Je leest:

Boekentips voor de decembermaand

Boekentips voor de decembermaand

Auteurs: , en | 28 november 2014

December is de ultieme feestmaand en daar horen cadeautjes én lekker lezen voor de open haard bij. Maar wat te geven of te lezen met de feestdagen? De redactie Geschiedenis, Taal & Cultuur van Kennislink tipt drie interessante wetenschappelijke boeken. Leuk voor in de zak of onder de boom! En om zelf te houden natuurlijk…

Merlijn Schoonenboom Waarom we ineens van de Duitsers houden (maar zij daar zelf van schrikken)

Cover duitsland boek 2
Uitgeverij Atlas Contact

De maand december is nog niet begonnen of overal in Duitsland verschijnen weer kerstmarkten. De worden al sinds de negentiende eeuw gehouden, maar de laatste paar jaar worden ze in de grote steden nog eens extra uitgebouwd. Daarbij ligt extra nadruk op het nostalgische aspect, met oud-Duitse blokhutjes en ‘traditioneel’ houtsnijwerk uit het Saksische ertsgebergte. Sinds een paar jaar worden de Oktoberfesten in München gekenmerkt door hippe jongens in lederhosen en hippe meisjes in dirndl’s.

Het heeft na de Tweede Wereldoorlog even geduurd, maar belangstelling voor de eigen cultuur mag weer in Duitsland. En niet alleen bij onze oosterburen: Nederlandse bezoekers stromen massaal voor de kerstmarkten naar steden als Keulen en Düsseldorf en naar München voor het Oktoberfest. In de financiële crisis was het de Duitse economie die het falende Europa voort moest slepen. De leidende rol van bondskanselier Angela Merkel leverde Duitsland veel internationale lof op. Hoe doen die Duitsers dat toch, als enige blijven groeien terwijl de rest van Europa wegzakt?

Het mag duidelijk zijn, we houden ineens weer van de Duitsers. Waar het land rond de eeuwwisseling nog een imago had van mannen met matjes in vale spijkerjasjes en saaie industriesteden is Berlijn nu hipper dan Amsterdam ooit geweest is. Over hoe dat allemaal komt, gaat het boek ‘Waarom we ineens van de Duitsers houden,’ van journalist Merlijn Schooneboom. Dit boek gaat over veel meer dan alleen de titelvraag. Het gaat enerzijds over het succes van de Duitse economie, belichaamd door de vele oude familiebedrijven in Baden-Württemberg. Vaak nauwelijks bekende bedrijven die door jarenlang geduldig investeren en innoveren wereldleiders zijn en de beste producten ter wereld maken: schroeven, bliksnijmachines of hengsels van emmers.

Maar het boek gaat ook over de keerzijden van dit succes. Duitsland kent bijvoorbeeld geen minimum loon. Zodoende zijn de prijzen in de horeca en bij de kapper relatief laag, maar is er een groeiende onderklasse die nauwelijks rond kan komen van zijn of haar werk. Boze bewoners van Berlijn vrezen dat hun stad overgenomen wordt door hippe en rijke Zuid-Duitsers. Niet zelden worden hun auto’s in brand gestoken. Duitsland lijkt voor veel Nederlanders het land waar hoge cultuur nog gewaardeerd wordt en niet op bezuinigd wordt, maar veel Duitsers zien op de publieke tv vooral nog plat entertainment en slechte spelshows.

Schoonenboom behandelt met een prettige, vlotte stijl en journalistieke scherpte alle aspecten van Duitsland waar misschien wel meer over wil weten. De ‘Energiewende’, het besluit van de regering o kernenergie af te schaffen, bijvoorbeeld. Komt dat misschien voort uit de oude ‘German Angst’, een diep ingebakken Duitse vrees voor catastrofes, of is er meer aan de hand? En ondanks dat we weer van de Duitsers houden blijft het oorlogsverleden en de Holocaust een stempel drukken op het land, evenals het Oost-Duitse DDR-verleden. Een bijzonder leuk boek voor iedereen die meer van onze lieve oosterburen wil weten.

Wim Daniëls (red.) Verhalen over taal – 150 jaar Van Dale

Small

Wie kent niet het woordenboekspel, een spel dat je op een warme winteravond speelt met een groep vrienden. Het liefst met een bisschopswijntje bij de open haard. Het enige wat je ervoor nodig hebt is een woordenboek. Een van de aanwezigen slaat het woordenboek open, en kiest een woord waar zeer waarschijnlijk nog nooit iemand van gehoord heeft: tagrijn, welie, zwalp. Vervolgens schrijven de andere aanwezigen hun eigen definitie van het woord op een papiertje. Alle papiertjes gaan samen in een pot en worden een voor een voorgelezen. Hilariteit alom: tagrijn, een chagrijnig persoon met een tabberd. Vervolgens kiest iedereen de definitie waarvan hij denkt dat het de juiste is. Een punt voor een goed antwoord maar ook als iemand jouw omschrijving heeft gekozen.

Voor wie nu al staat te trappelen om een spelletje woordenboek te spelen, is Verhalen over taal een must (waarin als tussendoortje onderaan de pagina’s al tientallen lemma’s vermeld staan). Dit jaar was het precies 150 jaar geleden dat de eerste Dikke Van Dale verscheen. Speciaal ter gelegenheid van dit jubileum stelde Wim Daniëls dit boek samen. Het harde omslag ziet er vrij degelijk uit, maar daar moet je even doorheen prikken. De binnenkant is juist erg mooi vormgegeven, en bevat verhalen van zeer diverse auteurs: schrijvers, journalisten, redacteuren en Dikke van Dale-fans. Die gevarieerdheid maakt het heel aangenaam om te lezen.

Allereerst lees je de bijdrage van Ewoud Sanders over de schoolmeester Van Dale, die in zijn vrije uurtjes aan het woordenboek werkte. Een klus waar hij bijna aan onderdoor ging, zoals blijkt uit de briefwisseling met zijn dominee. Tot op de letter Z na was het boekwerk af, toen Van Dale op 44-jarige leeftijd overleed aan de pokken. Hij werd herdacht als een zeer bescheiden man, een voorbeeld voor allen.

In de stukjes van Wim Daniëls lees je over de etymologie van ‘normale’ woorden als fiets en voetbal, maar ook over spookwoorden (die woordenboeken opnemen om plagiaat tegen te gaan) als honduree en zandzeepsodemineraalwatersteenstralen (leuk voor galgje). Schrijvers als Kristien Hemmerechts en Ronald Giphart vertellen hoe ze tijdens het schrijven het woordenboek hanteren. Vincent Bijlo legt uit dat hij de kans nooit kreeg, omdat ‘niemand ooit de moeite nam de Dikke te brailleren’. Het Prisma Zakwoordenboek wel, maar dat was 1 meter 43 dik.

René Appel geeft een mooie toevoeging op de Van Dale met straattaalwoorden die vooralsnog ontbreken, zoals fa waka ‘hoe gaat het?’ en loesoe ‘weg, verdwenen’. Een woord als doekoe ‘geld’ is al wel opgenomen. Jos Swanenberg vraagt zich af waarom het woord frietje ontbreekt, en patat wel voorkomt. Is friet dan een Brabants woord? In ieder geval is het regionaal gekleurd. En Vivien Waszink gaat in op Van Dales definitie van rappen: ‘teksten zingzeggen op een muzikaal ritme’. Vervolgens laat ze een aantal rappers hun eigen definitie geven. Dat geeft mooie resultaten, want rappers zijn natuurlijk ontzettend creatief met taal. Samen met Marianne Boogaard schreef ik zelf ook nog een stuk over de definitie van ‘taal’.

Al die bijdragen laten weer eens zien hoe dynamisch taal is. Net als het woordenboekspel. Want het blijft leuk om oude vergeten woorden op te rakelen, of juist nieuwe vette woorden te verzinnen.

(1) Tagrijn (m.; -s of –en) 1. Koopman of winkel in tweedehands scheepstuig, oud ijzer, gereedschap, oud touwwerk enz.; 2. voddenkoopman, 3. (veroud.) knorrepot (2) Welie (v.;-s), palingfuik van wilgentenen, met vleugels. (3) Zwalp (m.; -en), 1. (veroud.) overslaande golf, 2. Benodigdheden voor de grenen ribben die in de klamaaien rusten en dienen om de dekdelen te steunen, 3. Brede dikke plank of vierkant bezaagde balk.

Anton van der Lem De Opstand in de Nederlanden 1568-1648. De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld

Om.vanderlem.3d klein 1024x935
Uitgeverij Vantilt

Met z’n allen een woordenboekspelletje spelen voor de open haard… dit beeld past prima bij het knusse decembergevoel. Buiten is het koud en donker, binnen gezellig en warm. Voor wie even geen zin heeft in een spelletje of gewoon een goed boek zoekt, is De Opstand in de Nederlanden een mooi alternatief. In het boek speelt Willem van Oranje, onze Vader des Vaderlands, een belangrijke rol maar de goede man stond natuurlijk niet op zichzelf. Hij leefde in een complexe tijd die we achteraf hebben gelabeld als De Tachtigjarige Oorlog of de Opstand. Zijn er niet genoeg boeken verschenen over de Opstand, vraag je je misschien af? Het antwoord is nee, niet als je een helder en bondig overzicht van deze spannende tijd zoekt tenminste.

Van der Lem vertelt chronologisch over de politieke en militaire ontwikkelingen in de Nederlanden. Je moet namelijk ergens een grens trekken om tachtig jaar overzichtelijk te houden. Dit klinkt misschien wat droog maar dat is het zeker niet. Van der Lem komt in zijn inleiding al gelijk tot de kern: waarom kwamen de Nederlanders eigenlijk in opstand? Het boek maakt duidelijk dat de gebeurtenissen in die tachtig jaar niet los op zichzelf stonden, maar zijn terug te redeneren naar deze kern. Dit is prettig, aangezien je anders als snel door de bomen het bos niet meer zou zien.

De drie belangrijkste redenen die uiteindelijk resulteerden in oorlog zijn de vrijheid van godsdienst en geweten, het recht op zelfbeschikking en het recht op medezeggenschap. De vrijheid van het geweten kwam in het nauw doordat de katholieke koning Filips II andersdenkenden vervolgde in de Nederlanden. Twee godsdiensten naast elkaar kon niet volgens hem: er bestaat maar één waarheid. Deze patstelling was een belangrijke reden voor de lange duur van de oorlog. De zelfbeschikking van de Nederlanden kwam in het nauw omdat Filips II vergat dat ze niet zijn eigendom waren. De koning zou hun belangen moeten behartigen maar dat deed hij niet.

De Nederlanden raakten ook nog eens hun medezeggenschap kwijt toen Filips II hen zonder overleg beslissingen oplegde, zoals extra belasting. Dat het hier om het principe ging en niet om het geld, blijkt uit het feit dat de Nederlanden wel bereid waren om Willem van Oranje grote bedragen te geven. Van der Lem voegt hieraan toe dat Alva zich erg verbaasd heeft over dit gulle gedrag. Een mooi voorbeeld hoe de auteur niet alleen politieke feiten geeft, maar ze ook plaatst in een menselijke context.

Het boek neemt je mee langs tachtig jaar strijd om rechten die vandaag de dag nog steeds actueel zijn. De herkenbaarheid en de objectieve blik van de auteur zorgen voor een levendig verhaal. We hebben nogal eens de neiging om naar onze geschiedenis te kijken met wijsheid achteraf. Maar geschiedenis hangt van toeval aan elkaar. Tijdens die lange periode had het zo vaak anders kunnen lopen en Van der Lem zorgt ervoor dat je je dat realiseert.

Als laatste maar zeker niet als onbelangrijkste, is het boek heel mooi geïllustreerd. De ondertitel is dan ook niet onterecht ‘De Tachtigjarige Oorlog in woord én beeld’. De vele kleurige en soms onbekende afbeeldingen uit die tijd en de kaarten maken het al heldere verhaal nog duidelijker. En ze zijn een lust voor het oog. Dit is geen puur bladerboek en de tekst overslaan zou de inhoud zwaar tekort doen, maar ook de minder die-hard geschiedenis liefhebber kan zijn of haar lol op met dit mooie boek. Een aanrader dus voor in de schoen, zak of onder de boom.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 november 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.