Je leest:

Zon al weken actief

Zon al weken actief

Auteur: | 5 november 2003

De zon is de laatste weken wel bijzonder actief. Vanaf woensdag 22 oktober spuwt ze al zonnevlammen de ruimte in. Net toen astronomen rustig adem dachten te kunnen halen, volgde gisteren de grootste zonnevlam ooit waargenomen.

De ‘boosdoener’ is een zonnevlek met de nauwelijks indrukwekkende naam Regio 486. Toch zit het er dik in dat deze uitgebreide zonnevlek de geschiedenisboeken in zal gaan als meest actieve zonnevlek ooit. In de afgelopen weken was de zonnevlek verantwoordelijk voor zonnevlammen met een sterkte tussen de X2 en X17. Al een paar keer leidde dat tot het spectaculaire noorderlicht dat ver naar het zuiden afdaalde.

De zonnevlam van 4 november lanceerde een enorme hoeveelheid zonneplasma, een zogeheten coronal mass ejection. Die is hier te zien, waargenomen door de het instrument LASCO aan boord van NASA en ESA’s SOHO-satelliet. In LASCO wordt de zonneschijf afgedekt om de minder heldere zonneatmosfeer, de corona, waar te kunnen nemen. bron: SOHO/ESANASA

Zonne-experts verbazen zich over de actieve zon. Normaal houdt die zich redelijk aan een elf-jarige cyclus van magnetische onrust en dus van zonnevlekken en -vlammen. In 2001 was de zon op haar maximum en barstte ze van de zonnevlekken. Maar de laatste paar weken is onze ster ook enorm actief. En dat terwijl de activiteit volgens de elf-jarige cyclus juist zou moeten dalen.

Linksonder is zonnevlek 486 te zien. De zonnevlek, hier omcirkeld, is groter dan de planeet Jupiter! bron: SOHO/ESA/NASA

X, M en C

Een zonnevlam in de X-klasse behoort tot de zwaargewichten; zwakkere zonnevlammen zitten in de klasses M (middelzwaar) of C (licht). Zelfs in de X-klasse zijn de zonnevlammen van zonnevlek 486 uitschieters. De zonnevlam van 4 november was zelfs zo sterk, dat hij de apparatuur aan boord van een waarnemende satelliet overbelastte. Dat was nog maar één keer eerder voorgekomen: op 4 april 2001. Die zonnevlam ging uiteindelijk als een X20 de boeken in. Hoewel de zonnevlam van gisteren door de overbelasting van de meetapparatuur nog niet precies ingedeeld kan worden, schatten wetenschappers dat hij ruim boven de X20 gaat komen. Daarmee zou het de krachtigste zonnevlam ooit waargenomen zijn.

Animatie van de zonnevlam van 4 november, waargenomen door de SOHO-satelliet van ESA en NASA. Hoe helderder een stukje zon, hoe warmer. De lussen die uit het zonneoppervlak omhoog komen worden omringd door gloeiend heet plasma. Doordat verschillende magnetische velden in de zon tegen elkaar duwen, komt er een hoop druk op de veldlijnen te staan. Die kan explosief vrijkomen, waarbij superhete geladen materie de ruimte in wordt geslingerd. bron: SOHO/ESA/NASA

De zonnevlammen en coronal mass ejections van de laatste tijd zijn zeker niet zonder gevaar. Hoewel het magneetveld van de aarde ons tegen de ergste gevolgen van de geladen deeltjes in de uitgeworpen zonnematerie beschermen, zijn satellieten en vliegtuigen toch kwetsbaar. Dat is bijvoorbeeld al te zien aan de GOES-satelliet (Geostationary Operational Environmental Satellite) die door de zonnevlam van gisteren verblind raakte. Ook radiocommunicatie kan verstoord worden als delen van de atmosfeer door de energierijke zonnevlam geïoniseerd raken.

Er zijn ook mooie kanten aan de heftige uitbarstingen van de zon. Op 28 oktober passeerden de radiogolven van een eerdere zonnevlam uit zonnevlek 486 NASA’s ruimtesonde Cassini. Cassini is op weg naar de planeet Saturnus en zal daar in juli 2004 aankomen. Sterrenkundige Don Gurnett van de universiteit van Iowa gebruikte de ruimtesonde om de radiostraling van de zonnevlam op te nemen. Bij de links onderaan de pagina staat een link naar zijn bewerking van die gegevens: een geluidsbestand met het klikkende geluid van harde radiogolven uit de zonnevlam. In de loop van het fragment wordt het geluid lager en zachter: na de eerste knal wordt de straling langzaamaan zwakker.

Gurnett moest natuurlijk wel een beetje ‘valsspelen’ om de radiogolven naar voor mensen hoorbare tonen om te zetten. Maar de actieve zon is ook veel directer te zien: door het noorderlicht bijvoorbeeld!

Noorderlicht in Nederland. bron: Henk Bril, Nieuwstadt

En denk nou niet dat het noorderlicht alleen boven de poolcirkel te zien is. Op 30 oktober zag voorlichter Huub Eggen van het FOM (Fundamenteel Onderzoek der Materie) het volgende:

“Ook vanuit vrijwel hartje Utrecht was vannacht het poollicht zichtbaar! Ik ben voor het eerst vlak na 23.30 uur gaan kijken en zag dat de hemel in noordelijke en noodwestelijke richting heel licht groengrijs getint was, met een duidelijke boog op circa 45 graden hoogte boven de horizon (de sterren van het pannetje van de Kleine Beer schenen er mooi doorheen).

Rond 00.15 uur begon de hemel in noordoostelijke richting op 30 tot 40 graden hoogte intens rood te gloeien; tegen 00.30 uur doofde die gloed uit. Tegen die tijd waren in het noordwesten vage streamers te zien in de groenige gloed. Vanuit het zuidwesten trok middelhoge bewolking mijn blikveld binnen. Die bewolking was oranje van het weerkaatste stadslicht. De wolken staken ‘donker’ af tegen de toen nog immer groengrijze gloed in het noordwesten. Een fraai gezicht."

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 november 2003

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.