Je leest:

Zoogdieren 1000 maal groter na uitsterven dino’s

Zoogdieren 1000 maal groter na uitsterven dino’s

Auteur: | 21 december 2010

Zoogdieren waren kleine dieren in de tijd dat de dinosauriërs heersten op de aarde. Toen de niet-vliegende dinosauriërs aan hun einde kwamen rond de Krijt-Tertitair grens kregen de zoogdieren hun kans. Minder concurrentie en meer voedsel zorgde ervoor dat veel groter en zwaarder werden en de heerschappij op aarde overnamen.

De drie era’s van het Phanerozoïcum – het Palaeozoïcum (543-251 miljoen jaar geleden), Mesozoïcum (251-66 miljoen jaar geleden) en Kenozoïcum (66 miljoen tot nu)- zijn onderscheiden op basis van de grote verschillen in dominante levensvormen, zoals die – althans in de beginjaren van de geologie – op basis van fossielen werden ervaren. Na het Paleozoïcum met haar dominantie van ongewervelde (mariene) dieren volgde het Mesozoïcum met haar dominante reptielen (sauriërs) op het land, een rol die in het Kenozoïcum werd overgenomen door de zoogdieren. Al lange tijd wordt algemeen aangenomen dat de zoogdieren tot bloei konden komen toen ze verlost waren van de dino’s. Deze stierven uit nabij de overgang van Krijt naar Tertiair en waren voordien de grote voedselconcurrenten van de zoogdieren. Toen de dino’s waren uitgestorven, waren er geen grote herbivoren meer; de toen bestaande zoogdieren waren relatief klein (de grootste wogen niet meer dan ca. 10 kg) en verorberden daarom relatief weinig plantaardig materiaal.

De reuzen Indrocotherium en Deinotherium waren veel groter dan de Afrikaanse olifant en vele malen groter dan de mens.
NSF/RCO/IMPPS

Flora

Toen de flora zich dan ook herstelde na de meteoriet inslag die rond het einde van het Krijt tijdperk een einde maakte aan de heerschappij van de dinosauriërs, waren er nauwelijks planteneters. Dat betekende dat de flora zich vrijwel ongeremd kon ontwikkelen, daardoor een steeds grotere voedselbron vormend. De plantenetende zoogdieren stelden zich daarop in en binnen de geologisch gezien betrekkelijk korte tijd van 25 miljoen jaar ontwikkelden ze zich van relatief kleine tot zeer grote dieren. Daarbij moet worden aangetekend dat het voor grote dieren veel efficiënter is om herbivoor dan om carnivoor te zijn.

Indricotherium was het grootste landzoogdier ooit; het leefde tijdens het Oligoceen.

Reuzen

De grootste landzoogdieren werden in die 25 miljoen jaar ruim 1000 maal zo zwaar als hun voorgangers uit het Mesozoïcum, met uitschieters zoals de 5,5 m hoge Indricotherium en de 17 ton zware Deinotherium. Deze reuzen waren geen ‘spelingen van de natuur’, maar het gevolg van een geleidelijke ontwikkeling. Dat blijkt uit een studie naar de maximale grootte van vertegenwoordigers uit diverse groepen zoogdieren op ieder continent gedurende opeenvolgende tijdseenheden. Tot de onderzochte groepen behoorden o.a. de Perissodactyla (onevenhoevigen, zoals het paard en de neushoorn), de Proboscidea (slurfdragers, zoals de olifant, de mammoet en de mastodont) en de Xenarthra (miereneters, luiaards en gordeldieren) en diverse uitgestorven groepen.

Onderzoekster Theodor met de schedel van een Hyaenodon.
Riley Bradt, University of Calgary

Uit het onderzoek blijkt dat de maximale grootte van de landzoogdieren niet alleen bepaald werd door het al eerder genoemde voedselaanbod maar ook door het klimaat: hoe kouder, hoe groter de soorten werden omdat het warmteverlies relatief gering is bij grote dieren. Ook bleek dat geen enkele groep binnen de zoogdieren domineerde wat betreft het aantal reuzensoorten: het optreden van echte reuzen lijkt toeval te zijn. Ook bleek dat er geen tijdvak was waarin veel meer reuzen voorkwamen dan in andere tijdvakken.

Referentie:

Smith et al. The evolution of maximum body size of terrestrial mammals. Science 330 (2010) 1216-1219.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 december 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.