10 juli 2017

Dag 1: Op bezoek bij Google

Ik word wakker in een wolk en heb even nodig om me oriënteren. Kingsize bed in Palo Alto, Californië. De zon brandt tegen de verduisterende gordijnen en het gebrom van de airconditioning hint naar een korte broek als klederdracht. Vanavond is de borrel, kennismaking en brainstormsessie voor de Google science unconference: SciFoo.

Voor overdag heb ik twee bezoeken gepland bij de dichtbijgelegen universiteit Stanford. Ik loop door de priemende zon langs een avenue met palmbomen, waar een doortastende hardloper van schaduw naar schaduw rent.

Meta man via flickr cc by nc 2.0
Aan het einde van Palm drive doemt de universiteit Stanford op.

Aan het einde van Palm drive doemt de universiteit op. Mensen gaan hier echt naar school. De campus bestaat uit 700 gebouwen, het merendeel van de studenten woont, studeert, eet en feest hier. Het contrast met de universiteiten in Nederland is groot. Maar de professoren en onderzoekers zijn hetzelfde, dezelfde kleine kamertjes met stapels artikelen, witte labtafels met talloze flesjes en de eindeloze passie waarmee het onderzoek wordt aangegaan.

Wetenschap is een bijzonder hobby

In de namiddag spreek ik Perry McCarty, emeritus professor. Hij heeft een half uurtje vrij gemaakt in zijn agenda. Na een uur komt zijn assistent vragen of hij de vergadering nog bij komt wonen. Hij glimlacht, zoals oude professoren dat kunnen, en de assistent doet de deur zacht dicht. We vervolgen ons geanimeerde gesprek over afvalwater en we maken het elkaar niet makkelijk. Hij ziet voornamelijk toekomst in bacteriën die geen zuurstof nodig hebben om afvalstromen schoon te maken. Ik hou me vast aan mijn dikkerds, die wel van zuurstof houden. In gedachte zoom ik even uit en zie ik twee mensen vol plezier praten over afvalwater, terwijl buiten de zon schijnt en de palmen wuiven. Wetenschap is een bijzondere hobby.

Ik moet helaas de benen te nemen. Hij vindt het ook mooi geweest. Ik snel me langs de palmen terug naar het hotel waar ik mijn korte broek inruil voor een lange. In de google-mail staat smart-casual, gevolgd door een klein boekwerk aan grappen over smart en casual. De strekking is duidelijk, kom niet in pak, maar ook niet in pyjama.

Tandje bijzetten

Voor het hotel staat een bus. Het is de één-na-laatste bus naar GooglePlex, hij is dan ook bijna leeg. Ik maak een praatje met Susan. Zij werkt voor Nature, een wetenschappelijke tijdschrift (journal). We hebben beiden niet echt een idee van wat ons te wachten staat en babbelen een beetje over onze vakgebieden. Achter ons mengt een man zich in het gesprek en hij heeft binnen een minuut de regie in handen.

Ik had toen niet de luxe van nu om hem snel even op te zoeken met Google. Maar voor mij zit Stuart Hameroff, een anesthesist en professor en hij beschiet ons met prikkelende vragen. Susan haakt af, maar ik besluit het bombardement aan vragen hoofd te bieden. Voor ik het weet ben ik vragen aan het beantwoorden over het bewustzijn. En volgens Stuart zit ik er naast, omdat ik niet doordring tot de essentie van bewustzijn. De essentie ligt volgens hem namelijk in microtubuli en terahertz resonanties.

Hij kijkt te nors om te denken dat hij me in de maling neemt. De busreis duurt een kwartier, ik kan jullie natuurlijk niet echt mee terug nemen, maar mocht je je willen laten overdonderen door deze gepassioneerde man kijk dan hier verder: TEDx (de beste man is in staat om binnen no time de problemen van de wereld terug te brengen tot microtubuli), en je weet redelijk goed hoe buitenaards deze man klinkt:

Het begint

We stappen uit bij het GooglePlex en worden door een enthousiast team Google medewerkers binnen geloodst. Tientallen blije werknemers in een haag loodsen je naar binnen. Hier moet een foto worden gemaakt voor op de conference-wall. Bocht om. Daar een giftbag met technische gadgets. Gek trappetje op. Via een donkere kamer waar ineens je gezicht op de muur verschijnt. Diagonale roltrap. Nog een bochtje en dan staan daar netjes drie mensen. “Welcome ‘Gurben’ – do I pronounce that correctly?”, “Ben is ok”, “Great Ben, great to have you, welcome to Google. Here is your conference-ID. Drinks at the left, we will start in thirty minutes. Enjoy!”

Ik kom buiten en zie … wetenschappers. Je herkent ze zo. Onderweg naar de bar vang ik links en rechts wat flarden op. Zonnewinden, kunstmatige intelligentie, wiskunde grapjes en duiven. De sfeer is goed, niemand weet wat ze er precies doen, maar het is al gezellig. Bij de bar tref ik een dame. Zij wijst met plezier naar de drankjes die voor ons klaar staan en is druk bezig aan iemand iets hilarisch uit te leggen. Ik val halverwege in, dus ze ziet haar kans om het nog een keer uit te leggen. “Here, what do you see?” Terwijl ze een biertje in mijn hand drukt en op het etiket wijst.

Beer
Een beer met een gewei. Of toch niet? Gesprekstof genoeg tijdens de Google unconference
Anderson Valley Brewing Company

O Dear!

“A bear with antlers.” “Yeah, yeah, good, but what if I told you if these are two animals” “A bear and a deer, you mean?” “Yeah, Yeah!” Ze wordt nu echt enthousiast. “What do you get when you cross them?” “A Dear?” De tranen springen in haar ogen. “What are you holding?” “A … beer …” Nina Mažar en ik zijn direct vrienden en ik word voorgesteld aan een groepje gedragswetenschappers. “This is my ‘Dear’ friend Ben.”

Ik glimlach en sluit aan. Eerst luisterend, maar later meng ik me in het gesprek over virtual reality en hoe kinderen van nu daadwerkelijk in een andere wereld opgroeien doordat er een virtuele/echte tweede wereld is. Ik kan makkelijk meepraten want ik heb dit verhaal eens eerder gehoord… Op TED, en dan herken een van mijn tafelgenoten, Sherry Turkle.

Ik kijk nog eens goed om me heen, het wordt me duidelijk. Ik dacht aan te sluiten bij een groepje jonge wetenschappers. Ik bevind me echter midden tussen de doorgewinterde wetenschappers. Gezichten die je ziet op TED praatjes, discovery channel, professoren en all-round bazen. “What the f*ck doe ik hier?” En niet veel later, “Holy Moley, ik moet overmorgen een presentatie geven aan deze mensen…”

En het is nog niet eens begonnen. Doe mij nog maar zo’n Deartje.

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE