05 juli 2016

Wetenschappelijke praatjesmaker

Wetenschappelijk werk doe je soms in doodse stilte. Lijkt misschien op het eerste gezicht ideaal werk voor stille types, en juist niet voor praatjesmakers zoals ik. Maar in werkelijkheid hoef ik mijn mond gelukkig ook vaak niet te houden tijdens mijn werk!

Inmiddels loop ik al ruim 27 jaar rond en het schijnt dat ik in die tijd, misschien op het eerste jaar na, best veel gepraat heb. Thuis aan tafel was mijn bord vaak als laatste leeg omdat ik maar bleef praten. Ook op school trok ik mijn mond regelmatig open. Zo hield ik op de basisschool ooit vrijwillig een extra spreekbeurt.

Nu zijn dit allemaal anekdotes en als wetenschapper zou ik toch eigenlijk beter bewijs moeten aanvoeren, zoiets als spreektijd per dag of aantal woorden per uur. Zou ik als man misschien wel meer praten dan de gemiddelde vrouw, of is het een fabeltje dat vrouwen meer praten? Tijd voor wat wetenschappelijke meetmethodes, er is hier namelijk onderzoek over gepubliceerd. Conclusie: in sommige omstandigheden (kleinere groepen) praten vrouwen gemiddeld inderdaad een beetje meer.

Maar genoeg over mijn mogelijke praatafwijking. Inmiddels werk ik al een paar jaar als wetenschapper. Betekent dat dag in, dag uit experimenteel werk, lezen en schrijven in doodse stilte?

Bijpraten met andere wetenschappers tijdens de koffiepauze op de conferentie in londen %28foto ona anilionyte%29
Bijpraten met andere wetenschappers tijdens de koffiepauze op de conferentie in Londen.
Ona Anilionyte

Praatjes in het lab

Valt gelukkig wel mee! Regelmatig is er tijd voor small talk, zeker als een wat simpeler experiment niet al mijn aandacht eist. Bijvoorbeeld voor een praatje met mijn Nieuw-Zeelandse overbuurvrouw in het lab, Rebecca. Inmiddels versta ik haar bijzondere Engelse accent prima. In het lab zijn er ook ‘wetenschappelijke’ praatjes, variërend van een nieuwe collega die vraagt of ik weet waar een bepaalde pot met een chemisch stofje staat, tot langere gesprekken met een van de bachelorstudenten die ik begeleid, die bijvoorbeeld een nieuwe experiment wil doorspreken.

En in het kantoor

Op kantoor zitten we met vier promovendi en zitten we natuurlijk regelmatig stil te werken, maar gelukkig is er ook af en toe tijd voor een praatje over van alles. Ook over simpele dingen als het het weer. Zoals geklaag over de hitte in ons kantoor door mijn Braziliaanse en Portugese kamergenoten! Mijn drukke begeleiders spreek ik niet dagelijks, maar wel een paar keer per maand. Dan spreken we resultaten door van experimenten, ideeën voor nieuwe experimenten en ook hoe en wanneer we dat gaan publiceren. Maar ook met begeleiders is er tijd voor small talk. Met mijn begeleider John (professor en fanatiek Feyenoordfan) sprak ik ooit een uur lang in de auto naar een wetenschappelijke conferentie over voetbal en mistte hij daardoor een afslag!

Presentatie tijdens conferentie bij imperial college london %28foto ona anilionyte%29
Presentatie tijdens conferentie bij Imperial College London
Ona Anilionyte

Serieuze wetenschappelijke spreekbeurten

De meeste serieuze praatjes zijn op wetenschappelijke conferenties. Afgelopen april sprak ik binnen twee weken op drie verschillende conferenties: een in Londen, en twee in Nederland. Dit is zeg maar een spreekbeurt over je eigen onderzoek, meestal een kwartier met wat ondersteuning van goed voorbereide powerpoint slides. Deze praatjes deed ik net als op de basisschool vrijwillig. Sterker nog, als promovendus moet je meestal eerst een verzoek indienen om een praatje te mogen geven op zo’n conferentie. En dus is het best bijzonder dat ik in een maand drie keer hiertoe de kans kreeg.

Maar wat is het nut van zo’n praatje? Een punt krijg je er niet voor. Toch zijn dit soort praatjes voor een wetenschapper erg belangrijk. Je kunt je resultaten en ideeën delen met anderen. En hier na afloop eventueel wat goede vragen over krijgen en misschien wel nieuwe samenwerkingen met anderen aangaan die nu van je werk weten.

Naast eventueel een eigen presentatie hoor je op zo’n conferentie vooral veel interessante (en soms ook saaie) praatjes van andere wetenschappers. En er zijn zat mogelijkheden om informeel bij te praten tijdens lunches en diners. Bij mijn congres in London was zelfs ‘breakfast included’: prima gelegenheden om collega’s op mijn vakgebied uit de hele wereld te spreken.

Mijn collega bas spaans bij het ontvangen van zijn ' phd diploma' van mijn begeleider prof. john van der oost na zijn 'belangrijke' spreekbeurt %28foto archief bas spaans%29
Mijn collega Bas Spaans bij het ontvangen van zijn ’ PhD-diploma’ van mijn begeleider prof. John van der Oost na zijn ‘belangrijke’ spreekbeurt
Bas Spaans

Op naar de grote spreekbeurt

En eigenlijk zijn die pak ‘m beet vier jaar promoveren ook toewerken naar een hele belangrijke spreekbeurt: de promotieceremonie. Drie kwartier lang beantwoord je vragen en ga je in discussie over het gedane en beschrevene werk met vier deskundigen op je vakgebied. En ook al moet ik nog heel wat doen, langzaam kijk ik al een beetje uit naar deze ‘belangrijkste’ spreekbeurt van mijn leven. Hiervoor krijg je zelfs een punt van de deskundigen, maar dat is veel minder belangrijk dan de ‘ PhD-titel’ die je daarna krijgt. En die titel staat bijzonder genoeg officieel voor Doctor of Philosophy, maar dat is vast niet omdat al die praatjes die ik maak zo ‘filosofisch’ zijn.

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE