Je leest:

Zorgenkinderen van de moderne tijd

Zorgenkinderen van de moderne tijd

Auteur: | 3 juni 2008

We maken ons grote zorgen over comazuipen, breezersletjes, snackseks en cyberpesten. Volgens een recent rapport van de Radboud Universiteit Nijmegen valt het best mee met de ontspoorde en bandeloze jeugd van tegenwoordig. Onze angst voor het grenzeloze gedrag van jongeren zegt meer over de samenleving, dan over het echte gedrag van jongeren zelf.

‘Klagen over de jeugd is van alle tijden’, stelt dr. Maerten Prins in het onlangs verschenen jongerenonderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Vroeger waren de heupen van Elvis Presley een schande, nu zijn de ‘schurende’ billen van Bijlmermeisjes verwerpelijk. Dat we op het moment zo bezorgd zijn over ontsporing, comazuipen, breezersletjes en gameverslaving is dus een kwestie van oude wijn in nieuwe zakken. Toch?

Niet helemaal, meent cultuur- en religiepsycholoog Prins: ‘Er zit meer achter de bezorgdheid van volwassenen.’ De aandacht voor ontspoorde jongeren kan niet alleen worden verklaard door sensatiebeluste media en het eeuwige klagen over de jeugd van tegenwoordig. Het zegt ook iets over de staat van onze samenleving. Prins: ‘We zitten in een periode van grote sociale veranderingen, waarin de culturele zekerheden van de oudere generaties aan erosie onderhevig zijn en vervangen worden door veel onbestendigere sociale structuren.’

Onzekere samenleving

Volgens belangrijke sociologen als Zygmunt Bauman gaan westerse samenlevingen door een periode van grote verandering en onzekerheid. We hebben niet meer één kerk, één baan en één partner. We zijn zwevende kiezers, flex-werkers, sociale stijgers en duiken steeds weer een ander bed in. De invloed van de traditionele kerken wordt minder en nieuwe religies moeten een plaats krijgen. En dankzij globalisering, internet en migratie wordt onze wereld steeds groter. We leven in een ‘vloeibare’ wereld, waarin niets vast lijkt te staan. En die onzekerheid uit zich in de angst voor een ontspoorde jeugd. ‘Adolescenten vormen, als cultuurdragers van de toekomst, een dankbaar object van projectie voor een vaag cultureel onbehagen,’ aldus Prins.

Het lijkt allemaal mee te vallen met de bandeloosheid van de jeugd, zo blijkt uit Prins’ onderzoek. Meer dan 15.000 jongeren vulden een online enquête in met vragen over bijvoorbeeld hun geluksgevoel, ouders, vrienden, religie, zelfbeeld, seksualiteit en drinkgedrag. De meeste jongeren blijken het eens te zijn met de regels van hun ouders. Als het gaat om drinken, uitgaan en seks vinden ‘jongeren de leeftijdsgrens die hun ouders hanteren volstrekt redelijk en zouden ze hun kinderen later dezelfde norm voorhouden.’ Op het gebied van seks bijvoorbeeld, vinden jongeren, net als hun ouders, 16 jaar een goede leeftijd om voor het eerst seks te hebben. De meeste jongeren zijn ook zo rond de 16 als zij voor het eerst met iemand naar bed gaan. Tongzoenen doen ze ongeveer een jaar eerder. Prins: ‘Als je iemand ontmoet bij het uitgaan dan vindt meer dan de helft van de jongeren dat je daarmee kunt kussen of tongzoenen. Een kleine tien procent is van mening dat seks ook moet kunnen (9,6%), vooral jongens vinden dat (16,5% tegen 2,8% van de meisjes). Over het algemeen vinden slechts weinig jongeren het acceptabel dat jongeren met veel verschillende partners zoenen of seks hebben (16,5%).’ Het beeld van jongeren als nymfomane snackseks-liefhebbers kan dus genuanceerd worden.

De jeugd is echt de toekomst

Onze angst voor jeugdige ontsporing heeft niet alleen te maken met deze onzekere tijden. Er is nog iets anders aan de hand. Lange tijd was het zo dat jongeren culturele normen en waarden van hun ouders leerden. ‘Maar met de globalisering en individualisering van de samenleving lijkt die overdracht te haperen. Niet langer leren kinderen automatisch van hun ouders’, stelt Prins. Nu is het eerder zo dat ouders van hun kinderen leren, bijvoorbeeld omdat jongeren de nieuwste technologie beter onder de knie hebben dan hun ouders. Prins: ‘Jongeren zijn tegenwoordig de dragers van culturele vernieuwing en bepalen de mores.’ Het zijn niet meer de ouderen die de schatbewaarders van de cultuur zijn, maar steeds vaker de jongeren. Wie zijn cultuur wil leren kennen, kan dus maar beter naar de jeugd kijken. En wie dan alleen maar losbandigheid, ontsporing en verloedering ziet, zegt daarmee meer over zichzelf, dan over het echte gedrag van jongeren.

Dit is gebaseerd op een deel van het rapport ‘De deugd van tegenwoordig. Onderzoek naar jongeren en hun grenzen’ van dr. Maerten Prins, dr. Cor van Halen en studenten cultuur- en godsdienstpsychologie. Het volledige rapport, met aandacht voor alcohol- en drugsmisbruik, eenzaamheid en delinquent gedrag, is te vinden op de website van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 juni 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.