Je leest:

Bijensteek als therapie

Bijensteek als therapie

Auteur: | 30 januari 2004

Kan bijengif klachten bij MS-patiënten verminderen? In het Gemini Ziekenhuis in Den Helder is vorige week het eerste klinische trial ter wereld gestart.

Over de bestanddelen van bijengif is zeer veel bekend wegens het risico op een allergische reactie. Maar de medische wetenschap heeft de positieve werking van de bijensteek tot nu toe afgedaan als kwakzalverij. Geen wonder. Het lijkt overal goed voor, leert een snelle speurtocht via Google. Het gif zou niet alleen de auto-immuunziekte multiple sclerose (MS) genezen, maar ook reuma en bepaalde vormen van kanker. En vanzelfsprekend gaat het hier om een duizend jaren oude therapie, komt het oorspronkelijk uit China, en werd het later, zo blijkt uit papyrusrollen, door de Egyptenaren beoefend. In Europa schijnt Karel de Grote zich af en toe bij de hofimker te hebben vervoegd om zich te laten steken ter genezing van zijn arthritis. Typische alternatieve kwakverhalen. Er is nog nooit fatsoenlijk wetenschappelijk onderzoek naar de therapie gedaan. Er is nauwelijks literatuur te vinden over dierproeven met bijengif, laat staan over klinische trials met patiënten.

Myeline

Daarom is het Nederlandse patientenonderzoek zo bijzonder. De kosten, 200.000 euro, worden betaald door de Nederlandse stichting MS Internationaal. Het onderzoek wordt uitgevoerd door artsen van het Gemini Ziekenhuis in Den Helder met ondersteuning van de Academische Ziekenhuizen in Groningen en Leiden.

Katja Vledder, woordvoerder van MSI: ‘Via internet hoor je vanuit Amerika de meest wilde verhalen over mensen die eerst helemaal verlamd waren en nu weer alles kunnen. Wij hebben de boot drie jaar lang afgehouden, maar patiënten eisten gewoon dat we er subsidie aan zouden geven. Dat hebben hebben we uiteindelijk gedaan. Als blijkt dat het niet werkt, weten we dat tenminste.’

Bij multiple sclerose wordt de myeline rond de zenuwen aangetast door cellen van het eigen immuunsysteem. De myelineschade is met een MRI-scan zichtbaar te maken als witte vlekken in de hersenen. De oorzaak is onbekend. De symptomen zijn divers: slecht zien, spraakproblemen, evenwichts- en geheugenstoornissen en vermoeidheid zijn enkele van de klachten. Er zijn wel medicijnen, zoals corticosteroiden of interferon-bèta, die de ziekte in een aantal gevallen kunnen afremmen. Maar de ziekte wordt niet tot staan gebracht. Dat maakt dat MS-patiënten vaak open staan voor alternatieve therapieën.

Ontstekingsremmer

Waarom is de bijentherapie niet eerder onderzocht? Vledder: ‘Het is nog al wat, om mensen met bijensteken te behandelen, ik moet er niet aan denken. Een andere reden is dat de farmaceutische industrie geen interesse heeft, omdat het hier een natuurlijke therapie betreft waarmee niet veel valt te verdienen.’ Radioloog Taco Wesselius, werkzaam bij het Gemini Ziekenhuis in Den Helder is de drijvende kracht geweest achter de start van het onderzoek. Hij is behalve radioloog ook imker. Toen een goede bekende MS kreeg, verdiepte hij zich in de mogelijke behandelingen, en las over bijensteektherapie. Volgens Wesselius heeft zij er veel baat bij gehad. ‘Ze kan nu weer hardlopen in het bos. Het zou kunnen dat het werkt, maar dat moet natuurlijk wetenschappelijk bewezen worden. Daarom heb ik aan MSI gevraagd dit onderzoek te financieren.’

Het is wel duidelijk dat het gif verschillende werkzame stoffen bevat. Wesselius: ‘Eén van de interessante stoffen is het zogenaamde peptide 401. Uit onderzoek van het Kennedy Institute of Rheumatologyblijkt dat deze stof honderd keer effectiever is als ontstekingsremmer dan hydrocortison.’ Aangezien bij MS een ontstekingsreactie een rol speelt, kan dit eiwit van invloed zijn. Maar het is niet bewezen. Een ander interessant bestanddeel van bijengif is apamine. Deze stof kan in vitro de zenuwgeleiding beïnvloeden door blokkering van kaliumkanalen. Dat zijn misschien voldoende aanwijzingingen om er eens een paar muizen voor op te offeren. Het is immers mogelijk om bij muizen MS-achtige symptomen op te wekken. Waarom niet eerst een dieronderzoek? Dr. Thea Heersema, neuroloog bij het AZG en begeleider van het onderzoek: ‘Er is een diermodel, maar dat is niet perfect. Omdat de therapie in Amerika al veel wordt gebruikt, leek het ons toch de moeite waard dit onderzoek bij patiënten te verrichten.’

Echte bijen

Heersema wil benadrukken dat het om een pilotstudie gaat: ‘Ik wil absoluut geen verwachtingen wekken. Er was onder MS-patiënten ontzettend veel belangstelling, maar niet iedereen is geschikt. De patiënten moeten de actieve fase van de ziekte hebben, en iemand die bijvoorbeeld allergisch is, voor bijensteken of andere stoffen, komt niet in aanmerking.’

Er werd uiteindelijk een groep van 26 patiënten geselecteerd. Dertien daarvan krijgen het eerste half jaar een behandeling, de andere dertien niet. Daarna wordt dat omgedraaid. Op die manier ontstaat een controlegroep. De therapie wordt opgebouwd van een steek per week naar drie maal per week twintig bijensteken.

De patienten krijgen echte bijensteken, geen injecties met geïsoleerd bijengif. Heersema: ‘Het nadeel is dat we dan niet precies weten hoeveel gif de bij inspuit, dat kan per bij variëren. We doen het toch op deze manier, omdat uit allergologisch onderzoek bekend is dat mensen verschillend reageren op bijensteken of injecties met bijengif. De samenstelling is dus niet precies vergelijkbaar.’ MS-patienten zijn meestal niet zo mobiel, dus een imker en een arts komen regelmatig met een busje bij de mensen langs. Indien er onverhoopt een ernstige allergische reactie optreedt, kan de arts direct ingrijpen en adrenaline toedienen. Gedurende de behandeling zal er in het Gemini-Ziekenhuis regelmatig een MRIscan gemaakt worden. Radiologen van het AZ Leiden zullen die verolgens beoordelen om de toestand van de myeline te bekijken. Heersema. ‘Het voordeel van MRI is dat het een objectieve meetmethode is. Het is niet afhankelijk van patiëntrapportage, er is ook geen placebo-effect.’

Of deze studie daadwerkelijk een antwoord kan geven over het effect van bijengif is overigens nog maar de vraag. Heersema: ‘Het probleem met MS is dat het een grillig verloop kent met spontane verbeteringen. Er is dus een kans dat beiden groepen een verbetering laten zien. En omdat het een kleine groep patiënten is, vallen significante effecten sneller weg.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 januari 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.