Naar de content

Boeken als oefenmateriaal voor empathie?

Een afbeelding uit een boek. Alice uit Alice in Wonderland staat op de grond en kijkt omhoog. Zij reikt haar hand uit naar een ei-achtig figuur die op een hoge rand zit.
Een afbeelding uit een boek. Alice uit Alice in Wonderland staat op de grond en kijkt omhoog. Zij reikt haar hand uit naar een ei-achtig figuur die op een hoge rand zit.
Wikimedia Commons via CC0

Als we een boek lezen, zien we in ons hoofd vaak allerlei beelden voor ons. Recent onderzoek laat zien dat we beschrijvingen van acties sneller lezen dan waarnemingen van een romanpersonage. Het lijkt erop dat bij het lezen vergelijkbare hersengebieden actief worden als bij echte ervaringen.

21 december 2018

Boeken kunnen soms spannender zijn dan een film, als je een levendige fantasie hebt tenminste. De meeste van ons zien allerlei beelden voor zich als ze een verhaal lezen. De gebeurtenissen waarover je leest worden als het ware nagebootst in je hersenen. Mentale simulatie wordt dit wel genoemd. Door dit vermogen kun je als lezer helemaal opgaan in een verhaal. Je voelt mee met wat een hoofdpersonage doet, observeert en denkt. Neem Alice in Wonderland.

In Alice in Wonderland lees je hoe de hoofdpersoon een lange val maakt door een konijnenhol, hoe ze kleiner wordt door een speciaal drankje te drinken en groter door een bijzonder cakeje te eten. Dit zijn allemaal acties. Je leest ook wat Alice allemaal denkt, welke gesprekken ze voert met de dieren die ze tegenkomt, wat ze ziet en wat ze voelt als ze kleiner en groter wordt. Ook van beschrijvingen van dit soort zintuiglijke waarnemingen en denkprocessen kunnen we ons een voorstelling maken.

Verwerking in de hersenen

Onderzoekers van de Radboud Universiteit wilden weten of onze hersenen die verschillende passages ook op een andere manier verwerken. Ze lieten daarom ruim honderd proefpersonen drie korte – bestaande – verhalen lezen. Met eyetracking werden hun oogbewegingen gemeten terwijl ze de teksten lazen vanaf een beeldscherm. Om de ogen niet te veel te vermoeien kregen de proefpersonen daarnaast nog vragen op papier voorgelegd. Daar moesten ze vragen beantwoorden over hun dagelijkse leesgedrag, vragen waaruit bleek of ze de tekst hadden begrepen en vragen over hun inlevingsvermogen: in hoeverre ze de verhalen voor zich konden zien, maar ook over de mate waarin ze zich in het dagelijks leven konden inleven in anderen.

In de tekstpassages was door een andere groep proefpersonen aangegeven welke woorden zij typerend vonden voor handelingen (woorden als ‘beetpakken en gebruiken’), zintuiglijke waarneming (‘kijken en staren’) en denkprocessen als gedachtes, gevoelens en meningen. Vervolgens keken de onderzoekers hoeveel tijd de lezers nodig hadden om de gemarkeerde woorden te verwerken. Uit de oogmetingen bleek dat de ogen snel over de tekst gingen bij beschrijvingen van acties of handelingen, en langzaam wanneer het waarnemingen en denkprocessen betrof. Vooral de korte verwerkingstijd bij acties en lange bij zintuiglijke waarneming bleek een algemeen patroon.

In deze zin zie je dat ‘bedachtzaam’ wordt gezien als een mentale beschrijving, ‘vuile vaat’ als een zintuiglijke beschrijving, en ‘knikte’ als een motorische beschrijving (hoe roder, hoe vaker het woord is onderstreept door de proefpersonen als zijnde een bepaalde beschrijving).

Marloes Mak voor NEMO Kennislink

Individuele verschillen

Bij het lezen over denkprocessen waren er echter grote individuele verschillen. “Je ziet dat de helft van de proefpersonen sneller gaat lezen, en de andere helft juist langzamer”, zegt neuropsycholoog Marloes Mak. Zij is promovendus in het onderzoeksproject van Roel Willems waarin de verwerking van verhalen in de hersenen centraal staat. De oorzaken van de individuele variatie moeten nog nader onderzocht worden, maar de studie waarover ze onlangs publiceerden in het wetenschappelijke tijdschrift Language, Cognition and Neuroscience brengt al een paar patronen aan het licht.

De individuele verschillen hadden bijvoorbeeld te maken met de mate waarin de lezers in het verhaal werden gezogen. De mensen die erg in het verhaal opgingen en er sterk door werden geraakt, besteedden meer tijd aan het lezen van de mentale beschrijvingen. Ook bleek er een relatie te zijn met de mate van empathie van de proefpersoon. Mensen die in het dagelijks leven vaker het perspectief van iemand anders innemen, nemen ook meer tijd voor deze tekstpassages.

Empathie

Mak: “Deze studie maakt aannemelijk dat je bij het lezen over een handeling gebieden in de hersenen activeert die ook actief zijn bij het uitvoeren van zo’n handeling. Het wijst erop dat de handelingen en waarnemingen waarover we lezen, gereflecteerd worden in hersengebieden die ook betrokken zijn als we zelf iets doen of ervaren. Er zijn veel theorieën die zeggen dat verhalen gebruikt kunnen worden als oefenmateriaal voor empathie. Dat je door het lezen van verhalen kunt leren om je in anderen te verplaatsen. Deze studie sluit hierbij aan.”

Overigens lag de claim van de Amerikaanse David Kidd dat je al na het lezen van één verhaal empathischer wordt dit jaar juist sterk onder vuur door een grootschalig herhalingsexperiment van de Amerikaanse psycholoog Brian Nosek. Het samengaan van empathie en levenslange leeservaring is wijder geaccepteerd, maar ook hier is de richting van de correlatie – lezen empathische mensen meer of leidt lezen tot empathie – onbekend. Vervolgonderzoek moet dan ook meer duidelijkheid brengen.

Literatuuronderwijs

Een andere belangrijke conclusie uit deze studie is dat mensen op heel veel verschillende manieren lezen. “Er zijn grote verschillen tussen mensen in wat ze leuk vinden om te lezen en wat hun aandacht trekt. Dat zou bijvoorbeeld implicaties kunnen hebben voor literatuuronderwijs, waar je soms allemaal hetzelfde boek moet lezen. Terwijl het misschien beter is om boeken te laten aansluiten op de voorkeuren van leerlingen zelf. Zodat ze meer gemotiveerd zijn om te lezen.”

Een volgende stap voor de promovendus is om het experiment te herhalen in de MRI-scanner, om te kijken of ze dit ook kan koppelen aan bepaalde hersengebieden. “Daarbij laat ik mensen in een scanner verhalen lezen, terwijl ik tegelijkertijd hun oogbewegingen volg. Op die manier kan ik bij specifieke woorden kijken welke hersengebieden geactiveerd worden.”

Bron:

Marloes Mak en Roel Willems: Mental simulation during literary reading: individual differences revealed with eye-tracking, Language, Cognition and Neuroscience (1 december 2018) DOI:10.1080/23273798.2018.1552007 Dit onderzoek maakt deel uit van het door NWO gefinancierde VIDI-project van Roel Willems ‘Waarom vinden we verhalen mooi’.

ReactiesReageer