Naar de content

Alfred Hitchcock, Master of Suspense

Acropolis

Alfred Hitchcock wordt alom beschouwd als een van de beste filmregisseurs aller tijden. Dit is ook de reden dat het EYE filmmuseum de invloedrijke filmmaker dit jaar eert met een speciaal programma, waarin zijn beste films worden getoond. Hitchcock staat, ruim 34 jaar na zijn dood, nog steeds bekend als ‘The Master of Suspense’. Maar wie was Hitchcock, en wat maakt zijn films zo uniek?

30 juli 2014

Alfred Hitchcock is een icoon binnen de filmwereld. Hij vergaarde internationale faam met films als Strangers on a Train, Vertigo en Psycho. Vertigo werd zelfs in 2012 verkozen tot beste film aller tijden door het filmtijdschrift Sight and Sound. Zijn films inspireren ook vandaag de dag nog vele filmmakers en zijn nog steeds even spannend als de dag waarop ze verschenen.

The Hitchcock Touch

Het EYE Film Instituut eert deze zomer in Amsterdam en in filmtheaters door het hele land de wereldberoemde regisseur Alfred Hitchcock met de vertoning van negen nog nooit in Nederland vertoonde films. vindt plaats van 24 juli tot en met 12 oktober.

Hitchcock’s leven

Al op veertienjarige leeftijd verloor de in Londen geboren Alfred Hitchcock zijn vader. Hierdoor was hij aangewezen op zijn moeder, die met psychotische problemen kampte. Toen zijn moeder na verloop van tijd niet meer in staat was om voor de jonge Alfred te zorgen, werd hij naar een katholieke kostschool gestuurd, waar hij tot zijn ongenoegen met een extreem orthodoxe opvoeding te maken kreeg. Hitchcock liet veel zaken uit deze periode van zijn leven (zoals de katholieke kerk als locatie voor nare gebeurtenissen, en het psychotische personage van zijn moeder) terugkomen in zijn films.

Toch ontwikkelde Hitchcock in deze nare periode zijn liefde voor de fotografie. Deze voorliefde deed hem op zijn 21ste besluiten om naar Duitsland te vertrekken, waar hij een baan vond als fotograaf van tussentitels voor stomme films. Later werkte hij als assistent-regisseur mee aan een aantal Duitse films.

Het oeuvre van Hitchcock

Gerwin van der Pol, media-, en cultuurwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam schreef zijn proefschrift over het oeuvre van auteurs, en herkent hetzelfde patroon in het werk van Hitchcock, als in dat van vele andere regisseurs. ‘’De meeste grote auteurs proberen elke keer als ze een film maken wat nieuws. De ene keer pakt dit goed uit, en de andere keer niet. Vaak zie je in het vroegere werk van regisseurs een fase van experimenten en originaliteit, die later wordt geperfectioneerd. Tussen de latere films van regisseurs zitten vaak werken die minder goed gewaardeerd worden door het publiek en de critici. Ook Hitchcock heeft dit ondervonden,’’ aldus van der Pol. Een goed voorbeeld van een van de relatief minder succesvolle werken van Hitchock is de film Marnie (1964).

Op zijn 26ste keerde hij terug naar Engeland, waar hij bij toeval (de beoogde regisseur was ziek, en Hitchcock was de enige met de nodige ervaring om voor hem in te vallen) de regie kreeg over de film The Pleasure Garden. The Pleasure Garden was een romantische komedie, die in niets leek op de films waarmee Hitchcock beroemd zou worden; de Thriller. Na binnen dit genre vele successen waaronder The Man Who Knew Too Much (1935) en The Lady Vanishes (1938) te hebben geboekt, vertrok hij in 1940 naar Hollywood.

Ook in Hollywood was Hitchcock zeer succesvol met onder andere films als Rebecca (1940) en Dial M for Murder (1954). Toch was Hitchcock zelf minder tevreden, omdat de regisseur in Hollywood niet dezelfde artistieke vrijheid genoot als in Engeland. In de Verenigde Staten was het gebruikelijk dat de productiemaatschappij de film wanneer deze klaar was, demonteerde. Om dit tegen te gaan richtte Hitchcock in 1948 zijn eigen productiemaatschappij op, die grotendeels gefinancierd werd door Universal Pictures.

Het grote succes van zijn films in combinatie met zijn excentrieke gedrag in de media maakte Hitchcock tot een internationale grootheid binnen de film en televisiewereld. In 1980 stierf Hitchcock op 80-jarige leeftijd.

Unieke stijl

In elke film die Hitchcock regisseerde, gaf hij zichzelf een klein figurantenrolletje, een zogenaamd cameo-optreden. Dit begon als noodzaak, omdat tijdens het filmen van The Lodger: A Story of the London Fog (1927) een tekort had aan figuranten, en werd later vaste prik in Hitchcock’s films.

Een ander stilistisch kenmerk van veel van zijn films is het gebruik van enorme decorstukken. Hiervan werd gebruik gemaakt omdat Hitchcock er niet van hield om op locatie te filmen. Hij maakte liever gebruik van decors is studio’s. In een aantal van zijn films is duidelijk te zien dat er niet op locatie is gefilmd, zoals bijvoorbeeld in de scene op Mount Rushmore in North by Northwest (1959) en in praktisch de hele film Rear Window (1954). Het decor van de droom scène in de film Spellbound (1945) werd overigens gebouwd door niemand minder dan Salvador Dali.

Dolly-zoom

Voor de film Vertigo (1958), waarin het thema hoogtevrees een grote rol speelt, gebruikte Hitchcock als een van de eerste een manier van filmen die tegenwoordig bekend staat als de dolly-zoom. Hierbij verplaatst de camera zich achteruit, waarbij er tegelijkertijd met dezelfde snelheid wordt ingezoomd. Hierdoor verandert er niks aan de diepte van de shot, terwijl het perspectief wel verandert. In onderstaand fragment uit de film Vertigo zie je het resultaat.

http://www.youtube.com/watch?v=GnpZN2HQ3OQ
In deze scene uit de film Vertigo (1958) speelt Hitchcock met diepte en perspectief om de hoogtevrees van een van zijn personages uit te drukken.

Het inhoudelijk succes van de films van Hitchcock berust op een aantal stijlen die hij, hoewel hij ze over het algemeen niet zelf bedacht, tot in de puntjes beheerste. Een voorbeeld hiervan is de manier waarop hij de kijker vaak meer kennis gaf over bepaalde situaties dan de personages. Toen een journalist Hitchcock zelf vroeg wat het geheim was achter de spanning in zijn films kwam hij met het volgende voorbeeld op de proppen: Een gelukkig echtpaar zit gezellig samen aan tafel. Wat het echtpaar echter niet weet, maar de kijker wel, is dat er zich een bom met een steeds korter wordende lont onder de tafel bevind. De beelden van het gezellig kletsende echtpaar worden afgewisseld met close-ups van de steeds korter wordende lont. Hierdoor ontstaat een enorme spanning omdat de kijker meer weet dan de personages. Deze verteltechniek wordt ook wel dramatische ironie genoemd.

Het effect van dramatische ironie wordt nog versterkt door het feit dat de hoofdpersonages uit Hitchcock’s films vaak simpele, gewone mensen zijn die door gebeurtenissen buiten hun eigen invloed om (zoals een misdrijf of een valse beschuldiging) in de problemen komen. Kijkers kunnen zich gemakkelijk identificeren met dergelijke personages, waardoor je ook meer met ze meeleeft als er bijvoorbeeld, zonder dat de personages daar zelf van op de hoogte zijn, een bom onder hun tafel ligt.

Duits Expressionisme

Het Duits expressionisme, bekend van films als Das Cabinet des Dr. Caligari (1920) en Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1922), lijkt een grote inspiratiebron geweest te zijn voor Hitchcock. Gerwin van der Pol, media-, en cultuurwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, zegt echter dat Hitchcock deze stijlelementen niet verzonnen heeft, maar dat hij ze heeft geperfectioneerd. “Iedere regisseur beïnvloedt, en wordt beïnvloedt door andere regisseurs. Bij Hitchcock zijn bijvoorbeeld de invloeden van het Duits Expressionisme vrij evident. Waar Hitchcock in uitblonk was het perfectioneren van verschillende stijlelementen. Hij heeft van alle films die hij gezien heeft het beste genomen, en op de juiste manier toegepast in zijn eigen films,” aldus van der Pol.

Hitchcock heeft het met zijn stijl het genre Thriller voor altijd gedefinieerd. Zo is zijn veelgebruikte thematiek van het voyeurisme en de dubbelganger terug te zien in het werk van onder meer Brian DePalma, en gaf zelfs Steven Spielberg aan dat Hitchcock zijn grote voorbeeld is. Dit is terug te zien in films als Jaws (1975) en Close Encounters of the Third Kind (1977), waarin Spielberg, op dezelfde manier als Hitchcock, spanning probeert te creëren.

Op enkele van zijn films zijn zelfs vervolgen gemaakt door andere regisseurs, zoals Richard Franklin (Psycho II, 1983) en Anthony Perkins (Psycho III, 1986). Perkins speelde in de originele versie van Hitchcock de rol van Norman Bates. “Elke regisseur neemt, al dan niet bewust, elementen over uit films die hij eerder gezien heeft. Het feit dat je in zo ontzettend veel films elementen terugziet uit het werk van Hitchcock, bevestigd hoe goed zijn films zijn,” aldus van der Pol.

De valse protagonist

Hitchcock is ook een van de eerste regisseurs die gebruik maakte van de zogenaamde valse protagonist. Zijn film Psycho begint met Marion Crane (gespeeld door Janet Leigh) als hoofdpersonage. Ze wordt echter halverwege de film vermoord (zie onderstaand fragment), waardoor de kijker zich met andere personages moet gaan identificeren. Hitchcock vond dat dit principe van de valse protagonist dermate van belang was voor de manier waarop het publiek de film ervaarde, dat hij bioscoopexploitanten vroeg om laatkomers niet binnen te laten.

http://www.youtube.com/watch?v=8VP5jEAP3K4
De beroemde Douche Scene uit Psycho (1960)

Wat, ten slotte, ook opvallend is, is de speciale rol die vrouwen spelen in Hitchcock’s films. Een voorbeeld hiervan is Hitchcocks voorliefde voor blonde actrices. Grace Kelly, Doris Day, Kim Novak, Eva Marie Saint, Ingrid Bergman en Tippi Hedren, allemaal speelden ze knappe, intelligente en kwetsbare vrouwen. Dit wordt ook vaak gecombineerd met onderhuidse verwijzingen naar schoonheid en seksualiteit van vrouwen. Een voorbeeld hiervan is het einde van de film North by Northwest, waarin de verliefde hoofdpersonages naast elkaar gaan slapen in een rijdende treinwagon. De film eindigt ermee dat de trein een tunnel in rijdt, een duidelijke verwijzing naar seksuele penetratie.

http://www.youtube.com/watch?v=mPoxt-tcFqA

De laatste scene van North by Northwest (1959)

Cahiers du Cinéma

Het invloedrijke Franse filmtijdschrift werd in 1951 opgericht door André Bazin, Jacques Doniol-Valcroze en Joseph-Marie Lo Duca. Een van de voornaamste auteurs van het tijdschrift, François Truffaut, uitte hierin kritiek op wat hij omschreef als de kwaliteitstraditie (cinéma de papa), de manier waarop naoorlogse romans op een gestandaardiseerde manier verfilmd werden. Volgens Truffaut werd op deze manier zowel de literatuur, als de potentiele kwaliteit van de cinema te grabbel gegooid.

De Amerikaanse Hollywood film was volgens Truffaut en zijn aanhangers, zeker op esthetisch vlak, nog minder waard vanwege de strenge regels, en de beperkte invloed van de regisseurs. Toch waren er enkele uitzonderingen op deze regel binnen de Amerikaanse filmwereld. Onder hen bevond zich naast Orson Welles, Howard Hawks en John Ford, ook Alfred Hitchcock.

ReactiesReageer