Je leest:

Zonnebaden in de sneeuw

Zonnebaden in de sneeuw

Auteurs: en | 18 november 2003

Wie bruin wil worden kan het best de sneeuw opzoeken. Sneeuw reflecteert de UV-straling van de zon aanzienlijk beter dan het zand op het strand of het water in de zee. En omdat op grote hoogten de UV-straling nog een stuk sterker is dan op zeeniveau, is het zelfs oppassen geblazen als je op de lange latten over de hellingen van de Alpen zoeft. Wie bruin wil worden én gezond wil blijven leest verder.

Het is een belangrijke trofee van een weekje wintersporten: een goudgebrand gelaat – het liefst niet ontsierd door witte vlekken van zonnebril of skimuts. De bruine kleur is het gevolg van de natuurlijke beschermingsreactie tegen de inwerking van ultraviolette straling (UV) uit zonlicht. Onder invloed van UV verplaatsen pigmentkorrels in de huid zich in nieuw gevormde cellen naar het huidoppervlak en worden daar zichtbaar. Dat je in de Alpen zo snel bruin wordt komt door de grote hoeveelheid UV die daar in het licht zit.

Op de sneeuwwitte Alpenhellingen is om een aantal redenen sprake van een flinke overdosis UV-stralen. De hoeveelheid UV-straling is in de bergen een stuk hoger dan in het laagland: op 2000 meter kan dat al snel 30% schelen. De witte sneeuw is bovendien een hele efficiënte UV-spiegel die wel 80% van de straling weerkaatst.Tenslotte is ons gelaat in dit jaargetijde in Nederland nauwelijks meer zon gewend, zodat de stralen in de Alpen ‘hard aankomen’.

Veilig zonnebaden

Het effect van een UV-overdosis is bekend: zonnebrand. Een pijnlijk rode huid, gevolgd door vervellingen. Die rode huid is een gevolg van de sterk toegenomen bloedtoevoer. Na een paar dagen uit de zon verdwijnt de pijn, het rood wordt bruin en de huid begint te vervellen. Bij ernstiger verbrandingen ontstaan zwellingen en blaarvorming. Een belangrijk onzichtbaar gevaar is dat langdurig zonnebaden tot kwaadaardige huidkanker kan leiden.

Hoe lang kun je dan wel veilig in de zon doorbrengen? Dat hangt af van verschillende factoren. Hoe sterker de zonkracht, hoe sneller zonnebrand kan ontstaan. En natuurlijk verbrandt iemand met een lichte huid sneller dan iemand met een donkere huid. Het Nederlandse KNMI en het Belgische KMI gaan uit van vier verschillende huidtypes en drukken de zonkracht uit in waarden van 0 t/m 10. Deze UV-index wordt ook in andere landen gebruikt. In landen dichtbij de evenaar en in de bergen kan hij zelfs nog hogere waarden dan 10 halen.

De zonkracht of UV-index is een maat voor de intensiteit van de ultraviolette straling (UV-straling) afkomstig van de zon. Hoe hoger de UV-index, hoe gevaarlijker het is om onbeschermd in de zon te blijven. Meteorologische instituten in tal van landen hebben afgesproken om overal dezelfde index te hanteren Zo kun je op de vakantiebestemming het gevaar op zonnebrand goed inschatten door de lokale UV-index te vergelijken met de waarden die je thuis gewend bent.

De in de bovenste tabel vermelde tijdsduur waarin je onbeschermd in de zon kunt verblijven is gebaseerd op de ‘gemiddelde’ Nederlander, met huidtype 2. In de volgende tabel kun je vinden hoe lang je in de zon kunt blijven met een ander huidtype. Deel het bij het huidtype behorende zonkracht-getal door de voor die dag voorspelde zonkracht en je weet het aantal minuten. Na het eerste zonnebad kan de blootstelling van dag tot dag met telkens tien procent worden verlengd. De pigmentkorrels in de huid worden immers geactiveerd en ook verdikt de opperhuid geleidelijk onder invloed van de ultraviolette straling. Wie een gevoelige huid heeft, zont alleen bij lage zonnestand, ’s ochtends of gedurende de namiddag.

UV belasting

De UV-straling (en daarmee de zonkracht) hangt vooral af van de stand van de zon,dus niet van de temperatuur. Op een koele dag kan de zonkracht sterker zijn dan op een warme dag. De hoeveelheid UV is ook afhankelijk van bewolking. Wolken houden niet alleen het zichtbare zonlicht tegen, maar ook het ultraviolette. Het verband tussen bewolking en de zonkracht is echter niet eenvoudig. Bij een gebroken wolkendek kan terugkaatsing van zonlicht tegen de wolk de zonkracht zelfs hoger maken dan bij een onbewolkte hemel! Hetzelfde geldt voor terugkaatsing door de ondergrond. Water, wit zand of sneeuw kaatsen het zonlicht van onderaf naar plaatsen die anders nooit door de zon zouden worden beschenen.

Ook aërosolen, kleine zwevende stof deeltjes in de lucht, spelen een rol bij de totale hoeveelheid ultraviolet zonlicht. Als de zon hoog aan de hemel staat zal de zonkracht gedempt worden door deze stofdeeltjes. In de bergen is de lucht vaak zeer schoon, en zal de zonkracht groter zijn dan in een laag gelegen gebied. Tenslotte is er nog de ozonlaag. Het ozon dat zich op 10 tot 50 kilometer hoogte in onze dampkring bevindt, filtert de schadelijkste, meest kortgolvige UV-straling uit het zonlicht. Hoe meer ozon, des te minder van dit schadelijke licht de aarde kan bereiken. 1 procent meer ozon geeft 1,3 procent minder zonkracht. De hoeveelheid ozon fluctueert sterk van dag tot dag, als gevolg van stromingen in de atmosfeer. Daarom houden weerkundige instituten ook de dikte van de ozonlaag in de gaten. Aan de hand van de verwachte weersitutatie kunnen dan voorspellingen voor de zonkracht worden gedaan.

Beeld: World Health Organisation

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 november 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.