13 februari 2018

100% richtingsgevoel

Mensen met een 100% richtingsgevoel wijzen zonder problemen aan waar het noorden is, alsof ze een kompas ingeslikt hebben. Hoe werkt dat precies?

Een tijdje geleden was ik op een congres in Frankrijk. ’s Avonds tijdens het eten, in een afgelegen straatje in een voor ons onbekende stad, schepte een van mijn collega’s op over zijn ‘100% richtingsgevoel’. Toen ik hem vroeg of hij me dan kon vertellen waar het noorden nu was, keek hij me verbaasd en licht geïrriteerd aan. Nee, nee, dat bedoelde hij niet. Hij was gewoon goed in de weg vinden. Ik baalde van zijn antwoord want ik had stiekem gehoopt een Nederlander te vinden die zijn richtingsgevoel in taal gebruikt, want ja, die mensen bestaan!

Compass 2946958 1280
Sommige mensen gebruiken hun richtingsgevoel in taal.

Absoluut referentiesysteem

In de taalkunde wordt dit fenomeen beschreven als een ‘absoluut referentiesysteem’. Wij Nederlanders, en de meeste andere Europeanen met ons, gebruiken voornamelijk een relatief referentiekader. Als ik jou de weg vraag naar de Hema, ziet die uitleg er waarschijnlijk zo uit: ‘de Hema zit een paar winkels verderop, links van de Kruidvat en rechts van de Etos.’ Iemand met een absoluut referentiekader zegt dat de Hema aan de noordkant van de hoofdstraat zit, ten westen van de Etos. In plaats van de locatie van een object (de Hema) uit te leggen in termen van diens positie ten opzichte van jouw eigen positie (links en rechts) en andere objecten (de Etos), omschrijft iemand met een absoluut referentiekader de locatie in termen van windrichtingen.

Dit verschil wordt mooi gekarakteriseerd door een bekend experiment, zie het plaatje hieronder.

Animals in a row
In dit experiment worden proefpersonen naar een kelder zonder ramen geleid. In die kelder staan twee tafels. De proefpersoon wordt voor de ene tafel geplaatst, waarop drie dieren liggen. Een koe, een geit en een schaap. Vervolgens wordt de proefpersoon 180 graden gedraaid zodat hij tegenover de tweede tafel staat (op het plaatje de ‘recall table’). In dit experiment is het de taak om de dieren in dezelfde volgorde neer te leggen als ze op de eerste tafel lagen (de ‘stimulus table’) Mensen met een relatief referentiesysteem, zoals jij en ik, leggen de dieren neer zoals ze van links naar rechts lagen. Links de koe, dan de geit, dan het schaap. Mensen met een absoluut referentiesysteem leggen de dieren zoals ze lagen van noord naar zuid.


Wat boeiend is aan dit fenomeen is dat de taal die je spreekt dus bepaalt hoe je objecten in de wereld ziet. Denk je over alles in termen of het links of rechts van jou is, of weet je altijd waar het noorden is? De vraag is natuurlijk of mensen met zo’n absoluut systeem nou een beter richtingsgevoel hebben, en dat ze daarom maar steeds over noord en zuid praten. Of is het omgekeerd, dat het continu praten in termen van noord en zuid ervoor zorgt dat je altijd weet waar het noorden is? Fascinerend!

Helaas bleek mijn collega gewoon een Nederlander die over zijn richtingsgevoel opschepte, en geen gebruiker van een absoluut referentiesysteem.

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.