Je leest:

Woordvolgorde in het Esperanto

Woordvolgorde in het Esperanto

Auteur: | 26 september 2007

Hoewel het Esperanto van oorsprong een kunsttaal is, vertoont het soms de kenmerken van een natuurlijke taal. Dit geldt bijvoorbeeld voor de woordvolgorde, die het onderwerp is van het proefschrift van UvA-docent Wim Jansen, Woordvolgorde in het Esperanto. Normen, taalgebruik en universalia.

Het Esperanto is van oorsprong geen natuurlijke taal. Het is wel samengesteld uit verschillende bestaande talen, maar het is slechts door één man ontworpen en vervolgens op schrift gesteld. De bedenker van het Esperanto was Ludwik Lejzer Zamenhof, een Joods-Litouwse oogarts die leefde tussen 1859 en 1917. Het proefschrift van Wim Jansen laat zien dat het huidige Esperanto in sommige opzichten wél natuurlijk is. De zinsbouw levert hiervoor het bewijs.

Esperantisten

Er wordt weleens beweerd dat het Esperanto geen natuurlijke taal is omdat het geen moedertaalsprekers heeft. Dat is niet waar; het Esperanto heeft wél moedertaalsprekers. Toch wordt het nog steeds door de meeste sprekers als tweede of latere taal aangeleerd. Sprekers van het Esperanto kom je overal tegen. Wereldwijd bestaan er verschillende verenigingen en worden er talloze bijeenkomsten georganiseerd voor Esperantisten, mensen die Esperanto spreken. Ook kent het Esperanto een levendige schriftelijke cultuur. Zo zijn er tijdschriften die geschreven zijn in het Esperanto en bestaat er zowel originele als vertaalde literatuur. Tegenwoordig speelt ook het internet een grote rol in de verspreiding van de taal.

Esperanto kidschain
Thekillerfroggy, Wikimedia Commons

Esperanto leren

Hoe leren mensen Esperanto? Dat gebeurt meestal zelfstandig aan de hand van een boek of via een schriftelijke of mondelinge cursus. Ook op internet worden online taalcursussen aangeboden. Wanneer een leerder van het Esperanto zijn kennis vervolgens in praktijk wil brengen, stuit hij op een probleem. Er is namelijk niet een land voorhanden waar je ‘ondergedompeld’ kunt worden in het Esperanto. Je moet dus gericht op zoek gaan naar andere Esperantisten.

Doordat het Esperanto maar weinig echte moedertaalsprekers heeft, zijn er ook weinig mensen die als voorbeeld kunnen dienen voor leerders van het Esperanto. Een Esperantoleerder kan zich daarom wel meer vrijheden permitteren dan iemand die Engels, Duits of Frans leert. Een taal kent vaak veel ongeschreven regels die je pas ontdekt wanneer je je onder de moedertaalsprekers begeeft. Dit is niet het geval bij het Esperanto. Een Esperantist moet het doen met de regeltjes die ooit zijn opgesteld door Zamenhof en die uitgewerkt zijn in latere boeken over het Esperanto.

Regelmaat voorop

In de meeste beschrijvingen van het Esperanto vind je antwoord op vragen als: hoeveel en welke letters deze taal heeft (28); hoe deze worden uitgesproken (vaak vergelijkbaar met het Nederlands); waar de klemtoon ligt (altijd op de voorlaatste lettergreep); welke woorden en lidwoorden er zijn (in het Esperanto bestaat alleen het lidwoord la). Ook wordt uitgebreid ingegaan op het regelmatige – en dus makkelijk leerbare – woordvormingssysteem. Zo eindigen zelfstandig naamwoorden altijd op -o ( patro, ‘vader’) en meervouden op -j ( patroj, ‘vaders’); bijvoegelijke naamwoorden krijgen altijd een -a ( blanka, ‘wit’).

Wat in al deze boeken ontbreekt, zijn duidelijke regels voor de woordvolgorde. Wim Jansen spitte daarom voor zijn promotieonderzoek een corpus van 280.000 woorden door. Hij gebruikte daarvoor artikelen uit recente jaargangen van de Esperantotijdschriften Esperanto en Monato. Daarnaast legde hij verschillende woordvolgordes voor aan drie groepen Esperantosprekers: professionele gebruikers met een gemengde achtergrond; moedertaalsprekers van het Nederlands en moedertaalsprekers van het Frans. In totaal werkten 40 proefpersonen mee aan het onderzoek.

Vaste woordvolgorde

Hoewel er in het Esperanto geen regels voor woordvolgorde bestaan, kwam er een duidelijke voorkeur naar voren voor één vaste woordvolgorde. In 90 procent van de teksten werd namelijk gebruik gemaakt van de volgorde SVO, waarin het onderwerp (het subject) vóór het werkwoord ( verb) geplaatst is, en het lijdend voorwerp (het object) ná het werkwoord. Variatie is bijvoorbeeld mogelijk wanneer een lijdend voorwerp klemtoon krijgt; dan schuift deze meestal naar voren. Van de proefpersonen koos zelfs meer dan 95 procent voor de SVO-volgorde. Tussen de drie groepen bleken geen opvallende afwijkingen voor te komen. Dat betekent dat het de SVO-volgorde de basisvolgorde is voor iedere Esperantospreker, ongeacht zijn talige achtergrond.

Het idee dat het Esperanto geen natuurlijke taal is, wordt door deze uitkomst enigszins weerlegd. Zonder dat daar regels voor zijn opgesteld, heeft deze taal op een heel natuurlijke manier een éénduidig woordvolgordepatroon ontwikkeld! Voor een kunsttaal is dat tamelijk uniek.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 september 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.