Je leest:

Ziekte van Lyme in Nederland

Ziekte van Lyme in Nederland

Auteur: | 16 maart 2012

Dat je ziek kunt worden van een tekenbeet is bij de meeste mensen wel bekend. Wie een wandeling maakt door tekenrijke bossen en duinen doet er daarom goed aan zichzelf en eventuele medewandelaars na te kijken op teken.

Want teken kunnen bacteriën en andere micro-organismen bij zich dragen en aan mensen doorgeven terwijl ze bloed zuigen. Een van die micro-organismen is de Borrelia-bacterie. Dikwijls kan het menselijke afweersysteem die bacterie wel de baas, maar er is ook een kans op een vervelende aanhoudende infectie, die ernstige verschijnselen kan veroorzaken: de ziekte van Lyme of lymeziekte, ook wel Lyme-borreliose genoemd naar de bacterie die de infectie veroorzaakt.

De bacterie Borrelia burgdorferi, onder de elektronenmicroscoop. Deze zogeheten spirocheten zijn langwerpige bacteriën die als een slang door het bloed kunnen bewegen. Ze veroorzaken de ziekte van Lyme.
CDC / Claudia Molins

Lyme en Old Lyme

Tot 1975 had niemand buiten de Amerikaanse staat Connecticut ooit gehoord van de dorpjes Lyme en Old Lyme (spreek uit als ‘lijm’). Nu zijn ze onder artsen even beroemd als Greenwich, Yalta, en Waterloo onder niet-artsen. In het voorjaar van 1975 brak bij kinderen in Lyme en Old Lyme een mysterieuze epidemie uit, gekenmerkt door pijnlijke en gezwollen gewrichten. In de ogen van twee verontruste moeders kon dit geen toeval zijn en zij trokken aan de bel. Aanvankelijk kregen zij weinig gehoor, de vrouwen lieten zich echter niet afschepen met geruststellende woorden van de plaatselijke gezondheidsautoriteiten. Uiteindelijk bereikten zij met hun gedram dat een jonge arts, Allen Steere van de Yale universiteit, geïnteresseerd raakte in deze ongebruikelijke epidemie. De aandoening die hij op het spoor kwam, noemde hij lymeziekte.

Tegenwoordig spreken artsen en wetenschappers meestal van Lyme-borreliose of voor specifieke varianten van neuroborreliose:, hiermee verwijzend naar de soort bacterie die in de teken werd gevonden. Die bacteriën werden in 1981 voor het eerst in de maag van een teek gezien door de Amerikaanse, maar uit Zwitserland afkomstige, microbioloog Willy Burgdorfer. De bacterie behoort tot de groep van spiraalvormige spirocheten, die snel door het lichaam kunnen bewegen en ook verantwoordelijk zijn voor syfilis, de ziekte van Weil en een ziekte met terugkerende hoge koorts (febris recurrens). De veroorzaker van de lymeziekte zou later worden vernoemd naar zijn ontdekker: Borrelia burgdorferi. Uiteindelijk werd in 1984 aangetoond dat deze bacterie, die door teken wordt overgebracht, ook daadwerkelijk de ziekte van Lyme veroorzaakt.

Onschuldige tekenbeet

Overal waar veel struikgewas en hoog gras groeien, en waar vooral knaagdieren en reeën zitten, kunnen veel teken voorkomen. Dat zijn tegenwoordig heel wat plekken in Nederland. Want wat we aan natuur hebben, willen we behouden, inclusief het wild. Wie in de lente of zomer in bijvoorbeeld het duingebied rond de vuurtoren van Haamstede verstoppertje speelt, moet niet verbaasd zijn als hij ’s avonds bij het naar bed gaan onder de teken zit. Vroeger liep je daar nooit tekenbeten op, maar met reeën en damherten die daar vijftig jaar geleden in de bossen op de kop van Schouwen zijn uitgezet, hebben ook de teken zich er massaal kunnen vestigen. De teken kunnen overal op het lichaam voorkomen, maar bij voorkeur rond warme en vochtige plekken, zoals oksels, liezen, knieholtes en de bilspleet. Bij kinderen die met hun bovenlichaam minder ver van het struikgewas verwijderd zijn en vaker ook door het gras ravotten, zitten ze vaak ook op het hoofd, achter de haargrens en achter de oren.

Een tekenbeet zelf is onschuldig. De hoeveelheid bloed die een teek opzuigt, is minimaal. Het zijn de bacteriën die een teek bij zich kan dragen die ons ziek maken. Afhankelijk van de omgeving en het jaargetijde is een derde van de teken in Nederland besmet met de verwekker van de ziekte van Lyme: Borrelia burgdorferi. De kans dat deze bacterie op de mens wordt overgedragen, is de eerste dag dat de teek op de huid zit erg klein. Naarmate de teek langer met zijn bloedmaal bezig is, neemt de kans snel toe dat Borrelia-bacteriën van de teek op de mens overgaan. De bacteriën kunnen een scala van afwijkingen in de huid, de gewrichten, het zenuwstelsel en het hart van het slachtoffer veroorzaken. Het menselijke immuunsysteem reageert met allerlei afweerreacties op het binnendringen van de bacterie, maar helaas lukt het niet altijd de bacterie onschadelijk te maken. Ook biedt een afweerreactie tegen een eerdere infectie met een Borrelia-bacterie geen blijvende bescherming tegen een volgende infectie. Bij elke nieuwe tekenbeet is er dus opnieuw kans op besmetting. De lymeziekte kan niet rechtstreeks door andere dieren op mensen worden overgedragen en ook niet van mens op mens.

Spinachtige parasieten

Teken zijn kleine parasieten die vooral voorkomen in bossen en velden. Het zijn één tot drie millimeter grote dieren, nauw verwant aan de mijten (Acarina). Ze behoren tot de klasse der spinachtigen (Arachnida) en zijn dus geen insecten. Net als spinnen hebben ze acht poten (insecten hebben er zes), maar ze hebben geen duidelijk gescheiden achterlijf, zoals spinnen hebben. Teken leven van het bloed van gewervelde dieren – zoogdieren, vogels, reptielen en zelfs amfibieën. Ze houden van een vochtige omgeving en zijn vooral actief van maart tot oktober. Ze zitten in het gras of in laag struikgewas en hechten zich aan voorbijkomende dieren en mensen, die hun een bloedmaaltijd kunnen verschaffen. Eenmaal ‘aangehaakt’, kruipen teken onder de vacht of kleding en bijten zich vast in de huid. Ze laten zich weer vallen na hun bloedmaaltijd, die enige uren, maar meestal dagen duurt. De kleine niet volgezogen teken zijn meestal onopvallend bruin en zwart, maar als een volwassen vrouwtje zich helemaal heeft volgezogen met bloed, kan ze wel meer dan een centimeter groot en rond worden. Dankzij haar extreem rekbare huid en skelet kan een teek vele tientallen keren het eigen lichaamsgewicht aan bloed opzuigen. De vrouwtjes zuigen zich vol omdat ze eiwitten nodig hebben voor de ontwikkeling van grote aantallen eitjes. Mannetjesteken hebben na het larvenstadium in principe geen voedsel nodig. De kop van een teek is nauwelijks zichtbaar en heeft een zuigsnuit, die doet denken aan een tong met weerhaken. Het speeksel van een teek bevat zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Door die plaatselijke verdoving wordt een tekenbeet niet gevoeld en door de stollingsremmer kan de teek lange tijd bloed blijven zuigen zonder dat er stolsels ontstaan. Sommige teken scheiden een lijmstof uit waarmee ze zich extra in de huid vasthechten.

Teken hebben een zuigsnuit met weerhaakjes (hypostoom), waarmee ze zich in de huid vastzetten.
Adriaan van Aelst, Universiteit Wageningen

Er zijn drie groepen teken, de belangrijkste groep wordt gevormd door de harde teken of schildteken die behoren tot de familie Ixodidae. Er zijn ongeveer 700 soorten harde teken die parasiteren op vogels en zoogdieren, reptielen en amfibieën. Ze danken hun naam aan het schild op de rugzijde. De tweede groep wordt gevormd door de zachte teken of lederteken (familie Argasidae), die juist geen schildje hebben. Daarvan zijn ongeveer 200 soorten beschreven. Ze parasiteren op vogels en vleermuizen. De derde groep, de familie Nuttalliellidae, telt slechts één soort: Nuttalliella namaqua, die leeft in Afrika. In Nederland komt bij mensen vooral de soort Ixodes ricinus voor: de gewone teek – of schapenteek. Bij een tekenbeet bij mensen in Nederland gaat het vrijwel altijd om deze soort, die op zeer veel verschillende gastheren parasiteert. Het zijn vooral deze teken die door meegebrachte bacteriën ziekten bij de mens veroorzaken.

Besmette teken

Als teken Borrelia-bacteriën bij zich dragen, kunnen ze die tijdens een beet overdragen op mensen en zo lymeziekte veroorzaken. De kans op een infectie na een tekenbeet loopt sterk uiteen: van minder dan 0,1 procent tot tientallen procenten. Dat hangt bijvoorbeeld af van de soort teek, het levensstadium van de teek, het seizoen, het gebied waar men loopt en vooral de tijd die verloopt voordat de teek wordt ontdekt. Om de kans op een infectie zo klein mogelijk te maken, is het belangrijk dat wandelaars in gebieden met teken hun huid inspecteren. Die detectie is niet alleen belangrijk omdat de beet van een teek vaak geen pijn doet en je het beest dus ongewild kunt meedragen, maar vooral omdat hoe langer de teek in de huid zit, des te groter de kans is dat je wordt besmet met Borrelia-bacteriën. Na 24 tot 36 uur neemt de kans op besmetting snel toe. Het advies is dan ook: een ontdekte teek zo snel mogelijk verwijderen met een scherp pincet of een speciale tekentang. Zo’n tekenverwijderaar bij de hand hebben, is dan ook handig. Bijvoorbeeld in het handschoenenkastje van de auto, de toilettas of reisverbanddoos.

De afgelopen jaren is het aantal mensen dat de huisarts bezoekt vanwege een tekenbeet of rode ring toegenomen.
Theo Pasveer BNO Cartographics, Deventer

Het lijkt erop dat in Nederland steeds meer mensen besmet raken met Borrelia burgdorferi. Het is moeilijk om dit met zekerheid vast te stellen, want een deel van de geconstateerde toename kan komen doordat men nu veel meer dan vroeger alert is op tekenbeten en dat men de verschijnselen van een besmette tekenbeet beter herkent. In ieder geval neemt het aantal bezoeken aan de huisarts vanwege een tekenbeet de laatste jaren flink toe, evenals het aantal gevallen van erythema migrans; dat is een karakteristieke ringvormige huidafwijking, gewoonlijk het eerste verschijnsel van lymeziekte.

In december 2009 is alle huisartsen in Nederland verzocht een antwoordkaart in te vullen. Ze werden gevraagd op te geven hoeveel patiënten met een tekenbeet of een erythema migrans zij op hun spreekuur hadden gehad. Een vergelijkbaar onderzoek was gedaan in 1994, 2001 en 2005. Op basis daarvan zijn kaarten van Nederland gemaakt met hoeveel tekenbeten en erythema migrans er per gemeente voorkomen. Hoewel het aantal huisartsen dat meedeed in die periode flink verminderde, kon zo toch ruim een derde van de Nederlandse bevolking in beeld worden gebracht. De tabel boven laat het aantal huisartsconsulten zien voor erythema migrans en tekenbeten per 100.000 inwoners. Het aantal mensen dat de huisarts bezocht met een tekenbeet of een kenmerkende huidafwijking nam in die 15 jaar meer dan drie keer toe tot 93.000 tekenbeten en 22.000 patiënten met een erythema migrans in 2009. Uit een groot bevolkingsonderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onder de Nederlandse bevolking in 2006-2007 blijkt dat ongeveer 1,1 miljoen mensen in Nederland een of meer tekenbeten hebben gehad. Kortom, slechts één op elke 15 personen met een tekenbeet consulteerde hiervoor de huisarts.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 maart 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.