Je leest:

Zeeuws-Vlaams in Brazilië: een bijzondere mix

Zeeuws-Vlaams in Brazilië: een bijzondere mix

Auteur: | 5 februari 2013

Halverwege de negentiende eeuw emigreerden zo’n vijfhonderd inwoners van west Zeeuws-Vlaanderen naar Brazilië. Tot op de dag van vandaag wordt daar nog door een paar families Zeeuws-Vlaams gesproken. Maar dan wel een heel bijzondere vorm. Taalwetenschapper Gertjan Postma van het Meertens Instituut maakte opnames van dit bijzondere dialect.

De natuur is er ontzettend mooi, vertelt Gertjan Postma enthousiast over zijn bezoek aan Espirito Santo, een kuststaat ten noorden van Rio de Janeiro. Toch leven de mensen er in betrekkelijke armoede. “De contacten met onze informanten zijn gelegd door de Braziliaanse sociologe Elizana Schaffel-Bremenkamp. Zij is zelf afkomstig uit dit gebied.”

“Om afspraken te maken bezocht ze de informanten thuis op haar motor, omdat de wegen deels onverhard zijn en bij regen in modderpoelen veranderen, en maar weinig mensen telefoon hebben.”

Cachoeiradeholandinha
Holanda is een plaats in de provincie Espírito Santo waar vooral Zeeuws-Vlamingen zich tussen 1858 en het eind van de negentiende eeuw vestigden. De meeste Zeeuwse nakomelingen bleven Holandinha (het dorpje bij Holanda waar ze zich verenigden) niet trouw. (bron: Wikipedia)
Gertjan Postma

De Nederlandse kolonie was onherbergzaam gebied, totaal ongeschikt voor de landbouw, weet Postma uit diverse bronnen: “Maar dat wisten de werkloze emigranten die ernaar toe trokken niet. Van de Nederlandse en Braziliaanse overheid kregen ze geen enkele hulp bij het verbouwen van het land. Deze mensen leefden door hun isolement op het absolute bestaansminimum.”

Eigenlijk zijn deze Nederlanders in den vreemde lange tijd vergeten door de Nederlandse regering. In de jaren zeventig werden ze herontdekt door een Vlaamse missionaris. Sindsdien is de welvaart flink verbeterd, mede door steun van de rijke Nederlandse kolonie in Holambra in de deelstaat São Paulo.

Bedreigde taal

De Nederlanders vestigden zich in eerste instantie in Holandinha (Portugees voor Klein-Holland), waar nu voornamelijk Brazilianen wonen. Omdat ze hun land in bruikleen kregen van de regering, maar niet genoeg verdienden, waren veel Nederlanders genoodzaakt hun grond in Holandinha te verkopen. Ze trokken naar gebieden waar de grond goedkoper was, zoals Garrafão. In beide nederzettingen zijn nog steeds Nederlanders te vinden, maar slechts weinigen spreken nu nog Zeeuws-Vlaams.

In de loop van de tijd kwamen er ook andere immigranten naar dit gebied: voornamelijk uit Luxemburg, Tirol en Pommeren, een gebied op de Pools-Duitse grens waar een Nederduits dialect werd gesproken. Pomeranos, zoals ze in Brazilië worden genoemd, werden snel een numeriek en economisch dominante groep in deze nederzettingen in Espirito Santo.

Ze namen steeds meer land van de Zeeuwen over. Als snel werd in dit gebied naast Portugees overwegend Pommers gesproken. Het Zeeuws-Vlaams is nu met uitsterven bedreigd: voor zover Postma weet zijn er nog dertien sprekers, veelal boven de zeventig.

Veldwerkers
v.l.n.r. Gertjan Postma, Elizana Schaffel-Bremenkamp, Andrew Nevins
Gertjan Postma

Mix van talen

Samen met zijn collega-taalkundige Andrew Nevins, werkzaam in Londen maar met veldwerkervaring in Brazilië, interviewde Postma vier sprekers van het Zeeuws-Vlaams: twee vrouwen in Garrafão en twee mannen in Holandinha. De mannen hadden een beperkte actieve kennis van het Zeeuws-Vlaams. Interessant genoeg leken zij wel een zuiverder Zeeuws-Vlaams te beheersen dan de vrouwen, die de taal wél actief gebruikten.

Toen Postma hen de opname van de vrouwen uit Garrafão voorlegde kreeg hij te horen dat die er een rommeltje van maakten. “Ze halen alles door elkaar”, was het oordeel van de mannen: Portugees, Pommers en Zeeuws. Voor een taalwetenschapper als Postma is juist die mix van talen interessant: “Het laat heel mooi de taalgeschiedenis zien.”

Het verschil tussen de opnames maakt volgens de onderzoeker duidelijk dat het Zeeuws-Vlaams in Holandinha bijna niet meer gebruikt wordt: “Deze mannen hebben een passieve beheersing van het dialect, dat daarom waarschijnlijk ook minder beïnvloed is door de omringende talen. Spontane spraak van deze mannen op nemen was niet makkelijk. Bij een volgend bezoek willen we de mannen en vrouwen met elkaar in contact brengen. Waarschijnlijk krijgen de vrouwen de mannen beter aan de praat.”

Dat de taal van de vrouwen uit Garrafão sterk beïnvloed was door andere talen, bleek ook uit het feit dat ze het Nederlands van de onderzoeker niet altijd even goed verstonden. “De communicatie tussen mij en de informanten liep soms wat moeizaam”, geeft Postma toe, maar dat was in dit geval niet zo belangrijk: “Het ging ons puur om spontane conversatie van de mensen onderling.”

Een geluidsfragment van het veldwerk van Postma in Garrafão. Copyright Meertens Instituut.

Oude Nederlandse overblijfselen

Wel vroegen de onderzoekers nadrukkelijk naar verkleinwoorden. Die bestaan in het Pommers namelijk niet. In die taal wordt het woordje ‘klein’ toegevoegd, net als in het Engels. “Onze informanten gaven alleen bij sommige woorden, zoals ‘tafeltje’, nog de Zeeuws-Vlaamse verkleinvorm. Dat betekent dat die verkleinwoordvorming niet meer productief is: nieuwe woorden worden op de Pommerse manier verkleind.”

Wegwijzers
Gertjan Postma

Postma: “Een ander bijzonder kenmerk dat we hebben aangetroffen is do-support. Het gebruik van doen in zinnen als: ‘Als er iemand bij komen doet, gaan we Pommers praten’.” Dit verschijnsel komt ook in Nederduitse dialecten voor, maar alleen in bijzinnen. De vrouwen uit Garrafão gebruiken het veel breder, zowel in hoofd- als in bijzinnen.

Volgens de onderzoeker zijn er drie mogelijkheden: “Óf het is Pommers, óf het is ouder Zeeuws, óf het is een taalcontactverschijnsel. Dat laatste is erg waarschijnlijk, want do-support komt vaker voor in situaties van taalcontact, zoals onder andere blijkt uit onderzoek van collega Leonie Cornips naar de taal van Turkse Nederlanders.”

Ten slotte vond Postma een verschijnsel dat vroeger op grotere schaal voorkwam in Nederland, maar nu vooral bekend staat als een Fries verschijnsel: breking. Daarbij verandert een dalende tweeklank in een stijgende tweeklank. “In de opnames hoor je bijvoorbeeld jenne van joo keenders dat ‘één van jullie kinderen’ betekent. Vergelijkbare vormen vinden we nog in het Fries, het Zuid-Hollands en het Zuid-Afrikaans, waar men bijvoorbeeld iëne zegt voor ‘één’.”

De transcripties die Postma heeft gemaakt bij de opnames worden momenteel gecorrigeerd door een moedertaalspreker van het Zeeuws-Vlaams. In maart wordt er een kleine conferentie georganiseerd op het Meertens Instituut over do-support waarop de eerste resultaten van het veldwerk gepresenteerd worden. “En dan hopen we snel opnieuw veldwerk te kunnen doen, want daar is nu wel enige spoed bij.”

Bronnen

  • Buysse 1984 : De Zeeuwse gemeenschap van Holanda, Brazilië (1858-1982). Doctoraalscriptie Universiteit Nijmegen.
  • Roos & Eshuis 2008: Os Capixabas Holandeses. Uma história holandesa no Brasil. Editora Koninklije BDU Uitgevers.
  • Schaffel-Bremenkamp 2010: Análise sociolinguística do desaparecimento da língua Holandesa no Espírito Santo. Doctoraalscriptie Universiteit van Vitória, Brazilië.
Dit artikel is een publicatie van Meertens Instituut.
© Meertens Instituut, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 februari 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.