Je leest:

Worden Nederlanders steeds minder maatschappelijk actief?

Worden Nederlanders steeds minder maatschappelijk actief?

Auteur: | 23 augustus 2005

Tijdens een middagje winkelen kun je ze niet missen, de promotieteams van de PvdA, Artsen zonder Grenzen en Amnesty International. Maatschappelijke organisaties hebben deze teams steeds harder nodig want het aantal leden neemt af. En mensen die daadwerkelijk hun handen uit de mouwen willen steken zijn nog zeldzamer.

Uit recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat steeds minder mensen lid zijn van maatschappelijke organisaties. Vrouwenorganisaties, kerken en politieke partijen hebben in de periode van 1994 tot en met 2003 het grootste verlies geleden. Wel zagen politieke partijen na Fortuyn een opmerkelijke ledenwinst, maar deze is vorig jaar tot stilstand gekomen. Daarentegen wonnen natuur- en milieuorganisaties, consumentenorganisaties en organisaties gericht op sport en recreatie er leden bij. Vooral het aantal actieve leden is in de periode 1994 tot en met 2003 flink afgenomen. Werknemers en werkgevers organisaties en ook natuur- en milieuorganisaties hebben niet meer dan 6 % actieve leden. Dit alles blijkt uit een grote enquête (zie hieronder), gehouden onder 75 grote maatschappelijke organisaties. Hieronder bevinden zich omroepen, kerken, sportorganisaties, consumentenorganisaties, internationale hulporganisaties, natuur- en milieuorganisaties en werknemers- en werkgeversorganisaties.

Terugloop in ledenaantal

17 % bij politieke partijen 9 % bij kerken 33 % bij vrouwenorganisaties

Toename in ledenaantal

34% Natuur- en milieuorganisaties 22 % Consumenten organisaties 10% Organisaties gericht op sport en recreatie

Uit dit onderzoek blijkt ook dat er een verschuiving plaatsvindt binnen het veld van de maatschappelijke organisaties. Maatschappelijke organisaties waarvan leden weinig contact met elkaar hebben groeien ten opzichte van de organisaties waarvan leden veel contact met elkaar hebben. Dit houdt bijvoorbeeld in dat hulpverleningsorganisaties waar mensen als donateur lid zijn beter af zijn dan politieke partijen waarin meer participatie van de achterban verwacht wordt. Deze ontwikkeling kan gevolgen hebben voor de democratie. Organisaties met een maatschappelijk doel, waar veel contact is tussen de leden, kunnen namelijk een belangrijke functie uitvoeren in de bevordering van maatschappelijke participatie en de ontwikkeling van democratische competenties bij burgers.

Afb. 1: Alexis de Tocqueville, (1805-1859) Bron: Tegenlicht/vpro.nl

Alexis de Tocqueville (1805-1859) stelde in de negentiende eeuw al dat maatschappelijke organisaties van groot belang zijn voor een democratie. Tocqueville was een Franse politiek filosoof. Hij is vooral bekend geworden met zijn boek Democratie in Amerika. In de negentiende eeuw werd hij naar Amerika gestuurd om het gevangeniswezen te bestuderen. Tijdens zijn reis bestudeerde hij echter de gehele Amerikaanse samenleving en vooral de Amerikaanse democratie. In zijn boek beschrijft hij de democratie van Amerika, die toen al verder gevorderd was dan in Frankrijk. Hij stelt dat maatschappelijke organisaties vooral in een democratie van belang zijn om ervoor te zorgen dat burgers zich niet in de anonieme massa verliezen en om te voorkomen dat de staat teveel ingrijpt in het leven van de burgers. Bovendien dienen maatschappelijke organisaties als leerschool voor democratisch handelen. Volgens Tocqueville vormen maatschappelijke organisaties een bron van sociaal verantwoordelijkheidsgevoel.

Afb. 2: De omslag van “Bowling Alone” (2000) van Robert Putnam

De Amerikaanse politicoloog Robert Putnam geeft in zijn boek Bowling Alone een hedendaagse uitwerking van Tocquevilles ideeën over het maatschappelijk middenveld. Volgens Putnam dragen maatschappelijke organisaties bij aan de effectiviteit en de stabiliteit van democratisch bestuur. Contacten tussen mensen binnen een organisatie bevorderen de bereidheid tot samenwerking en gevoelens van solidariteit. Volgens Putnam leveren maatschappelijke organisaties mondige burgers af. Daarnaast zijn deze organisaties belangrijk als schakels tussen individu en staat. Putnam signaleert in Amerika een afname van de deelname aan maatschappelijke organisaties. Vooral de deelname aan organisaties waarbij leden onderling contact onderhouden neemt af. Volgens Putnam heeft deze vermindering negatieve gevolgen voor de democratie.

Het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau wijst erop dat in Nederland gelijksoortige ontwikkelingen voordoen als in Amerika. Het aantal leden en de betrokkenheid van de leden van maatschappelijke organisaties neemt af. Maatschappelijke organisaties hebben steeds meer passieve leden of donateurs. Het gevolg hiervan is dat mensen minder democratische vaardigheden, zoals discussiëren en onderhandelen, opdoen binnen deze organisaties. Volgens Tocqueville en Putnam zijn de organisaties van essentieel belang voor een democratie. We moeten er echter bij stil staan dat democratische vaardigheden wellicht ook op andere manieren verworven kunnen worden. Ook op school, tijdens werk, in het gezin en via de media kunnen mensen ‘burgerlijke vaardigheden’ opdoen, zoals het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau ze noemt. Daarnaast kunnen organisaties waarbij gering contact is tussen de leden, andere vormen van contact bevorderen, via internet bijvoorbeeld. Wellicht leren mensen wel heel veel van de omgang met anderen in een chatbox.

Een onmiskenbaar gevolg van de verminderde deelname aan maatschappelijke organisatie is de toenemende concurrentie tussen organisaties. Vandaar het groeiende aantal promotieteams in de Kalverstraat op zaterdagmiddag.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 augustus 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.