Je leest:

Zeven investeringstips voor het kabinet

Zeven investeringstips voor het kabinet

Auteur: | 15 april 2009

Het kabinet wil, om de economie te steunen, investeren in wetenschap en techniek. Het liefst in innovatieve projecten. Hier als voorzetje vast zeven tips en zeven gedurfde sectoren.

Het economische noodweer zwelt aan, maar voor plannenbedenkers is dit de tijd om miljarden te verspijkeren. Het kabinet-Balkenende kondigde medio maart maatregelen aan tegen de recessie. Bezuinigingen – dat is al duidelijk – maar ook een kapitaalinjectie in de economie. Landen als China, Frankrijk en Duitsland pompten al eerder miljarden in hun economie.

Vooral voor de geldinjecties is er aan plannen geen gebrek. Na een oproep van het kabinet hebben gemeenten een lijst gemaakt van projecten die toch al gepland waren en ook wel wat vroeger kunnen. Ook vrijwel alle ministeries hebben al plannen ingediend, net als werkgeversorganisatie VNO/NCW. Maar wat te kiezen? Hieronder zeven leidraden voor de optimale investeringen.

1. Geld in de economie pompen links idee

Vreemd eigenlijk. ‘We’re all socialists now’, kopte Newsweek nog op de voorpagina. Want de economie ondersteunen met geldinjecties was tot voor kort een links idee, ooit bedacht door de Britse econoom John Maynard Keynes: stop extra geld in de economie en help banen en bedrijven door magere tijden heen.

Toen evenwel in de jaren zeventig economieën wereldwijd ondanks injecties stagneerden, werden Keynesiaanse geldinjecties synoniem met het verspillen van staatssteun.

Verouderde, niet-concurrerende sectoren als mijnbouw of scheepsbouw werden met belastinggeld overeind gehouden ten koste van concurrentie in binnenland en buitenland. Vaak gingen ze uiteindelijk toch failliet, zoals het Nederlandse scheepsbouwconcern RSV, dat ondanks uitgebreide staatsteun in 1983 over de kop ging, en van ‘staatssteun’ definitief een vies woord maakte.

Maar nu, in tijden van omvallende banken, opdrogende kredieten en bedreigde industrieën, is Keynes weer terug, met een twist. Naast infrastructuur, banenbehoud en belastingmaatregelen gaat er nu geld – veel geld – naar wetenschap en techniek.

De beste projecten: energie. Geen sleutelgebied maar een ‘innovatie-as’ in het beleidsrapportjargon. Energie-onderzoek is het belangrijkste onderzoeksgebied om met beleid en extra geld fors te steunen. Nederlandse onderzoeksinstellingen, bijvoorbeeld het ECN in Petten, doen het goed in duurzame energie, elektriciteitstransport, zonnecellen, windmolens en energie uit biomassa.

2. Investeren in wetenschap

Als je dan toch belastinggeld in de economie wilt pompen, zo is het idee, kan het maar beter meteen een investering zijn voor de langere termijn. Naast behoud van hightech-banen en sectoren, levert wetenschap immers uitvindingen en ontdekkingen – als het onderzoek tenminste deugt. Die uitvindingen vormen de basis voor nieuwe soorten bedrijvigheid, en aldus van de economische structuur van morgen.

Volgens KNAW-president Robbert Dijkgraaf levert een euro investering in wetenschap en ontwikkeling tussen de vier en zeven euro op (al noemt hij er geen termijn of risicopercentages bij). Toch zijn de Nederlandse investeringen op dit gebied sinds 2000 gelijk gebleven en is Nederland op internationale innovatielijstjes gedaald.

De beste projecten: tulpeneiland. Een kunstmatig eiland in de Noordzee zuo als teststation en elektriciteits-verdeelstation kunnen dienen voor de ontluikende off-shore windenergieindustrie, een groeiende sector, met twee aangelegde windmolenparken en plannen voor meer.

3. Sleutelgebieden

Ook Dijkgraaf zat bij de plannen-inleveraars, als lid van het innovatieplatform, dat een ‘massief, veelomvattend aanvalsplan’ aanbeveelt, met voor 1,8 miljard euro aan investeringen in grote wetenschappelijke en technische projecten die banen en kennis creëren.

Het innovatieplatform, met drie ministers aan boord en speciaal uitgenodigd om zijn plannen in te dienen, grijpt voor inspiratie terug op eerdere rapporten, zoals de Kennisinvesteringsagenda (KIA) van 2006 en rapporten over de Sleutelgebiedenaanpak. In de KIA worden investeringen in wetenschap, onderwijs en techniek aanbevolen, die juist nu sneller moeten plaatsvinden.

De sleutelgebieden zijn een aantal (eerst vier, later vijf en nu zes) sterke Nederlandse sectoren, als chemie, hightech machinerie en materialen, maar bijvoorbeeld ook de bloemen- en tuinbouwsector of de creatieve industrie (design, architectuur, televisie, games).

De beste projecten: ruimtevaart. Naast ESA’s onderzoeksinstituut ESTEC in Noordwijk komt er een bedrijventerrein voor kleine Nederlandse ruimtevaartbedrijven, die bemand worden met afstudeerders van de prima aangeschreven faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek in Delft. Ze bouwen mee aan instrumenten voor ruimtesondes en satellieten.

4. Ecosysteem van verwante bedrijven

Recentelijk zijn ook ‘pensioenen & sociale verzekeringen’ erbij gekomen. Zulke sectoren doen het goed in Nederland, zijn kennisintensief, en leiden boven een bepaalde ‘kritische massa’ tot een heel ecosysteem van verwante bedrijfjes en onderzoeksinstituten, dus weer extra bedrijvigheid. Die moet je helpen, beveelt het platform aan, bijvoorbeeld met voorrang voor subsidies voor onderzoeksprojecten.

Critici hebben hun twijfels bij de sleutelgebieden en het idee van de kritische massa. Bij een te grote fixatie op sterke sectoren gaat steun aan sleutelgebieden toch weer erg lijken op industriepolitiek. En echt sterke sleutelgebieden hebben de extra hulp eigenlijk niet méér nodig dan andere sectoren.

In het ergste geval leidt het steunen zelfs tot valse concurrentie met de kleine, innovatieve niche-spelers die je eigenlijk zou willen helpen. Zoiets is al te zien bij stimuleringsmaatregelen van de Amerikaanse, Franse en Duitse overheden, die vooral de traditionele automobielindustrie ondersteunen.

De beste projecten: groot speelgoed Er is veel te zeggen voor het sponsoren van ‘grote wetenschappelijke infrastructuur’ als de Europese Extremely Large Telescope, een sterrenkijker met een spiegel van meer dan twintig meter doorsnee. Dus kan een Chileense telescoop toch voor technische- en onderzoeksbanen in Nederland zorgen.

5. Steun kan tot valse concurrentie leiden

Daar zitten immers de banen, en de kiezers. Maar het is wel een sector die in het algemeen weinig innovatief is gebleken, bijvoorbeeld met elektrische auto’s. Vrijwel alle merken hebben die aangekondigd, maar zo’n beetje de enige echt direct leverbare auto is de Roadster, van het kleine bedrijf Tesla Motors in Californië.

De beste projecten: schoon water. Schoon water wordt wereldwijd een steeds schaarser goed. Een veelbelovende Nederlandse nichesector is daarom watertechnologie: installaties om water te zuiveren, met filters, membranen of micro-organismen. Bijvoorbeeld vertegenwoordigd door het centrum Wetsus in Leeuwarden.

6. Oude industrieën moet je niet niet proberen te redden

Steun is valse concurrentie voor kleine, innovatieve bedrijven, mogelijk de banenmotoren van de toekomst. Zelfs Philips-topman en innovatieplatform-lid Gerard Kleisterlee waarschuwt voor het steunen van industriële dinosaurussen. ‘Automobielreuzen zijn al twintig jaar bezig dood te gaan, die moeten dan nu met veel staatssteun geholpen worden’, zei hij in een toespraak in februari. ‘Oude industrieën moet je niet proberen te redden. Die moet je zachtjes helpen in te slapen.’

De kritiek van Bart Nooteboom, hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg, is fundamenteler, legde hij uit in een interview met de wetenschaps- en technologiesite Sync.nl.

Je kunt innovatie in sectoren niet afdwingen, al helemaal niet door grote sectoren groter en georganiseerder te maken. Innovatie vindt in de eerste instantie spontaan plaats, vaak bij niche-spelers, en is niet te voorspellen, laat staan af te dwingen, zegt hij. Beter kun je innovatie stimuleren met algemene maatregelen, bijvoorbeeld door bedrijfskredieten gemakkelijker beschikbaar te maken, aldus Nooteboom.

De beste projecten: hersenonderzoek. Het hersenonderzoek heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen met technieken als MRI of magnetische hersenstimulatie, die ook medische toepassingen hebben. Nederland heeft een sterke positie met bijvoorbeeld het Donders Centre in Nijmegen, en zou er juist nu goed aan doen te investeren.

7. Zoek sectoren die zelf al innovatief zijn

Daarnaast moet je op zoek naar bedrijven of sectoren die zelf al innovatief zijn, waarna je die kunt helpen bij de problemen die ze tegenkomen. En áls je innovatieve, gedurfde plannen subsidieert, moet je ook accepteren dat het misschien niets wordt, want de eis van garantie op succes leidt tot behoudendheid en het subsidiëren van de gevestigde orde.

De beste projecten: zuinige auto’s. Nederland heeft naast DAF weliswaar geen echte autofabrikant, maar wel een groepe kleinere, innovatieve toeleveranciers, vooral in de buurt van Eindhoven en Helmond, die kunnen bijdragen in de ontwikkeling van zuinigere auto’s en alternatieven als elektrisch transport.

Lees meer op Kennislink

Dit artikel is een publicatie van Intermediair.
© Intermediair, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 april 2009
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.