19 mei 2015

Het schrijven van een boek

Op een bepaald moment in je promotietraject kom je op het punt van ‘afronden’. Op dat punt ben ik nu.

Althans, voor dat deel van mijn proefschrift waarin ik mijn eigen onderzoek op papier zet. Vier hoofdstukken zijn het geworden. Vier hoofdstukken, ofwel zo’n honderd pagina’s, zijn het resultaat van mijn promotieonderzoek. Gek eigenlijk, dat je daar maar liefst vier jaar over doet. Natuurlijk moeten er nog één of twee inleidende hoofdstukken en een conclusie worden toegevoegd, maar wat heb je dan? Een pagina of vijftig extra? Dan heb je dus, als je je dankwoord een beetje uitgebreid maakt en elke bladzijde die je ooit hebt gelezen in je bibliografie verwerkt, uiteindelijk een boek van misschien tweehonderd bladzijden. De scriptie die ik in één maand voor mijn master schreef, telde al 105 pagina’s… Had ik dan ook in twee maanden klaar kunnen zijn met mijn proefschrift?! Natuurlijk niet! Het idee alleen al…

Kopje thee Het is voor mensen ‘buiten de wetenschap’ vaak lastig uitleggen wat het schrijven van een proefschrift precies inhoudt. Een boek schrijven kan iedereen toch? Kopje thee erbij, muziekje op de achtergrond en schrijven maar. Helaas gaat er aan het schrijven van een proefschrift veel werk vooraf. Al vanaf het begin van mijn promotietraject werd ik door mijn begeleiders gestimuleerd om ‘te gaan schrijven’. Wie schrijft, blijft en wat is er makkelijker dan de ideeën die je opdoet bij het lezen van boeken en artikelen over je onderwerp meteen om te zetten in wat woorden? De hoofdstukken zouden zich haast vanzelf moeten schrijven! De werkelijkheid is echter heel anders. Vaak zat ik urenlang tegen een leeg word-document aan te kijken. Die ene vlaag inspiratie die een zin voorbracht op mijn scherm werd binnen een minuut vaak weer verwijderd. Toch maar anders beginnen. Maar hoe dan?

Veldwerk vertaalt zich in volgeschreven formulieren met aantekeningen.

Resultaten Het helpt natuurlijk enorm als je eigen onderzoek vordert. Dan zijn er namelijk resultaten die je op papier kunt zetten. In mijn geval zijn dat de resultaten van mijn veldwerkonderzoek, waarvoor ik elk jaar braaf ben afgereisd naar Rome, Ostia en de steden rond de Vesuvius. Het veldwerk vertaalde zich in volgeschreven formulieren en aantekeningenboekjes over zichtlijnen en de staat van conservering van schilderingen en marmeren decoraties. Die informatie zette ik dan om in tabelletjes, tekeningetjes en schema’s. Ik denk in de foto’s en figuren die ik tijdens dat veldwerk heb gemaakt en vind die ook veel praktischer dan ellenlange beschrijvingen, zeker als het gaat om beschrijvingen van schilderingen. Bedenk maar eens hoeveel woorden je kwijt zou zijn aan een accurate beschrijving van een willekeurig schilderij. Het is dan toch veel makkelijker om een foto te laten zien?

Foto van hetzelfde vertrek als in bovenstaande omschrijving.

Oersaai Afijn, voor het proefschrift moeten de resultaten van mijn onderzoek, gecombineerd met de informatie die ik heb gevonden in boeken en artikelen van anderen, toch echt in tekst worden omgezet. Toegegeven, het gaat een heel stuk vlotter in jaar vier, met alle ervaring die ik inmiddels heb opgedaan, maar na het beschrijven van twintig pagina’s aan geometrische patronen denk ik toch nog erg vaak: een foto erbij is toch wel handig. En dus kort ik de beschrijving in en voeg een foto toe, ook omdat mijn begeleider opmerkte dat het stuk ‘wel erg descriptief’ was, wat natuurlijk gewoon een nette manier is om te zeggen dat het eigenlijk oersaai was om te lezen :).

Voetnoot Het lukt hoor, in dat vierde jaar. Je hoeft niet meer hele denklijnen neer te pennen, omdat je nu zo ver gevorderd bent dat je aan de hand van een foto snel duidelijk kunt maken wat je bedoelt of omdat je inmiddels weet dat meneer X en mevrouw Y hetzelfde dachten en je dus met een simpele voetnoot kunt verwijzen naar ‘jouw idee’. Misschien is dit ook wel het antwoord op de vraag waarom mijn proefschrift na al die jaren nog steeds maar tweehonderd pagina’s zal tellen. Ik weet nú hoe ik mijn uitleg kan versimpelen met een foto en ik weet nú naar welke wetenschapper ik moet verwijzen om ideeën te bevestigen of te weerleggen. Maar ja, zo ben je wel ineens vier jaar verder…

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.