Je leest:

Zwaargewicht Wilma

Zwaargewicht Wilma

Gisteren bereikte de orkaan Wilma de zwaarste categorie in orkaankracht: categorie 5. Dat betekent dat Wilma boven land of eilanden zeer veel schade kan aanrichten en levensgevaarlijk is. De windsnelheden bij Wilma liepen net aan de noordoostzijde van het oog (het midden van de orkaan) op tot gemiddeld 280 km/uur, met af en toe hoge uitschieters.

Zeer opvallend is de recordlage luchtdruk voor de Atlantische regio. Gisteren zakte de barometer tot 884 hPa en vanavond om 17.00 uur onze tijd al tot 882 hPa: 6 hPa onder het vorige record binnen de Atlantische regio en maar liefst 72 hPa lager dan de laagste luchtdruk ooit gemeten in Nederland. De 888 hPa staat op naam van Gilbert die in september 1988 huishield.

Hoe meet men nu eigenlijk een luchtdruk in het oog van een orkaan (boven zee)? De ‘53ste Weather Reconnaissance Squadron’, beter bekend als de ‘Hurricane Hunters’, vliegen regelmatig dwars door orkanen heen om onderzoeken en metingen binnen deze verwoestende weersverschijnselen te kunnen doen. Tot middenin het oog wordt op redelijk hoogte de orkaan binnengedrongen zodat het team exact de positie van het oog van de orkaan kan bepalen. Meteorologen gebruiken deze gegevens om rekenmodellen te maken van orkanen. Deze modellen kunnen de koers van de orkaan of tropische storm vrij redelijk berekenen. Het team van de ‘Hurricane Hunters’ bestaat uit 6 man, nl. de aircraft commander, co-pilot, flight engineer, navigator, weather officer en een dropsonde system operator. De dropsonde system operator laat midden in het oog van de orkaan een dropsonde (hangend aan een parachute) los die op verschillende hoogten metingen doet aan de temperatuur, vochtigheid en luchtdruk in het oog van de orkaan. Met GPS kan de positie van de dropsonde worden gevolgd. Uit de verschillende posities van de dropsonde in de tijd kunnen ook de windgegevens worden afgeleid. Door middel van een satellietverbinding worden de verwerkte meetgegevens direct aan het Amerikaanse ‘National Hurricane Center’ verzonden.

Op Jamaica en de Kaaimaneilanden is dankzij Wilma al veel neerslag gevallen, lokaal al ca. 250 mm. Op Jamaica viel de wind mee dankzij het feit dat Wilma toen nog maar net een orkaan was die het eiland op ruime afstand passeerde. De Kaaimaneilanden, het oosten van Yucatan en de westpunt van Cuba zal er vermoedelijk wat minder gelukkig vanaf komen.

De verwachte koers van Wilma voor de komende 5 dagen (bron: NHC/NOAA)

Momenteel bevindt Wilma zich tussen Jamaica en Honduras en zal verder naar verwachting tussen Cuba en het Mexicaanse Yucatan doortrekken. Windkracht 8 of hoger wordt komend etmaal wel op de Cayman (Kaaiman) eilanden verwacht en later deze week in Yucatan en op de westpunt van Cuba. De maximale windsnelheden liggen nu rond de 120 km/uur met hogere uitschieters. De orkaan zal geleidelijk wat in kracht toenemen. Volgens de laatste koersberekeningen zal de kern van Wilma bij Cuba een noordoostelijke koers gaan volgen en zaterdagavond Florida kunnen bereiken.

‘In het oog van de storm’…

Wilma voorlopig de laatste?

Wilma is deze week de 21ste tropische storm. Sinds 1933 (toen eveneens 21 stuks) zijn er niet meer zoveel tropische stormen in de Atlantische regio/het Caribisch gebied ontstaan. Sinds de systematische naamgeving in 1953 stond het vorige record op 19 in 1995. Inmiddels is Wilma uitgegroeid tot orkaan en brengt hiermee het aantal orkanen van het seizoen 2005 op 12. Dit betekent nog geen record maar een evenaring van het aantal dat in 1969 voor dit gebied werd bereikt. Mogelijk dat Wilma niet de laatste in de rij van tropische stormen of orkanen is. Pas op 1 december a.s. zal dit orkanenseizoen gesloten worden. Zeker tussen half oktober en half november is de kans op een tropische storm of orkaan nog zeker aanwezig. De namen die door de National Hurricane Center werden gereserveerd zijn inmiddels wel op, d.w.z. dat na Wilma de eerstvolgende tropische storm een naam van het Griekse alfabet zal krijgen. Deze reservelijst werd sinds de systematische naamgeving van tropische stormen nog niet aangesproken.

Luchtdruk: De luchtdruk is de druk die het gewicht van de lucht in de atmosfeer op een oppervlak uitoefent. In de weerberichten wordt de luchtdruk opgegeven in hectopascal (hPa), wat gelijk is aan millibar, de oude eenheid voor de luchtdruk. De luchtdruk wordt gemeten met een barometer. De meeste barometers bevatten een luchtledig doosje dat afhankelijk van de drukverandering meer of minder ingedrukt wordt. Die verplaatsing wordt overgebracht op een wijzerplaat, waarop de luchtdruk kan worden afgelezen. Op veel huisbarometers is nog een schaalverdeling in millimeters kwik te vinden. Deze schaal is eenvoudig om te rekenen in Hectopascal door die getallen met 1,333 te vermenigvuldigen. De gemiddelde atmosferische druk is 76cm Hg = 1013 hPa = 1 atmosfeer. De meeste barometers hebben ook aanduidingen als “mooi”, “bestendig”, “veranderlijk”, “regen” en “storm”. Het weer kan echter heel anders zijn dan de barometer aanwijst. Die vermeldingen dateren uit vorige eeuwen, toen er nog weinig bekend was over het verband tussen het weer en de luchtdruk. Een hoge druk van 1030 of 1040 hectoPascal (hPa) betekent niet altijd zonnig weer. Het kan dan ook mistig zijn of regenen. Meestal blijft de neerslag bij een hoge luchtdruk beperkt tot hooguit enkele millimeters, maar er zijn situaties voorgekomen dat er bij een luchtdruk van 1030 hPa uit een lokale bui 10 tot 15 millimeter viel.Omgekeerd kan het in een lagedrukgebied zonnig, droog en rustig weer zijn. Het hangt er vooral vanaf waar het centrum van het drukgebied ten opzichte van het land ligt. Afhankelijk daarvan kunnen we in vochtige lucht met bewolking of mist terechtkomen of juist te maken krijgen met droge lucht en zonnig weer. De kracht van de wind in een bepaald gebied wordt bepaald door de verschillen in luchtdruk. Als die verschillen over een grote afstand klein zijn zal het weinig waaien en dan maakt het niet uit of de luchtdruk in dat gebied hoog of laag is. Toch is de kans op neerslag bij een lage luchtdruk in het algemeen groter is dan bij hoge druk. Uit vergelijkingen van dagelijkse aflezingen van de barometer en het weer blijkt de kans op neerslag bij een lage luchtdruk van 990 hPa 80% te zijn. Dat betekent dat er in acht van de tien gevallen regen of sneeuw valt. Bij een stand van 1000 hPa is de neerslagkans 70%, bij 1010 hPa 40%, bij 1020 hPa 20% en bij een hoge druk van 1030 hPa slechts 10%. Snelle veranderingen van druk gaan meestal vergezeld van veel wind of zijn de voorbode van een storm. Als de stand van de barometer snel oploopt of daalt betekent dat meestal dat het weer gaat veranderen. Uit onderzoek naar het verband tussen de barometerstand en het weer blijkt dat in 80% van de gevallen een stijgende luchtdruk tot een weersverbetering leidt en een dalende luchtdruk tot slechter weer. bron Wikipedi.nl

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Meteonet.
© Meteonet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 oktober 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE