Je leest:

3D-print van een oeroud kleitablet brengt spijkerschrift tot leven

3D-print van een oeroud kleitablet brengt spijkerschrift tot leven

Hoe moderne technieken het oudste schrift kunnen ontcijferen

Auteurs: en | 12 november 2019
Jorica de Leeuw voor NEMO Kennislink

Met een micro-CT-scanner ontcijferen onderzoekers voor het eerst spijkerschrift van duizenden jaren oud. NEMO Kennislink sprak met technici uit Delft en een assyrioloog uit Leiden die via een combinatie van specialismen nieuwe ontdekkingen deden.

Terwijl onze voorouders de laatste Hunebedden bouwden, in het derde millennium voor Christus, kende de stad Oer in het huidige Zuidoost-Irak al een uitgebreide administratie en bureaucratie. Oer was de hoofdstad van het toenmalige Soemerische rijk. Die administratie, bedoeld om belastingen van alle provincies te registreren, is overgeleverd via zo’n honderdduizend kleitabletten. Daarop schreven de Soemeriërs in het ons bekende spijkerschrift. Hun moedertaal, het Soemerisch, is daarmee de oudst overgeleverde taal. En dat heeft alles te maken met de houdbaarheid van hun schrijfmateriaal.

Spijkerschrift is een soort schrift, te vergelijken met ons alfabet of het Arabisch of Chinees. Het is gebruikt om een tiental talen uit de oudheid mee te schrijven. De bekendste zijn het Soemerisch, het Hettitisch en het Akkadisch. Het meeste spijkerschrift is Akkadisch, dat bestaat uit twee hoofddialecten: het Assyrisch en het Babylonisch. Op deze foto ontcijfert Rients de Boer een Soemerisch kleitablet.
Dirk Bakker

De kleitabletten zijn alweer decennia geleden opgegraven in Irak en over de hele wereld verspreid geraakt. Toch vormen deze nog maar een deel van de administratie van het Oer III-rijk (2110-2004 voor Christus), vernoemd naar de derde dynastie van Soemerië. Onder de grond in Irak moet nog veel meer zitten. De kleitabletten die we voorhanden hebben, dateren uit het jaar 2000 voor Christus, en geven daarmee een uniek kijkje terug in de tijd. Een deel ervan ligt in Leiden.

Het kaf van het koren

“Leiden heeft een collectie van zo’n drieduizend kleitabletten”, vertelt Rients de Boer tijdens een kop koffie in een Leids café. “Die worden bewaard in een kluis op de campus.” De Boer is assyrioloog en werkte tot voor kort voor de Universiteit Leiden, waar hij ook conservator was van de kleitabletten, die in het beheer zijn van het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten van de universiteit. De collectie is in de jaren dertig bijeengebracht door een hoogleraar, en bevat kleitabletten van verschillende genres en uit verschillende periodes. Maar binnenkort worden ze overgedragen aan het Rijksmuseum van Oudheden. “Al het mooie materiaal is eruit gehaald en gepubliceerd, met name literaire teksten. Wat overblijft is een massa aan administratieve teksten: bonnetjes, leveranties. Het kaf dat overblijft. En omdat zo’n administratie nooit volledig is, heb je er niet zoveel aan.”

Toch interesseerde De Boer zich juist wel voor die administratieve kleitabletten in de periode dat hij conservator was. Misschien kwam dat door zijn achtergrond: voordat hij assyriologie ging studeren, rondde hij een studie economie af. Maar het oorspronkelijke idee om een deel van die kleitabletten nader te onderzoeken, kwam van zijn Delftse collega Dominique Ngan-Tillard, met wie hij destijds samenwerkte voor een tentoonstelling over Syrisch erfgoed in het Rijksmuseum van Oudheden. “Zij had gezien dat er ook kleitabletten in enveloppen waren, en zag een mogelijkheid met de micro-CT.”

Anders dan de andere kleitabletten, zaten deze in een envelopje van klei, waardoor de inhoud niet leesbaar was. Dat gebeurde met name om fraude te voorkomen, bijvoorbeeld bij koopcontracten, legt De Boer uit. De envelop bevatte dan min of meer dezelfde tekst als het kleitablet, maar binnenin zat het origineel. “Stel je voor: een Soemeriër koopt een huis op een plot van honderd vierkante meter, maar komt erachter dat zijn woonruimte maar negentig vierkante meter is. Op dat moment kan hij de verzegelde envelop breken om de claim te controleren. De envelop maakt het de verkoper onmogelijk om de tekst te wijzigen.” Dat wijzigen was anders juist vrij makkelijk bij klei, vooral omdat het vaak niet gebakken werd, maar alleen te drogen werd gelegd in de zon.

Links: envelop. Rechts: tablet aan de binnenkant. Het gaat hier om een kwitantie van 25415 liter gerst door Ur-Baba van Ur-Dumuzi. De persoon die toeziet op de transactie heet Lugal-Nubanda. Datering ca. 2027 BCE.
Dominique Ngan-Tillard

Door de envelop heen kijken

Nu, duizenden jaren later, zitten veel van die kleitabletten nog altijd in hun enveloppen. Assyriologen zijn natuurlijk razend benieuwd wat er in staat. Wanneer je ze opent, is er grote kans op beschadiging. “Met onze CT-scanner is het mogelijk om wel te ontcijferen wat er in het envelopje zit zonder ze te openen of te beschadigen”, zegt Dominique Ngan-Tillard van de afdeling geo-engineering van de TU Delft. Ze wijst op een wit apparaat, dat ongeveer zo groot is als een koelkast die op zijn kant is getild.

Uitgelicht door de redactie

Neurowetenschappen
Je brein aan de anticonceptie: wat de pil doet met emoties en gedrag

Geesteswetenschappen
Engels leren kan ook met minder grammatica

Geneeskunde
Experimentele therapie gaat Alzheimer te lijf met licht en geluid

Voordat de tabletten het apparaat in gaan worden ze eerst in een kartonnen koffiebekertje gedaan. Dit klinkt misschien als een vreemde combinatie van hightech (CT-scanner) en lowtech (koffiebeker), maar Ngan-Tillard benadrukt dat het prima werkt. “Waarom zou je een dure houder maken, als een goedkope koffiebeker ook werkt?”

Ngan-Tillard schuift het luikje van de scanner aan de zijkant open. Binnen zien we een plateau waar de beker met kleitablet op gaat. Aan de zijkant zit een gele buis: dat is de bron die röntgenstralen afvuurt op de beker. Aan de andere kant zit een donkere plaat, die de stralen ontvangt. Het apparaat gaat op die manier na wat tussen de bron en detector zit en kijkt op die manier als het ware door de envelop heen. “Het werkt net zoals een CT-scanner in het ziekenhuis waarmee artsen in jouw lichaam kijken”, zegt wetenschapper Lambert van Eijck van het Delftse Reactorinstituut. Ook hij werkte mee aan het onderzoek.

Op die manier ontrafelen de wetenschappers dus de duizenden jaren geheim gebleven boodschappen in de enveloppen. Ngan-Tillard laat op haar computer zien hoe ze digitaal de envelop af kan pellen, zodat ze de boodschap op de tabletten kan lezen. Meestal zijn dit overigens geen heel spannende boodschappen, maar gaat het om contracten. Toch staan er af en toe staan ook sappige verhalen in. Ngan-Tillard wijst op een ongeopende brief. Daarin is een Assyrische handelaar boos op hoe zijn moeder met haar personeel omgaat.

Het schrijven van spijkerschrift gebeurde met een stylus, een stuk riet. Het zonlicht moest vanuit een bepaalde hoek komen om het te kunnen lezen en schrijven. Het liefst van links, zodat de schaduwen op het kleitablet precies goed vielen. Door die schaduwen lijken de tekens op spijkers, en daar komt de term spijkerschrift vandaan. In het Engels zegt men cuneiform, afgeleid van Latijn cuneus, dat ‘wig’ betekent en verwijst naar dezelfde vorm.

Het spijkerschrift bestaat uit pictogrammen, kleine tekeningetjes, die door de tijd heen steeds abstracter werden. Het hiërogliefenschrift in Egypte maakte eenzelfde ontwikkeling door van abstractie, maar op gebouwen gebruikte men om esthetische redenen de meer pictografische afbeeldingen. Dat kleurt voor een belangrijk deel ons beeld van het hiërogliefenschrift.

Niveaus van geletterdheid

Een brief kon dus geschreven zijn door een boze zoon, maar ook door anderen. De schrijvers zijn divers, legt De Boer uit. Eigenlijk was de geletterdheid best wel hoog in die tijd. Het verschil met nu was dat je levels of literacy had, niveaus van geletterdheid. “Enerzijds had je professionele schrijvers. Een soort ambachtslieden, die dit ambacht ook weer doorgaven aan hun kinderen. Er waren ook tempels en paleizen die schrijvers in dienst hadden om hun administratie te voeren. Maar daarnaast waren er ook veel handelaren en andere mensen die tot op een bepaald niveau konden lezen en schrijven. Als je bijvoorbeeld de administratie van een graansilo doet, heb je maar een beperkt repertoire aan tekens nodig. Dit in tegenstelling tot een hofschrijver die lastige hymnes voor de koning moet schrijven.”

Na de CT-scan maken de onderzoekers een 3D-print van de kleitabletten. Op het bureau van Ngan-Tillard liggen er een stuk of twintig. Ze zijn verrassend klein en passen makkelijk in je handpalm. Ze hebben vaak de vorm van een rechthoek en bollen wat op als een kussen. Ze laat er een zien. Alles is beschreven. Niet alleen de voor- en achterkant, maar ook de smalle zijkanten staan vol met tekens. Via zo’n 3D-print kunnen wetenschappers ze goed bestuderen zonder dat het origineel beschadigd raakt.

Plantenresten van duizenden jaren oud

Scan van kleitablet met plantenresten (in verschillende kleurtjes).
Dominique Ngan-Tillard

Maar niet alleen de geschreven teksten onder de enveloppen zijn interessant voor de wetenschap. Want de tabletten zelf bevatten nog meer informatie. De wetenschappers kunnen ook naar de samenstelling van de klei kijken. “Met de CT-scan ontdekten we dat er plantenresten in de klei zitten”, zegt Ngan-Tillard. “Dat deden de Assyriërs waarschijnlijk om de klei steviger te maken. Een botanist van de Rijksuniversiteit Groningen bestudeert de plantenresten. Dit is waardevolle informatie, omdat we dan beter weten wat er duizenden jaren geleden werd verbouwd.”

Het materiaal zelf geeft nog meer geheimen prijs. “We onderzoeken ook de manier waarop er barsten in de klei komen”, zegt Ngan-Tillard. “Dat vertelt ons hoe klei zich gedraagt over een langere periode. Hierdoor vergroten we onze kennis van het materiaal. Dat helpt ons bijvoorbeeld ook als we klei in dijken gebruiken.”

Wat begon als een project om spijkerschrift te ontcijferen, is daarmee uitgegroeid tot veel meer. En dit is ook niet het laatste dat de wetenschappers onderzoeken. "We willen naar de chemische samenstelling van de klei kijken”, aldus Van Eijck. “Dat doen we niet alleen met de CT-scanners, maar ook met andere scanapparaten in het Reactorinstituut van de TU Delft. Zo gaan we na uit welke regio de klei komt en welke soorten zijn gebruikt. “En misschien ontdekken we nog wel meer, wat we nu niet kunnen bedenken.”

Ngan-Tillard zoomt op haar beeldscherm in op een 3D-afbeelding van een gescand kleitablet. “Zie je dat het onderaan wat indeukt? Ik denk dat het de afdruk van een vinger is. Zo gedetailleerd kunnen we alles nu zien. Het is soms net alsof we over de schouders van de makers van deze tabletten kijken.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 november 2019

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.