Je leest:

Zuinige machine wast niet meer schoon

Zuinige machine wast niet meer schoon

Auteur: | 22 februari 2007

Tien jaar geleden kocht je een dure, energiezuinige wasmachine. Een decennium later kan het apparaat wat energieverbruik betreft in de prullenbak, zo lijkt het. Nu heeft het simpelste B-merk al een A-label. Maar is het milieu er ook echt mee geholpen?

Mijn wasmachine is stuk. Tien jaar oud, het zat er dus aan te komen. Meteen een goede reden om eens een zuiniger apparaat aan te schaffen. De vorige keer kocht ik de zuinigste machine die ik nog een beetje betaalbaar vond maar volgens de website van milieuorganisatie Milieu Centraal is het een klein milieumisdrijf om die nog te gebruiken. De verkoper van de grote witgoedhandel vroeg ik dus om mij de zuinigste wasmachine aan te wijzen. “Dat maakt tegenwoordig weinig meer uit, mevrouw,” was het antwoord, “Ze hebben allemaal een A-label.” Gelukkig. Maar wat betekent dat?

Beeld: www.electrodepypere.be

Sinds 1996 is het voor fabrikanten van elektrische apparaten verplicht om een energielabel aan hun product te geven. Dit etiket geeft informatie over het elektriciteitsgebruik van het apparaat. Het gebruik is ingedeeld in klassen van A (het efficiëntst) tot en met G. Klasse D was oorspronkelijk het gemiddeld verbruik. Tien jaar geleden kregen gemiddelde wasmachines dus een D-label. De betere machines kregen C of zelfs B. Maar moderne machines zijn stuk voor stuk veel zuiniger dan tien jaar geleden. “Een D-machine verkoopt niet meer,” zegt Inge van Kessel, wasmachineonderzoekster bij SOHIT (Consumer Technology Research Institute). “Fabrikanten hebben vanalles bedacht om het energieverbruik omlaag te brengen en een A-label te krijgen.”

Dat is ze gelukt, zo lijkt het. Eén wasbeurt bij 60°C kostte in 1982 1.6 kWh aan elektriciteit, in 2006 ongeveer 0.9 kWh. Het grootste energieverbruik van een wasmachine zit in het opwarmen van het water. Immers, als je minder water gebruikt hoef je dat ook niet op te warmen. Het maakt vanzelfsprekend ook uit of je 40, 60 of 90 graden kiest. Ten slotte scheelt het als het waswater minder lang op die temperatuur hoeft te blijven. De electromotor van de wasmachine is over de jaren heen ook wel wat zuiniger geworden, bijvoorbeeld door betere lagers te gebruiken, maar de meeste winst is geboekt door waterbesparing en temperatuurverlaging.

Jampotje

Tot de jaren vijftig van de vorige eeuw draaiden wastrommels rechtop. Dat kostte heel veel water. Vergelijk het met een jampotje dat je voor een kwart vult met water en zoveel stukjes stof als erin passen. Zet het potje rechtop en draai het heen en terug. Je ziet dat niet alle stukjes stof nat worden, er was eigenlijk meer water nodig. Draai nu de deksel er op en leg het potje op z’n kant. Rol het vervolgens een eindje over tafel. Nu worden wel alle stukjes nat. Met een wastrommel op zijn kant heb je dus veel minder water nodig om toch alle kleding in de trommel te kunnen wassen. Door deze uitvinding daalde het waterverbruik per wasbeurt van honderd liter of meer naar gemiddeld vijftig.

Daarnaast is het wasmachinetechnologen gelukt om de ruimte tussen de buitentrommel – een waterdichte bak – en de draaiende binnentrommel die erin hangt, sterk te verkleinen. Daarvoor moesten een sterke trommelconstructie gemaakt worden en zeer spelingsarme lagers. Zou de binnentrommel bij het centrifugeren namelijk tegen de buitentrommel aanslaan dan is de schade niet te overzien. Deze vooruitgang heeft geleid tot nog eens zes liter (warm)waterbesparing per wasbeurt.

Met de komst van electronische bediening is het mogelijk de wasmachine met software te programmeren. Fabrikanten prijzen dit systeem aan met de term ‘fuzzy logic’. In een ouderwets, mechanisch programma ligt van te voren vast hoeveel water in de machine komt, hoe lang dat verwarmd en gespoeld wordt. In nieuwe machines past de software al die waarden aan op basis van informatie die het programma krijgt van verschillende sensoren in de machine. Dat kan een schuimsensor zijn, een sensor die de troebelheid van het water meet, eentje die het gewicht van de was meet, en zelfs sensoren die meten of de was erg in elkaar gedraaid is. Is het spoelwater bijvoorbeeld nog vies dan wordt extra gespoeld.

Kouder

Mijn nieuwe wasmachine met A-label gebruikt dus per wasbeurt minder elektriciteit en water dan degene die nu bij het grof vuil staat. Ik was uitsluitend op veertig graden, en hoewel mijn shirts en sokken tegenwoordig al na een dag in de wasmand kunnen ben ik erg milieuvriendelijk bezig. Of niet?

Het totale jaarlijkse verbruik van energie en water om te wassen is helemaal niet gedaald, denkt Paul Terpstra, hoogleraar Consumententechnologie aan de Wageningen Universiteit en oprichter van onderzoeksinstituut SOHIT. “De vraag is niet of er per wasbeurt zuiniger wordt gewassen, maar per persoon. We wassen onze kleren bijvoorbeeld veel vaker dan twintig jaar geleden. Ik vraag me af of het wassen thuis echt minder milieubelastend is geworden.”

De overheid heeft ons in de jaren tachtig flink gestimuleerd om op veertig graden te gaan wassen. Op het eerste gezicht niet zonder reden: een was op veertig graden kost de helft minder elektriciteit dan op zestig. Verder verkort de eco-toets op een wasautomaat bij veel machines het programma. Maar volgens Terpstra is de waswerking minder goed geworden door het gebruik van minder water en lagere temperaturen bij kortere wastijden. “Hoewel het niet is bewezen lijkt het erop dat dit redenen zijn dat de consument vaker is gaan wassen,” zegt hij. In 1982 waste een gezin gemiddeld 3½ keer per week, nu is dat 4½ keer. De grootte van gezinnen is sterk gedaald in die periode. We wassen nu dus veel vaker dan twintig jaar geleden en gebruiken daardoor toch weer meer zeep, water en electriciteit.

Verder heeft de laatste jaren het gebruik van hulpmiddelen bij het wassen een hoge vlucht genomen. Diverse oxy-action middelen worden voor het wassen op de kleren gespoten. “Het is heel lastig aan te tonen,” zegt Terpstra, “maar ik denk dat dat komt doordat de wasprocessen bij lage temperatuur niet meer goed genoeg wassen.”

Biologisch wassen

Moderne wasmiddelen hebben een grote bijdrage geleverd aan energiezuinig wassen. Terpstra denkt zelfs dat veel van de bezuinigingen op water en elektriciteit mogelijk zijn gemaakt door verbetering van wasmiddelen. Een toevoeging die enkele tientallen jaren geleden is geïntroduceerd is TAED (Tetra-AcetylEthyleenDiamine, niet te verwarren met het onthardingsmiddel EDTA). Deze stof zorgt ervoor dat een ander bestanddeel van wasmiddel, natriumperboraat, bij lagere temperatuur zijn werk doet. Normaal gesproken vormt deze stof bij zestig graden zuurstofradicalen die de was bleken en bacteriën doden. Met TAED als katalysator (‘versneller’) gebeurt dat al bij aanzienlijk lagere temperatuur waardoor de was bij lagere temperatuur beter schoon wordt.

Een grote vooruitgang is het gebruik van enzymen, de zogenaamde ‘biologisch actieve’ wasmiddelen. Enzymen zijn natuurlijke (biologische) katalysatoren die net als TAED zuurstof kunnen activeren. De werkzame stof in Omo Power, een mangaankatalysator, was afgeleid van een enzym. Helaas bleek het enzym té goed te werken en niet alleen vuil en vet af te breken maar ook de vezels van textiel.

Andere enzymen kunnen goed de moeilijke vlekken zoals bloed, ei, sperma en chocolademelk verwijderen. Deze enzymen (proteasen) zijn in staat de eiwitten waaruit de vlek bestaat te breken zodat ze oplossen in water. Verder zijn er enzymen die goed vetten afbreken (lipasen) of goed zetmeel afbreken (amylasen). Enzymen werken vaak optimaal bij niet te hoge temperatuur, bijvoorbeeld 40°C. Bij 90°C zijn de meeste enzymen kapot. Meer onderzoek moet nieuwe enzymen opleveren die nog meer soorten vlekken bij lage temperatuur kunnen verwijderen, zegt Van Kessel.

Vieze was

Doordat we minder heet wassen wordt onze was niet alleen minder schoon – en moeten we dus vaker wassen – maar is ook de hygiëne achteruit gegaan. Een studie van onder andere SOHIT toonde aan dat wassen op 40°C weinig bacteriën verwijdert maar deze wel verspreidt over de rest van de was. De Staphylococcus aureus bacterie (waartoe de ziekenhuisbacterie MRSA behoort en die bij de helft van de mensen in de neus zit) gaat pas dood na een kwartier wassen op 60°C. "Je zult er doorgaans niet ziek van worden maar als je het wasgoed laat liggen gaat het wel stinken, waarschuwt Terpstra. “Het is aangetoond dat we minder hygiënisch wassen dan twintig jaar geleden.”

Een recente ontwikkeling die de hygiëne in onze wastrommel wellicht kan herstellen is de zogenaamde NanoSilver technologie waar Samsung en Daewoo onlangs mee op de markt zijn gekomen. Deze nieuwe machines laten door middel van electrolyse elke wasbeurt een kleine hoeveelheid zilverionen in de trommel oplossen. Zilverionen zijn heel effectief in het doden van bacteriën en andere micro-organismen. Ze desinfecteren de was. Het principe is niet nieuw: in ziekenhuizen gebruikt men zilverionen voor het steriliseren van apparatuur, en het systeem wordt ook gebruikt in draagbare waterfilters voor drinkwater. De zilverdeeltjes werken echter niet op bacteriën die ingekapseld zijn in een vuildeeltje. De was moet dus eerst schoon worden, en kan daarna nog hygiënisch gemaakt worden met zilver.

Promotiefoto voor Samsungs Silver Nano wasmachinetechnologie.

Uit onderzoek blijkt dat een wasmachinefabrikant een wel heel creatieve manier heeft gevonden om te zorgen dat zijn apparaat zuiniger wordt. Inge van Kessel van SOHIT mat het temperatuurverloop in de wastrommel tijdens een wasprogramma op 60°C. Tijdens het half uur dat het programma werkelijk wast bereikt de temperatuur maar heel kort deze waarde. Daarna wordt niet meer verwarmd en daalt de temperatuur weer gestaag naar kamerwaarde. “Vroeger was de temperatuur tijdens het hele proces rond de 60°C. Het staat echter nergens voorgeschreven dat dat moet. Dus gaat men minder verwarmen. Dat levert wel energiebesparing, maar gaat ten koste van de waswerking,” zegt Van Kessel.

“Hottfill”

In de jaren tachtig is geëxperimenteerd met de zogenaamde ‘hotfill’-systemen. Daarbij wordt de wasmachine op de warm-waterkraan aangesloten zodat de machine het water niet meer zelf hoeft te verwarmen. Idee hierachter is dat verwarming met een zogenaamde primaire energiebron (gas) efficiënter en goedkoper is dan met electriciteit. Het systeem heeft zoveel nadelen dat het in Nederland nooit van de grond is gekomen. Het belangrijkste probleem is dat heet water uit de kraan zo’n zeventig graden is. Bij die temperatuur ontvouwen (denatureren) de eiwitten uit bijvoorbeeld bloed en chocoladevlekken. Die krijg je vervolgens nooit meer uit de kleding. Van te voren het water mengen is technisch erg lastig omdat water van verschillende temperaturen erg moeilijk mengt. Bovendien bleek uit onderzoek van het Utrechtse energiebedrijf Remu dat de besparing minimaal is.

Kan de machine nog zuiniger wassen? Terpstra: “De vraag is of we dat wel moeten willen. We houden onszelf voor de gek. We sturen op het verbruik per proces terwijl het verbruik per persoon veel relevanter is. De techniek is verfijnd en meer gericht op zuinige mogelijkheden. De verdere besparing moet nu komen van milieubewust consumentengedrag. Bovendien zijn wasmachines al zo zuinig dat er weinig meer te halen valt. We kunnen onze energie beter steken in andere zaken zoals ruimteverwarming, auto’s of vakanties. Daarmee wordt pas echt veel energie verspild.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Intermediair.
© Intermediair, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 februari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.