Naar de content

Allergie meten in snot

Nieuwe aanpak maakt bloedprikken overbodig

Universiteit Gent

Een nieuwe methode om te ontdekken of je allergisch bent, maakt bloedprikken overbodig. Een beetje snot bevat namelijk genoeg informatie om te bepalen of je wel of niet tegen huisstofmijt kan. Daar kwam Philippe Gevaert van de Universiteit Gent achter. Hij is ervan overtuigd dat zijn aanpak ook werkt om andere allergieën, zoals hooikoorts, te signaleren.

13 maart 2017

Nu nog wordt er bloed geprikt als het vermoeden bestaat dat je allergisch bent voor bijvoorbeeld huisstofmijt. Maar die prik is helemaal niet meer nodig, volgens wetenschappers van de Universiteit Gent. Een beetje snot, dat met een sponsje uit je neus wordt gehaald, is voldoende voor een speciale microchip om te constateren of je allergisch bent.

Snot meten in plaats van bloed heeft nog meer voordelen dan alleen maar het prikken van bloed overbodig maken, volgens Gevaert. “Het is een groot voordeel dat we met deze methode in de neus meten of iemand allergisch is. We sporen dan namelijk de allergie precies op de plek van de ontsteking op. In het bloed vinden we een afspiegeling van wat er in het hele lichaam gebeurt. Maar bij sommige mensen vind je de allergie wel in de neus, maar niet in het bloed”, legt hij uit.

Olifant

Bij de nieuwe methode wordt met een klein sponsje van een paar centimeter snot uit de neus gehaald. “Vervolgens centrifugeren we het zodat het snot in een buisje komt. Dat pipetteren we op een microchip, die een meting doet en waarna we aflezen of iemand allergisch is”, legt Gevaert uit.

Voor zijn onderzoek gebruikte hij een nieuwe allergiechip van Thermo Fisher Scientific. Deze is zeer gevoelig en daarom uitermate geschikt voor zijn methode, volgens de onderzoeker. “De chip werd nog niet eerder met onze aanpak gebruikt”, zegt hij. “Het meet vijftien componenten van huisstofmijt, dat zijn verschillende plaatsen waarop allergenen zich kunnen binden. Je kunt het vergelijken met een olifant. Die herken je aan de snuit, maar ook aan de grijze kleur, staart of grote poten. Bij allergenen heb je meerdere componenten waarvoor je allergisch kan zijn, dus zoals bij de olifant voor de snuit, staart of poten. En die sporen we op met de biochip.”

Gevaert is ervan overtuigd dat zijn methode ook werkt om andere allergieën op te sporen, bijvoorbeeld hooikoorts. “Je kan met een chip 112 verschillende componenten bepalen”, zegt hij. In vervolgonderzoek wil hij dat laten zien bij zowel kinderen als volwassenen.

Droom

Al sinds hij studeerde wilde neus-, keel- en oorarts Philippe Gevaert allergieën in de neus meten. “Ik hoopte destijds, eind jaren negentig, al dat het zou werken. Maar de techniek was nog niet ver genoeg. De meetsystemen waren niet gevoelig genoeg. Stoffen die allergieën veroorzaken werden makkelijker in het bloed opgemerkt dan in de neus.” Het was al wel mogelijk om via weefsel in de neus te na te gaan of iemand allergisch was. Maar Gevaert hoopte het ooit te meten zonder een stuk van het reukorgaan weg te halen. “Dat is nu eindelijk gelukt en daarmee gaat een droom in vervulling.”

Gaan we deze methode ook in ziekenhuizen zien? Moeten we straks een beetje snot afstaan bij een allergietest in plaats van bloed? Dat is goed mogelijk, volgens Gevaert. Maar of het ook op grote schaal gaat gebeuren, weet hij niet. Het is lastig te voorspellen volgens de arts. Hij wijst er op dat veel ziekenhuizen een lab hebben voor bloedonderzoek en verplegend personeel is het ook gewend om bloed te prikken. “Wij gaan in ieder geval door met deze aanpak en ons onderzoek in het ziekenhuis van Gent. Daar wordt het dus hoe dan ook toegepast.”

Bronnen:
  • Berings, M. ea, Reliable mite-specific IgE testing in nasal secretions by means of allergen microarray in: The journal of allergy and immunology (feb 18 2017), DOI: 10.1016/j.jaci.2016.11.047
ReactiesReageer