Je leest:

Zelfhulp werkt

Zelfhulp werkt

Cognitieve zelftherapie blijkt een waardevolle aanvulling te zijn op bestaande behandelingen. Deze gestructureerde vorm van zelfhulp, waarbij patienten inzichten direct in het dagelijks leven kunnen toepassen, verminderd de klachten en zorgt voor minder contact met therapeuten. Ook het aantal opnames van patiënten die cognitieve zelftherapie ondergingen, bleek gedaald. Dat concludeert Peter den Boer uit zijn promotieonderzoek.

Een vorm van zelftherapie als onderdeel van een behandelprogramma, kan het aantal bezoeken aan professionals in de geestelijke gezondheidszorg verminderen. Zelftherapie verdient een plaats in de behandeling van langdurende en terugkerende depressie en angst, mits patiënten gemotiveerd zijn en zelf controle hebben over agressief of suïcidaal gedrag. Dit blijkt uit onderzoek van Peter den Boer van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij promoveert op 18 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Cognitieve zelftherapie is een nieuw behandelprogramma van zelfhulp, dat wordt toegepast in de geestelijke gezondheidszorg. Het programma is bestemd voor patiënten die al eerder behandelingen hebben ondergaan voor emotionele stoornissen of problematiek rond hun persoonlijkheid. Het heeft ten doel dat patiënten zelf de controle over hun behandeling vergroten. Cognitieve zelftherapie is een gestructureerde vorm van therapie die onderdeel van een reguliere behandeling kan zijn. Het programma bevat enkele cursussen en meerdere zelftherapie bijeenkomsten.

Deelnemers konden wat ze leerden via cognitieve zelftherapie meteen in hun dagelijks leven toepassen.

Zelftherapie werkt

Uit de resultaten van het onderzoek van Peter den Boer blijkt dat het cognitieve zelftherapie programma een waardevolle aanvulling biedt op het aanbod van bestaande behandelingen. De deelnemers waren zeer tevreden over het verloop van de zelftherapie. Zij konden wat ze leerden via cognitieve zelftherapie meteen in hun dagelijks leven toepassen. Dit uitte zich in een duidelijke vermindering van hun klachten.

Op grond van bovenstaande uitkomsten heeft Den Boer onderzoek kunnen doen naar de doelmatigheid van cognitieve zelftherapie bij behandeling van emotionele stoornissen als chronische depressie en angst. Hij vergeleek de resultaten van patiënten die cognitieve zelftherapie volgden met patiënten die een andere vorm van behandeling ondergingen. Hij volgde hiertoe 151 patiënten en bekeek op drie verschillende momenten hun klachten, sociaal functioneren, kwaliteit van leven en de zorgconsumptie. Het bleek dat de groep die cognitieve zelftherapie deed, minder vaak contact had met therapeuten en minder vaak opgenomen moest worden. Het gebruik van medicatie was bij beide groepen even groot. Het aantal klachten, het sociaal functioneren en de kwaliteit van leven verbeterden evenveel bij beide groepen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).
© Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 oktober 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.