filipijnen. Daar worden nu nog vaak dieselgeneratoren gebruikt, omdat de eilanden niet zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Diesel is vervuilend en duur. Onze installatie is in aanschaf een grote investering, maar uiteindelijk goedkoper. Wij denken straks een interessant alternatief aan te kunnen bieden”, aldus Van Hoeken. De test in het Marsdiep start in de eerste helft van 2015 en duurt ruim een jaar.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 december 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.