Je leest:

Zaadproducenten leveren zaaigoed met genetisch slot

Zaadproducenten leveren zaaigoed met genetisch slot

Auteur: | 30 januari 1999

Een Amerikaans katoenbedrijf heeft een ingenieus systeem ontwikkeld waardoor een gewas na de teelt zijn eigen zaden doodt. Zo kan een zaadproducent zijn met veel geld ontwikkelde ggo-gewassen beschermen tegen illegaal hergebruik. Critici vrezen echter dat boeren straks steeds afhankelijker worden van de zaadproducenten. Zeker nu het grote Monsanto zijn oog heeft laten vallen op deze ‘Terminator Technology’.

’I’ll be back!’ luidt de steeds terugkerende oneliner van Arnold Schwarzenegger in de film Terminator. De gewassen die zijn voorzien van de terminator-technologie kunnen dat niet zeggen; zij keren na de oogst zeker niet terug. Zaadveredelaars zorgen ervoor dat de plant – nadat-ie volgroeid is – steriele zaden aflevert.

Van oudsher leggen boeren wat zaad van hun gewassen apart; dat kunnen ze het volgende seizoen als zaaigoed gebruiken. Die praktijk is echter een doorn in het oog van de zaadproducenten – zeker nu in de moderne, biotechnologische gewassen miljoenen guldens aan onderzoeksgeld is geïnvesteerd.

De industrie levert al jaren voornamelijk hybride zaden. Daarmee kunnen telers niet onbelemmerd ieder jaar het zaaigoed vermeerderen. Hybriden zijn ontstaan door kruising van twee ouderplanten, zó dat het zaad van beiden de gewenste genen meekrijgt. Als boeren de planten zelf doorkruisen gaat de hoge kwalitiet levert dat altijd zaailingen van mindere kwaliteit op. Boeren zullen dus in de winter weer bij de groothandel langs moeten voor een nieuwe partij hybride zaden.

Niet bewaren

Begin jaren negentig kwam Plant Genetic Systems met een trucje om zonder arbeidsintensief handwerk hybride zaden te kunnen produceren. Het Belgische bedrijf ontwikkelde een methode om planten mannelijk steriel te maken. Daarmee wordt zelfbestuiving voorkomen. Zo kunnen zaadveredelaars nu eenvoudig van gewassen als koolzaad, tabak en tomaten hybride zaden produceren.

Bij gebruik van gepatenteerde, dure variëteiten moeten boeren tekenen dat ze de zaden niet bewaren voor hergebruik – ondermeer bij de Roundup Ready Soja van Monsanto. Fabrikanten zijn echter beter beschermd tegen hergebruik wanneer de gewassen eenvoudigweg niet opnieuw gebruikt kúnnen worden.

In maart 1998 vroegen het Amerikaanse ministerie van landbouw en het bedrijfje Delta and Pine Land Company octrooi aan op een nieuw methodiek om vermeerdering tegen te gaan. Zelf noemen ze het Technology Protection System, critici maakten daar toen al snel Terminator Technology van.

In Amerika nam de kritiek toe toen megaconcern Monsanto in mei 1,9 miljard dollar bood voor Delta and Pine Land Company (de overheid moet de overname nog goedkeuren). Men vreest dat het biotechbedrijf boeren straks welhaast zal dwingen elk jaar nieuwe zaden te kopen. Naast de vraag of het zinvol is een biotech-gewas te maken dat an sich geen verbetering voor boer of consument inhoudt, vreest men vooral het monopolie van de grote zaadproducenten (zie einde artikel).

Slinkse geldmachine

De terminator-technologie mag dan rieken naar een slinkse geldmachine, in wezen is het niet veel meer dan de bekende truc met hybride zaden. Wel is het een ingenieus systeem.

Delta and Pine Land heeft de technologie allereerst op katoen toegepast – het bedrijf is ’s werelds grootste producent van katoenzaad. De biotechnologen brachten een systeem van drie genen in de katoenplant. Uit een andere soort haalden de Amerikaanse biotechnologen het gen voor Ribosome Inhibitor Protein – met de toepasselijke afkorting r.i.p. Het rip-eiwit stopt de aanmaak van alle eiwitten (het remt translatie door de ribosomen), waardoor het zaad snel doodgaat. Volgens het octrooi is het rip-eiwit niet schadelijk voor mens en dier.

rip-gen

Aan het rip-gen koppelde men de promoter van het katoengen Late embryogenesis Abundant (lea). Die promoter wordt namelijk pas actief als het volgroeide zaad gaat uitdrogen – het bereidt zich dan voor op de periode tussen het verwijderen van de ouderplant en de ontkieming.

Een nuttige promoter, want het rip-gen mag niet te vroeg afgelezen worden. Op de akkers moet de katoenplant gewoon kunnen groeien en geoogst worden. Kortom, boeren kunnen zo wel hun katoen oogsten, maar er niet mee verder kweken. Maar de fabrikant moet de plant uiteraard wel kunnen kweken. Van een onvruchtbare soort kun je weinig zaden verkopen…

Dus zochten de Amerikanen naar een manier om de onvruchtbaarheid eenvoudig ‘van-buiten-af’ te kunnen reguleren. Zodoende werd het rip-gen beveiligd met een stukje blokkade-dna tussen de promoter en het gen (waardoor het niet actief is). De zaadveredelaar moet deze beveiliging eraf kunnen halen, vlak voordat deze het zaad verkoopt.

Het blokkade-dna kan heel precies worden weggeknipt door het zogeheten recombinase-eiwit. Dus brachten de biotechnologen een tweede gen in: het recombinase-gen. Dit gen wordt op zijn beurt stil gelegd door een repressoreiwit (gecodeerd door het derde gen). De repressor werkt zich tussen promotor en gen voor het recombinase-eiwit in.

© Frank Bierkenz

Op scherp

Het repressoreiwit wordt eenvoudig weggevangen door het antibioticum tetracycline. Door het zaad vlak voor de verkoop onder te dompelen in tetracycline, maken de zaadproducenten het repressor-eiwit onschadelijk. Dit maakt activatie van het recombinase-gen mogelijk, en wordt de weg vrijgemaakt voor de lea-promoter. Oftewel, katoentelers krijgen zaden met een rip-gen dat op scherp staat. Aan het einde van het seizoen wordt het rip-gen actief en het zaad doodt zichzelf.

Waarschijnlijk blijft het niet bij katoen. De terminator-technologie zou ook geschikt zijn voor tarwe en rijst. Delta & Pine Land heeft inmiddels in 88 landen octrooi aangevraagd (het octrooi geldt ook voor andere gewassen en andere genencombinaties dan de hierboven beschreven). Een woordvoerder van het bedrijf vertelde enkele maanden geleden in Science dat deze nieuwe variëteiten waarschijnlijk in het jaar 2005 op de markt komen.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 januari 1999

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.