Je leest:

Windhandel

Windhandel

Auteur: | 24 februari 2009

Als Nederland haar energiehandel met het buitenland aanscherpt, voorkomen we dat teveel geproduceerde windenergie verloren gaat. Dit blijkt uit onderzoek van de TU Delft. Promovendus Bart Ummels geeft aan dat er geen gigantische accu’s nodig zijn om een overschot aan elektriciteit uit nieuwe windmolenparken op te slaan. Maar dan moeten de openingstijden van de energiemarkt wel ruimer worden.

In 2007 publiceerde ingenieursbureau Lievense in samenwerking met onderzoeks- en adviesinstituut KEMA een plan om voor de Nederlandse kust een energie-eiland te bouwen. Dit eiland bestaat uit een omgekeerd stuwmeer en zou vooral dienst doen als ‘accu’ om overtollige energie op te slaan. Ideaal voor windenergie, zegt KEMA. Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft immers ver gevorderde plannen om het Nederlandse windmolenpark op grote schaal uit te breiden. Als het eens wat harder waait dan voorspeld kan de energie direct naar het eiland, in plaats van dat het verdwijnt als nutteloze restwarmte.

Het omgekeerde stuwmeer van ingenieursbureau Lievense en KEMA kan genoeg energie opslaan om Amsterdam vijf keer van elektriciteit te voorzien. Windmolens leveren energie om het stuwmeer leeg te pompen. Als er energie nodig is zet men simpelweg de sluizen open zodat generatoren de nodige energie opwekken.

Atoomstroom

Aan het energie-eiland hangt echter een prijskaartje van 2,5 miljard euro. Uit een onderzoek van de TU Delft blijkt nu dat Nederland zich deze investering kan besparen. Volgens promovendus Bart Ummels kunnen we in plaats daarvan goud geld verdienen door het overschot aan windenergie sneller te verhandelen met België en Duitsland. Zo voorkomen we dat kolen- en gascentrales onnodig hard stoken, terwijl de windmolens op volle toeren draaien.

Ummels legt uit: “Stel, er is morgen een belangrijke wedstrijd van het Nederlands elftal. Dan weet je dat iedereen voor de tv zit en dat er dus veel stroom nodig is. Helaas voorspelt het KNMI die avond weinig wind. Dan moet je bijvoorbeeld extra atoomstroom inkopen uit Frankrijk om het tekort te compenseren. Maar het KNMI zit er wel eens naast. Als het op de avond van de wedstrijd toch stevig waait, zit je met windenergie én de ingekochte atoomstroom. Elektriciteit kan je niet zomaar opslaan, dus wat je dan over hebt gooi je weg.”

Openingstijden

Om missers te vermijden pleit Ummels voor ruimere ‘openingstijden’ in de elektriciteitshandel met onze buurlanden. Hij ontwikkelde een model dat precies berekent welke elektriciteitscentrales in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Engeland en Noorwegen moeten draaien, en wanneer, om alle landen van energie te voorzien. Hiervoor gebruikt het rekenmodel de productiecijfers van de centrales, samen met de windvoorspelling en het verwachte energiegebruik.

Uit de berekeningen blijkt dat de internationale energiemarkt nu te vroeg sluit. Ummels: “Centrales kunnen hooguit een dag van tevoren elektriciteit met buitenlandse leveranciers verhandelen. Maar dan kloppen de windvoorspellingen niet altijd, waardoor je soms met een tekort of overschot zit. Als we blijven handelen tot een uur van tevoren kunnen elektriciteitscentrales hun productie nog op tijd omhoog of omlaag schroeven.” Zo zal er volgens Ummels nauwelijks een kilowattuurtje aan windenergie onbenut blijven.

De windmolenparken in Nederland leveren bij elkaar nu 2,2 gigawatt (GW), goed voor 4,6 procent van onze elektriciteitsbehoefte. Geen grote ramp dus als de windvoorspelling er een keertje naast zit. In zijn onderzoek gaat Ummels uit van een opgewekt vermogen van 12 GW, maar liefst een derde van het Nederlandse stroomverbruik. Als het aan EZ ligt bereiken we dit vermogen over pakweg tien tot vijftien jaar met nieuwe windmolenparken. Het kost 1,5 miljard euro en levert 19 miljoen ton CO2 op om zoveel vermogen met kolen en gas op te wekken. Dan is een foute windvoorspelling ineens een stukje vervelender.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 februari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.