Je leest:

“Wij vertrouwen op onszelf”

“Wij vertrouwen op onszelf”

Pericles’ lofzang op de Atheense democratie

Auteur: | 29 april 2011

‘We passen een politiek bestel toe dat niet de instellingen van de buurvolkeren nabootst. We zijn eerder een voorbeeld dan dat we anderen imiteren. De naam? Doordat de macht niet bij enkelen, maar bij meer berust, heet het systeem volksmacht (dèmokratia).’ Aldus sprak de Atheense leider Pericles in de winter van 431-430 v.Chr. Hij hield deze rede ter ere van de gesneuvelden in de strijd met Sparta, de Peloponnesische Oorlog (431-404). De toespraak geldt als de beroemdste lofrede op de democratie. Hoeveel ervan was waar?

Pericles begint zijn rede – althans zoals de historicus Thucydides haar weergeeft met de vrijheid die de antieke geschiedschrijver heeft – met gespeelde tegenzin: wat kunnen woorden toevoegen aan de daden van de gesneuvelden? Maar goed, hij zal zich schikken in wat de voorvaderen hebben ingesteld.

Eerst wenst hij die voorouders te gedenken. Zij hebben het Attische land steeds tegen indringers weten te beschermen. Nog meer lof verdienden de vaders, de vorige generatie dus, want zij hebben die geërfde macht nog vergroot. ‘Maar nog meer dan dat hebben wij zelf hier, het huidige geslacht, vooral in de tegenwoordige generatie eraan toegevoegd.’ Het was overbodig de overbekende feiten op te rakelen, ‘maar door wat voor een instelling en met welk politiek systeem wij zover gekomen zijn, en door welk gedrag de grootheid is ontstaan, dat ga ik eerst duidelijk maken en pas dan kom ik tot de lofprijzing van deze mannen.’

Pericles spreekt op de Pnyx de volksvergadering toe. Op de achtergrond de Akropolis met het Parthenon. Schilderij uit 1853 door Philipp von Foltz, Maximilianum, München.
Wikimedia Commons

En dan begint Pericles zijn hymne, zoals hij die zelf noemt. ‘We passen een systeem toe dat niet de instellingen van buurvolkeren nabootst.’ Terecht haalt hij het unieke van het Atheense systeem naar voren. Hierin hadden veel meer mensen deel aan de macht dan in welk ander bestel ook. Moderne critici hebben de antieke democratie verweten dat zij vrouwen, slaven en ‘bijwoners’ (metoikoi) uitsloot evenals trouwens minderjarigen.

Zulke kritiek is echter volkomen anachronistisch. Het is waar dat maar een minderheid ‘deel had aan de polis’ zoals het Grieks zegt: ongeveer 30 000 op een totale bevolking van naar schatting 250 000. Maar pas in de 19de eeuw haalden enkele voorlijke West-Europese staten een aandeel van 15% van vol berechtigde burgers.

Vervolgens somt Pericles de verworvenheden van de volksmacht op. Allereerst is daar de gelijkheid voor de wet: ‘Deel heeft volgens de wetten bij persoonlijke geschillen iedereen aan de gelijkheid.’ Al vanaf Solon (594 v.Chr.) had ook de laagste burgerklasse recht om zitting te nemen in de volksrechtbanken.

Maar om de minvermogende burgers ook feitelijk in staat te stellen dat recht uit te oefenen had Pericles een geldelijke vergoeding ingevoerd. ‘Bij de inschatting wat iedereen voorstelt, wordt men voor openbare functies niet zozeer naar zijn groep beoordeeld als wel naar zijn persoonlijke kwaliteit.’

De gelijkheid gold dus ook voor de benoembaarheid in publieke functies, een gelijkheid die ook artikel 3 van de Nederlandse Grondwet als grondrecht vastlegt (waaraan merkwaardig genoeg alleen het staatshoofd niet voldoet). ‘…en ook niet bij armoede, is men wegens gebrek aan aanzien uitgesloten als men maar iets voor de polis kan betekenen.’ Als burger was dus iedereen gelijk. Om omkoping en demagogische misleiding te voorkomen werden ambten bij voorkeur door loting vergeven. Voorts kon het schervengericht, ostrakismos, al te dominante politici voor tien jaar aan de zijlijn zetten ofwel verbannen.

Afwijkende meningen

In de voortzetting van zijn rede prijst Pericles het open klimaat dat het gevolg was van de democratie: ‘We worden we niet boos op een medeburger als hij uit genotzucht iets doet, en we bezorgen hem geen last door afkeurende blikken die wel niet schaden, maar wel pijnlijk zijn.’ Atheners konden dus de zon in het water zien schijnen, heel anders dan de Spartanen.

Pericles met zijn karakteristieke naar achteren geschoven hoofdhelm. Deze hoorde bij de wapenrusting van de zwaargewapende infanteristen, de hoplieten. Alleen burgers van enig vermogen konden zo’n uitrusting betalen. Kwade tongen beweren dat hij met die helm zijn uivormig achterhoofd verborg.

Er was ook ruimte voor afwijkende meningen. Een tegenstander van de democratie zoals Plato kon er rustig school houden. Terecht merkte Demosthenes op dat je het in Sparta niet hoefde te wagen het heersende bestel ter discussie te stellen (Rede tegen Leptines). Ook de ongezouten kritiek die de komedies van Aristophanes op democratische leiders en instellingen uitoefende, werd met smakelijk gelach en prijzen beloond.

Pericles: ‘Hoewel we zonder aanstoot te nemen onze persoonlijke gang gaan, overtreden we in gemeenschappelijke zaken uit ontzag nu juist de wetten niet.’ Respect voor de wetten blijkt uit de bewaarde pleidooien voor de Atheense volksrechtbank. Overigens viel het met de gewelddadigheid erg mee. Athene was geen middeleeuwse stad waarin mensen met steekwapens rondliepen om familievetes te beslechten.

De gebruikte ‘wapens’ waren doorgaans stenen en potscherven, Athene was nu eenmaal een centrum van aardewerkindustrie. Zelfs het platteland, dat in later tijden berucht was om het banditisme, was veilig. Pas in de 4de eeuw werden de boerenhoeven van versterkingen voorzien.

Ook in de publieke ruimte werd geweld geschuwd. Athene had geen plezier in wrede openbare executies. Burgers werden in de beslotenheid van de gevangenis ter dood gebracht door hen vergif, dolle kervel, te laten slikken. Er waren geen beestenspelen, zoals later in de amfitheaters van Rome.

Bezige baasjes

Het is voor Pericles vanzelfsprekend dat in de democratie de burgers zich ingehouden gedragen. Zij worden niet geringeloord door een tiran maar zijn ‘gehoorzaam aan hen die op dat moment in ambt zijn, en aan de wetten, en vooral aan alle wetten die bestaan om de verdrukten te helpen, evenals aan de ongeschreven wetten die in de publieke opinie schande brengen aan hem die ze overtreedt’.

De toevoeging ‘op dat moment’ bij de ambtsdragers slaat op het feit dat politieke functies doorgaans niet langer dan een jaar duurden. Er was dus een snelle omloop in de ongeveer 1200 ambten die jaarlijks te vergeven waren onder de naar schatting 20 000 burgers van boven de dertig. En dan waren er op de ‘werkdagen’ nog ongeveer 2000 volksrechters nodig.

Dus ieder jaar had een op de zes Atheners een functie. Bovendien waren er per jaar veertig bijeenkomsten van de volksvergadering waar ieder van de ca 30 000 burgers mocht meebeslissen en volgens de isègoria, het gelijk recht van spreken, het woord mochten nemen. Geen wonder dat de Atheners in de Oudheid bekendstonden als bezige baasjes.

De Acropolis in Athene

Maar het was niet alleen maar burgerplicht dat de klok sloeg. Tegenover de grauwheid van het Spartaanse systeem stelt Pericles in het vervolg van zijn rede de volheid van het Atheense leven. Democratie betekende ook het hele jaar door vieringen. Zeker een derde van het jaar werden er festivals gehouden die voor iedereen bedoeld waren.

De democratische polis trok de organisatie daarvan naar zich toe om te voorkomen dat rijke individuen goede sier zouden maken. Aan rijken werd als dienst, leitourgia, de opvoering van een toneeluitvoering of het uitrusten van oorlogsgalei opgedragen. De voorstellingen waren onderdeel van religieuze festivals, met name voor Dionysus.

Om te verzekeren dat de hele gemeenschap meedeed, betaalde de polis presentiegeld uit het daartoe ingestelde theaterfonds. Deze cultuursubsidie ging dus heel wat verder dan wat de moderne ‘verzorgingsstaat’ doet of tot voor kort placht te doen.

Schoonheid en maat

In Athene komt de hele wereld samen, verklaart Pericles. Producten van heinde en verre werden er aangevoerd. Ook in militair opzicht was Athene open: ‘We verschillen van de tegenstanders ook wat de oorlogsinspanningen betreft en wel in dit opzicht: we stellen de polis open voor iedereen en we beletten niemand, door van tijd tot tijd vreemdelingen te verdrijven, om alles te weten te komen en te zien, wat bij openbaarmaking de vijanden van nut zou kunnen zijn. We vertrouwen niet zozeer op militaire voorbereidingsmaatregelen en krijgslisten, als wel op ons eigen elan om te handelen.’

De democratie rekende op de kracht van haar burgers die wisten waarvoor ze pal stonden. Het contrast met de Spartanen was compleet: bij hen werden de jongens door een streng opvoedingssysteem tot moed gebracht, ‘maar wij, met onze ontspannen leefwijze, gaan niet minder flink de dezelfde gevaren tegemoet. (…) Maar er is meer. Want we houden van schoonheid, maar houden maat; we houden van wijsheid, maar zijn geen slappelingen. (…) Wij vormen zelf ons een oordeel of overwegen de kwesties nauwgezet, want we vinden niet dat discussies schadelijk zijn voor handelingen. Nee, schadelijk is het door discussie niet goed op de hoogte te zijn voordat men overgaat tot de nodige actie.’

Discussies horen dus bij democratie. Ze zijn geen nodeloos oponthoud, maar leiden tot betere beslissingen. De Atheners combineren moed en beraad, maar bij anderen (de Spartanen) ‘leidt onwetendheid tot onbesuisdheid, beraad tot aarzeling’.

‘Kortom ik verklaar dat de polis als geheel een lering voor Griekenland is; bij ons kan volgens mij ieder individu zich in de meeste richtingen aangenaam tot een zelfstandig persoon ontwikkelen. En dat dit niet eerder mooie woorden voor deze gelegenheid zijn dan feitelijke waarheid, wordt nu juist bewezen door de macht van deze polis.’

Omdat het centrale plein, de agora, onvoldoende plaats bood, werden de volksvergaderingen op de heuvel Pnyx gehouden. Hier was speciaal een vergaderplaats aangelegd waar wel 6000 mensen op pasten. Iedereen had het recht vanaf het podium het volk toe te spreken. De burgers moesten aandachtig naar de pleidooien luisteren, want na afloop werd meteen gestemd.
Wikimedia Commons

Hier fronst de moderne democraat de wenkbrauwen: macht als bewijs voor de superioriteit van democratie? Maar er is ontegenzeggelijk een verband tussen democratie en imperialisme: de Franse Revolutie bracht het volk onder de wapenen in de Grande armée.

En is de 19de eeuw niet de periode waarin koloniserende staten hun bestel democratiseerden? Tijdens de Eerste Wereldoorlog reden in Londen bussen rond met patriottische leuzen uit Pericles’ dodenrede.

Neer en op

Tot ongeveer 1800 werd uitsluitend misprijzend over de Atheense democratie gesproken: de geletterde elite ging af op het negatieve oordeel van Plato. Nog in 1794 schreef de Engelse dichter Wordsworth verontschuldigend aan een vriend: ‘Ik behoor tot die verfoeilijke soort mensen die democraten heten.’ In de 19de en 20ste eeuw werd het klassieke Athene niet alleen cultureel, maar ook politiek een voorbeeld.

De antieke democratie werd zelfs ingezet tegen het nazisme. D. Loenen, lid van het Comité van waakzaamheid van anti-nationaalsocialistische intellectuelen, schreef de brochure De Grieksche grondslagen van de Vrijheid.

In de kritische jaren zestig en zeventig werd het echter de wetenschappelijke mode om de Atheense democratie te ontmaskeren als een verbale voorgevel van een stelsel dat vrouwen uitsloot, slavernij als vanzelfsprekend beschouwde en bondgenoten wreed onderdrukte. En had dit ‘tolerante’ Athene in 399 niet de criticaster Socrates terechtgesteld als een heidense Jezus? Daarbij wordt over het hoofd gezien dat Socrates de leermeester was geweest van de politieke monsters Alcibiades en Critias, leider van de Tirannie van de Dertig, die 1500 burgers liquideerde hetgeen discipel Plato wijselijk niet vermeld.

Met Het proces Socrates heeft I. F. Stone gezorgd voor een nuchterder beeld van de zaak. En de Israelische historicus Gabriel Herman toonde in 2006 aan dat de antieke democratie een hogere moraal en beschaafder gedrag bijbracht. De Atheense democratie was meer dan een woord.

Anton J. L. van Hooff was tot 2008 hoofddocent antieke geschiedenis en vakdidactiek klassieken aan de Universiteit van Nijmegen. Hij publiceerde onder andere over Caesar, Polybius, Spartacus en zelfdoding. Onlangs verscheen van hem bij Ambo Athene. Het leven van de eerste democratie.

Verder lezen

  • Mogens Herman Hansen en Frits Naerebout, Stad en staat. De antiek-Griekse poleis en andere stadstaatculturen, Amsterdam University Press, 2006
  • Gabriel Herman, Morality and Behaviour in Democratic Athens. A Social History, Cambridge University Press, 2006
  • Frits Naerebout, Griekse democratie, Amsterdam University Press, 2005
Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 april 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.