Je leest:

Zorgen voor je ouders

Zorgen voor je ouders

Auteur: | 10 november 2007

Het aantal allochtone 55-plussers neemt toe, terwijl de overheid steeds meer rekent op mantelzorg. Komt dat wel goed? Hoewel niet-westerse immigranten zorgen voor hun ouderen hoog in het vaandel hebben staan, geven vooral allochtone vrouwen thuis als er praktische hulp nodig is.

Vergrijzing is niet alleen onder de autochtone Nederlandse bevolking een probleem. Ook immigranten van niet-westerse afkomst krijgen er mee te maken. Naar verwachting zal het aantal 55-plussers in deze groep stijgen van 117.000 in 2003 naar 354.000 in 2020. Dat maakt de vraag in hoeverre hun kinderen voor hen willen zorgen bijzonder relevant, te meer taalproblemen en onbekendheid met de Nederlandse bureaucratie de weg naar geïnstitutionaliseerde zorg moeilijk begaanbaar maakt. Djamila Schans promoveerde aan de Universiteit Utrecht op het antwoord.

Vooral mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst zijn van mening dat je je solidair moeten tonen met familieleden van een andere generatie. Zowel oudere immigranten als hun volwassen kinderen verwachten meer bezoek en zorg van hun kinderen dan hun Nederlandse generatiegenoten. Bovendien zien ze inwonen bij hun kinderen als meer vanzelfsprekend.

In Nederland wonen vier grote minderheidsgroepen. Deze groepen vormen samen 7% van de Nederlandse bevolking. Een substantieel deel van de huidige 369.000 Turken, 330.000 Marokkanen, 333.000 Surinamers and 129.000 Antillianen behoort tot de zogenaamde tweede generatie, dat wil zeggen is geboren in of migreerde op jonge leeftijd (onder de zes jaar) naar Nederland.

Alleen allochtone vrouw komt vaker helpen

Maar als het erop aankomt praktische hulp te bieden, zijn de verschillen tussen Nederlanders en niet-westerse immigranten ineens nauwelijks aanwezig. Alleen allochtone vróuwen springen er positief uit. Misschien komt dat verschil tussen raad en daad bij de niet-westerse immigranten door de grote onderlinge verschillen in cultuur. De kinderen die hier geboren zijn, zijn vaak ‘vernederlandst’ en spreken bovendien de moedertaal slecht, terwijl de ouderen het Nederlands niet goed beheersen. Dat leidt tot spanningen tussen de generaties.

Toch zijn deze immigranten bijzonder trots op hun cultuur van sterke familiebanden. Allochtonen die meededen aan het onderzoek benadrukten dit beeld, als tegenwicht voor de negatieve beeldvorming rondom niet-westerse immigranten die in de media tegenwoordig de boventoon voert.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.