Je leest:

Wonen in een robot

Wonen in een robot

Auteur: | 19 juni 2009

Toepassingen van slimme, samenwerkende elektronica in huis zijn in opkomst. Dit verschijnsel, ook wel domotica genoemd, kan veel betekenen voor ons gemak en onze veiligheid. Domotica-onderzoeker Ben Kröse vertelt wat we kunnen verwachten.

“Goedemiddag, mevrouw. Uw krant ligt klaar. Zal ik de koelkast doorzoeken en u een maaltijd suggereren?” Het heeft iets van Star Trek, een huis dat je constant in de gaten houdt en alles zo makkelijk mogelijk voor je maakt. Maar toepassingen van slimme elektronica in huis – ook wel domotica genoemd – zijn in opkomst. Stukje bij beetje laten wij dagelijkse taken uitvoeren door chips en sensoren. Alles voor het gemak. Maar hoe ver kan je gaan?

Domotica is het netwerk van slimme elektronica in je huis. Apparaten staan steeds vaker met elkaar in verbinding, en maken soms ook zelf beslissingen.

Elektronische apparaten in huis hadden een paar jaar geleden nog geen oog voor de rest van de wereld. Ze voerden simpelweg de taken uit die je ze opdroeg. Tegenwoordig zijn ze vaak uitgerust met chips en internettoegang, waardoor ze contact houden met de buitenwereld. Er zijn bijna geen huishoudens meer te vinden zonder één of meerdere computers, iedereen heeft een mobiele telefoon, en er zijn steeds meer toepassingen op de markt waarbij meerdere apparaten samenwerken. Denk bijvoorbeeld aan winkelen op internet, of stemmen via SMS met je mobiele telefoon. De verzamelterm domotica wordt gebruikt om het netwerk van apparaten in je huis aan te geven – alle apparaten en infrastructuren die elektronische informatie gebruiken voor het meten, programmeren en sturen van functies ten behoeve van bewoners en dienstverleners, volgens de definitie van Domotica Platform Nederland. Het woord domotica is samengesteld uit twee termen, domus (het Latijnse woord voor huis) en telematica, dat op zijn beurt weer een samentrekking is van telecommunicatie en informatica.

Digital life

“In het begin was domotica eigenlijk vooral elektronica,” vertelt Ben Kröse . “Zonnewering die vanzelf naar beneden gaat als de zon fel schijnt is een voorbeeld van zo’n toepassing, of het op afstand inschakelen van apparaten.” Kröse is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, waar hij onder andere aan domotica werkt. Bij de Hogeschool doet hij dat in het zogenaamde ‘Digital Life Centre’, waar studenten uit de informatiewetenschappen, de ergotherapie en de verpleegkunde samenwerken aan het ontwikkelen en testen van domotica-toepassingen. Die toepassingen gaan ondertussen een stuk verder dan in de jaren ’80, toen de eerste stappen naar een slim huis werden gezet. “De ICT is enorm gegroeid, en bijna ieder huishouden heeft nu een computer en een aantal multimedia-apparaten. Dat heeft de mogelijkheden voor domotica flink uitgebreid."

Een universele afstandsbediening kan verschillende apparaten bedienen. Een huis met domotica-toepassingen is eigenlijk als één apparaat te zien.
Philips

De stap van toegepaste elektronica naar moderne domotica werd eind jaren ’90 genomen. Elektronica werd steeds kleiner, en het werd steeds beter mogelijk om slimme chips zo goed weg te werken dat ze onzichtbaar lijken. Tegelijkertijd werden steeds meer apparaten uitgerust met microchips. Langzaamaan verschoof de plaats van de home computer, van je bureau naar tientallen goed verstopte plekken in het hele huis. Philips onderkende die verandering, en introduceerde de term Ambient Intelligence. In hun visie konden al die computers en chips met elkaar verbonden te worden, om het hele huis te veranderen in een machine die continu meet en reageert op wat zijn bewoners aan het doen zijn.

Big brother is watching you

De visie van Philips werd wijd opgenomen, en overal ter wereld startten bedrijven en onderzoeksinstituten testomgevingen, zoals De Slimste Woning van Nederland, van Stiching Smart Homes. In dit huis in Eindhoven integreren ontwikkelaars hun domotica-toepassingen in een realistische omgeving, en vervolgens laten ze echte mensen ‘normaal’ leven in hun huis. Zo kunnen ze onderzoeken hoe mensen reageren op slimme systemen, en besluiten welke ontwikkelingen kans maken om populair te worden. Zo is er bijvoorbeeld onderzocht wat mensen ervan vinden om camera’s in hun hele huis te hebben. In het algemeen, zo bleek uit het onderzoek, accepteren mensen de aanwezigheid van apparatuur die ze bekijkt vrij snel – zolang het maar om hun eigen veiligheid gaat.

Veel winkels gebruiken RFID-chips om hun producten te beveiligen. RFID-chips bevatten informatie over het product, en ze kunnen ook gebruikt worden om precies in de gaten te houden waar het product heen gaat.
Creative Commons

Domotica-toepassingen die op gemak en ontspanning gericht zijn, lijken minder makkelijk aan de man te brengen. “Mensen zijn niet zo snel geneigd om geld uit te geven aan geïntegreerde elektronica. Waar ze wel graag veel aan besteden zijn luxe-artikelen als flatscreen-televisies en MP3-spelers.” Vandaar dat Kröse eerder een pay-per-view-abonnement in ieder huis ziet dan een koelkast die zelf de boodschappen aanvult. “Die kant gaan wel wel op, maar dan moet je er natuurlijk voor zorgen dat alle kaas en worstjes die je pakt een RFID-tag hebben,” mijmert Kröse. “Totdat de prijs van RFID-chips vergelijkbaar wordt met die van streepjescodes zal een slimme koelkast niet zo snel aanslaan. Maar dat komt nog wel. Het is een kwestie van tijd voordat alles gechipt is. De technische mogelijkheden voor slimme apparaten in huis zijn er allang.”

Zorg en entertainment

Op korte termijn zijn er twee terreinen waarin Kröse de domotica in opkomst ziet: zorg en entertainment. Zijn professionele interesse gaat vooral uit naar de zorg, waar hij in samenwerking met een flink aantal bedrijven aan de weg timmert om slimme systemen in instellingen te integreren. “Van overheidswege worden subsidieregelingen tegenwoordig zo gemaakt, dat er ruimte is voor technologische hulpmiddelen.” De apparaten van Philips waarmee hartpatiënten hun hartslag in de gaten kunnen houden worden steeds meer verkocht nu ze deels door de verzekering vergoed worden. Deze apparaten staan vaak in verbinding met huisarts of ziekenhuis, zodat er direct een signaal door wordt gegeven als er iets vreemds aan de hand is met de patiënt.

In de ouderenzorg wordt veel geëxperimenteerd met domotica. “Mensen die ouder worden krijgen te maken met drie moeilijkheden,” vertelt Ben Kröse. “Ze gaan lichamelijk achteruit, kunnen bijvoorbeeld minder ver lopen of hebben een rollator nodig. Ze gaan cognitief achteruit, dus het wordt steeds lastiger om dingen te onthouden. En als resultaat van die twee gaan ze sociaal vaak achteruit: het wordt steeds moeilijker om contact te houden.” Om ouderen te helpen met hun fysieke beperkingen zijn al veel domotica-toepassingen bedacht. De eenvoudigste is iets waar de meeste mensen wel eens gebruik van maken: winkelen vanuit huis, bijvoorbeeld op het internet of per telefoon. Ook kunnen ze door middel van een beeldtelefoon met de huisarts communiceren, wat ze de vaak lastige gang naar de huisartspraktijk soms kan besparen. Om mensen te helpen met hun cognitieve functies wordt ook volop geëxperimenteerd met domotica-toepassingen: sprekende organizers, bijvoorbeeld, of een ‘TomTom’ voor dementerenden (zie kader). Maar ook op het gebied van sociale interactie heeft domotica veel te bieden.

TomTom voor dementerenden

Licht dementerende mensen kunnen vaak nog goed voor zichzelf zorgen. Maar het kan voorkomen dat ze verward raken, en om die reden komen ze vaak liever niet meer op straat. Om verdwalen te voorkomen is een apparaat dat ze de weg wijst een voor de hand liggend hulpmiddel. Maar de ‘TomTom’ voor licht dementerenden die de universiteiten van Amsterdam en Eindhoven samen aan het ontwikkelen zijn is nog iets specialer dan een mobiele wegwijzer. In plaats van de gebruikelijke instructies (‘na honderd meter linksaf slaan’) geeft het navigatiesysteem instructies op basis van opvallende voorwerpen en locaties in de buurt. ‘Loop naar de oranje brievenbus’, bijvoorbeeld, of, ‘ga na de Albert Heijn de hoek om’. Uit de eerste tests blijkt dat het systeem erg goed werkt, maar helaas is het maken van kaarten met opvallende voorwerpen een arbeidsintensief karweitje.

Uit een enquête onder ouderen in Almere bleek onlangs dat een groot deel van hen graag een telefoon met camera in huis zou hebben, om zo met vrienden en familie te kunnen praten. Ook voor videotelefoon de andere kant op zijn veel ouderen wel te porrenEn dat geldt niet alleen voor telefonie van het ene huis naar het anderen: zo zouden veel bejaarden bijvoorbeeld de voetbalwedstrijd van hun kleinzoon wel eens live vanuit de luie stoel mee willen maken, of de eindmusical van hun kleindochter willen zien. Zulke systemen zijn al in opkomst, bijvoorbeeld de gratis internettelefonie van Skype. “Mensen ervaren het als prettig om naar iemand te kijken als je met ze praat. Het maakt je gesprek persoonlijker – hoewel het de noodzaak van fysiek contact natuurlijk niet helemaal wegneemt.” Bijkomend voordeel is dat zorginstellingen de beeldtelefoon kunnen gebruiken om hun patiënten in de gaten te houden.

Huiswerk als computerspel

Een ander gebied waarin domotica aan de weg timmert is entertainment. Bijna iedereen heeft een mobiele telefoon en een MP3-speler, ieder huis heeft één of meerdere computers, en steeds meer huishoudens hebben een mooie, geavanceerde televisie met DVD-speler en –recorder. En tussen die apparaten is steeds meer contact: een mediacenter-computer kan dienst doen als DVD-speler, een telefoon als MP3-speler en een televisie als computermonitor. Die interactiviteit maakt veel mogelijk. Ben Kröse bedacht met een aantal studenten een toepassing in een bibliotheek, waar kinderen een educatief spelletje kunnen spelen door met hun handen een scherm te besturen. Zo kunnen ze op een speelse manier leren: misschien is dat wel de toekomst van huiswerk.

Leren in de bibliotheek

Op dit filmpje is een demonstratie te zien van een educatief spel dat op interactieve wijze wordt aangeboden in een bibliotheek in Almere. Kinderen leren zo informatie over boeken terwijl ze bezig zijn met een spel: leuk en nuttig tegelijk. In huis zijn dit soort toepassingen ook steeds meer te vinden, want veel scholen gebruiken internetapplicaties voor het leren en overhoren van huiswerk. Spelcomputers zoals de Nintendo Wii bieden ook een platform voor educatieve games.

Natuurlijk heeft het integreren van technologie in huis niet alleen voordelen. Eén van de grootste bezwaren tegen domotica is de privacygevoeligheid: niet iedereen wordt blij van een huis vol camera’s. Om die bezwaren weg te nemen proberen ontwikkelaars vaak om sensoren te gebruiken die geen camera nodig hebben. In een aantal bejaardentehuizen worden proeven gedaan met een sensor-systeem dat de verpleging waarschuwt als een bewoner ’s nachts uit bed stapt, compleet cameraloos. Maar het is opvallend hoeveel toezicht mensen gedogen als het om hun veiligheid gaat. Een camera in de slaapkamer die aanspringt als je hartritme vreemde sprongen vertoont kan bijvoorbeeld op weinig bezwaren rekenen. Vooral ouderen accepteren toezicht in huis. “Het is een soort ruilrelatie,” zegt Kröse. “Of ze moeten naar een verzorgingstehuis, of ze kunnen thuis blijven wonen met zo’n camerasysteem.”

Welzijn en gemak

“Het belangrijkste dat domotica ons kan geven is een stukje welzijn en gemak,” zegt Ben Kröse. Hij ziet dat de technieken die nodig zijn om van ons huis een observerende en reagerende machine te maken al ruimschoots voor handen zijn, vaak vanuit de robotica. Het ontbreekt ons alleen nog aan infrastructuur, maar die zal de komende jaren alleen maar beter worden. In de nabije toekomst zal de nadruk van domotica-onderzoek waarschijnlijk op de zorg blijven liggen, maar als het straks economisch weer wat beter gaat kan de geïntegreerde computer zijn opmars in ons huis weer volop voortzetten.

Zie verder:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 juni 2009
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.