Je leest:

“Wij misbegrijpen elkaar”

“Wij misbegrijpen elkaar”

De invloed van tweetalig onderwijs op de Nederlandse taalvaardigheid

Auteur: | 1 januari 2009

Bij tweetalig onderwijs krijgen leerlingen vakken als geschiedenis en biologie in een andere taal dan de moedertaal, meestal het Engels. Het idee is dat ze hiermee hun vaardigheid in die taal vergroten, maar heeft het alleen voordelen? Heeft het Nederlands er bijvoorbeeld niet onder te lijden? Er wordt al jaren over gespeculeerd, maar onlangs werd er eindelijk onderzoek naar gedaan.

“Please, take your books and go to page 114.” Als op een tweetalige school geschiedenis of aardrijkskunde wordt gegeven zijn instructies als deze aan de orde van de dag. Alle vakken worden daar in het Engels gegeven (of soms ook in het Duits), behalve het talenonderwijs zelf. In Nederland zijn er momenteel 101 tweetalige vwo’s en 25 tweetalige havo’s, en het aantal groeit nog altijd.

Flickr.com

Volgens het Europees Platform, dat zich inzet voor meertaligheid, leren scholieren in het tweetalig onderwijs de vreemde taal “snel en goed”, en stoomt het leerlingen beter klaar voor de globaliserende maatschappij. Maar er klinken ook wel minder positieve geluiden. Zo vrezen sommigen dat het Nederlands van de leerlingen door die vreemde talen in de verdrukking komt. Ook docenten uit het tweetalig onderwijs zelf zeggen af en toe de indruk te hebben dat het Nederlands beïnvloed wordt door het Engels. Leerlingen blijken in de praktijk dingen te zeggen waarin die taal heel erg doorklinkt, zoals “Wij misbegrijpen elkaar.” Of – een voorbeeld uit de eigen praktijk – ze spreken de voornaam van personage Fake Ploeg uit De aanslag van Harry Mulisch uit als ‘feek’ (zoals het Engelse woord voor ‘nep’).

Maar is die beïnvloeding incidenteel, of doet die zich stelselmatig voor? Cijfers waren tot nu toe niet beschikbaar, want veel onderzoek naar tweetalig onderwijs op de middelbare school is er nog niet gedaan. Tijd om daar verandering in te brengen dus.

Onderzoek

Het onderzoek vond plaats onder 65 leerlingen uit de vierde klassen van een school, de Wolfert van Borselen in Rotterdam, waar Engels de tweede taal is. Er werden 45 leerlingen gevolgd van de tweetalige vwo- en havo-afdeling en ook 25 van de reguliere opleiding. De vergelijking met die ‘reguliere’ leerlingen is nodig omdat alle zestienjarigen veel Engels horen en erdoor beïnvloed worden: ze luisteren allemaal naar Engelstalige muziek, kijken naar Engelstalige films en spelen Engelstalige computerspelletjes. De vraag is dus niet of het Nederlands van deze jongeren beïnvloed wordt door het Engels, maar of dat van de tweetalige leerlingen meer beïnvloed wordt dan dat van de jongeren die regulier, Nederlandstalig onderwijs krijgen. Een interessant extra aspect daarbij is dat de leerlingen op de tweetalige afdeling in het algemeen bepaald niet dommer zijn – integendeel: ze volgen veelal de tweetalige route als extra uitdaging. Hun taalvaardigheid zou dus eigenlijk eerder beter dan slechter moeten zijn dan die van andere leerlingen.

Alle leerlingen die meededen aan het onderzoek kregen een toets met negentig gevallen waarin het Engels mogelijk het Nederlands beïnvloedt.

Jan’s fiets

Allereerst hebben we gekeken naar spelling. De gecursiveerde woorden in een Nederlands zinnetje als ‘De langeafstandsloper heeft de brief over zijn hobby’s gefaxt’ zouden in het Engels geschreven worden als long distance runner (met spaties), hobbies (met een ie-meervoud) en faxed (let op de uitgang). Heeft die Engelse schrijfwijze invloed op de Nederlandse?

We lieten leerlingen voltooide deelwoorden vormen, zowel op basis van aan het Engels ontleende werkwoorden (zoals faxen) als op basis van nietbestaande woorden (flaken). Als het Engels inderdaad invloed zou hebben, zouden de scholieren niet alleen gefaxed schrijven, maar ook iets als geflaked in plaats van geflaakt. Verder vroegen we alle leerlingen naar samenstellingen, meervoudsvormen van woorden op -y en bezitsvormen, om te kijken of ze dingen zouden opschrijven als lange afstandloper, hobbies of Jan’s fiets (in plaats van Jans fiets).

Op al deze spellingonderdelen maakten de leerlingen uit het tweetalig onderwijs weliswaar iets meer fouten dan de reguliere leerlingen, maar het verschil is zo klein dat het op toeval zou kunnen berusten. Dit type fouten wordt in het Nederlands sowieso veel gemaakt. Correct Nederlands schrijven vergt hier beheersing van niet de meest voor de hand liggende spellingregels, en daarbij doet het er kennelijk niet zo veel toe of je tweetalig onderwijs volgt of niet.

Instinkwoorden

Op andere spellingonderdelen scoorden de tweetalige leerlingen wel minder goed, bijvoorbeeld bij hoofdletters en leestekens. Als we de leerlingen uit het tweetalig onderwijs vroegen data op te schrijven, deden ze dat volgens de Engelse conventie en niet volgens de Nederlandse: dus 26 Juli 1979 en niet 26 juli 1979. Ook verder doken vaker hoofdletters op. Dan schreven ze bijvoorbeeld Minister President in plaats van minister-president, waaruit blijkt dat ook de leestekens soms worden aangepast naar Engels model.

Verder vroegen we leerlingen zinnen met een Engelse woordvolgorde te beoordelen, zoals ‘In Holland je kunt veel tulpen zien.’ Die werden door leerlingen uit het tweetalig onderwijs vaker goedgekeurd dan door de overige scholieren.

Ten slotte lieten we leerlingen Engelse zinnetjes vertalen die ‘instinkwoorden’ bevatten, zoals map (‘kaart’, en dus niet ‘map’), global (‘wereldwijd’, niet ‘globaal’) en line (in de betekenis ‘regel’, niet ‘lijn’). Leerlingen uit het tweetalig onderwijs kiezen vaker voor de gemakkelijke weg en geven een te letterlijke vertaling. Huisgemaakte taart bijvoorbeeld als vertaling van homemade pie in plaats van zelfgebakken taart.

‘Juist een moment’

De conclusie is duidelijk: leerlingen in het tweetalig onderwijs maken in hun Nederlands meer fouten. Het lijkt er inderdaad op dat al dat Engels op een tweetalige school het Nederlands van de leerlingen negatief beinvloedt.

Hoe nu verder? Wat kan een school of leraar Nederlands doen om die invloed van het Engels uit het Nederlands te weren? Moeten docenten Nederlands op tweetalige scholen ten strijde trekken tegen zinnen als Dat is allemaal recht dan (‘That’s all right then’) en Juist een moment (‘Just a moment’)?

Het lijkt weinig zinvol. Uit ander onderzoek is bekend dat leerders van een moderne vreemde taal of tweede taal vaak een tijdlang zo veel van de nieuwe taal horen en leren dat de moedertaal wat achterop raakt. De spelling- en grammaticaregels van de nieuwe taal worden in die periode vaak verward met diezelfde regels uit de moedertaal. Als leerlingen langer met een taal bezig zijn, houdt die verwarring wel een keer op, en daarmee ook de fouten: ze kunnen de twee talen dan zo goed als foutloos naast elkaar gebruiken. Wij misbegrijpen elkaar is dus slechts een fase, waarna het vanzelf weer goed zal komen.

Tenminste, dat is de verwachting. Naar het langetermijneffect van tweetalig onderwijs op de moedertaal van de leerlingen is nog geen onderzoek gedaan. Misschien is het dus een goed idee om het Nederlands van dezelfde groepen leerlingen over een jaar of tien nog eens te vergelijken.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.