Je leest:

Wie praat het snelste Nederlands?

Wie praat het snelste Nederlands?

Auteurs: , en | 26 mei 2007

Praten mensen uit de Randstad sneller dan Limburgers? Klopt het cliché dat vrouwen radder van tong zijn dan mannen? En praten ouderen langzamer dan jongeren? Wetenschappers zochten het uit.

Over spreeksnelheid bestaan allerlei intuïties. Eén ervan is dat er een verband bestaat tussen iemands spreeksnelheid en zijn regionale herkomst. Maar is dat echt zo? We besloten de proef op de som te nemen, en daarbij ook te kijken of spreeksnelheid samenhangt met sekse en leeftijd. We onderzochten gesprekken van 160 leraren Nederlands, omdat uit sociolinguïstisch onderzoek is gebleken dat zij vaak als prototypische standaardtaalsprekers worden beschouwd.

De leerkrachten, van wie de helft uit Vlaanderen kwam en de helft uit Nederland, spraken minstens een kwartier in het Standaardnederlands over allerlei onderwerpen, variërend van literatuur tot reizen en kookexperimenten. Er namen evenveel mannen deel aan het onderzoek als vrouwen. De helft van de sprekers was jonger dan 40, de andere helft ouder dan 45.

De sprekers waren afkomstig uit acht regio’s: de Nederlandse proefpersonen zijn geboren en getogen in de Randstad, Zuid- Gelderland, Groningen/Drenthe of Nederlands-Limburg, de Vlaamse sprekers in Antwerpen/ Vlaams-Brabant, Oost- Vlaanderen, West-Vlaanderen of Belgisch-Limburg.

“Op een geven ment”

In “Hoe berekenen we iemands spreeksnelheid?” In Onze Taal van juli/augustus 1999 legde Erwin Marsi al uit dat daarvoor verschillende technieken bestaan. Spreektempo kan namelijk uitgedrukt worden in aantal woorden per seconde, in aantal klanken per seconde of in aantal lettergrepen per seconde. Het eerste is technisch het eenvoudigst, maar er is wel een probleem: in spontaan gesproken Nederlands komen zowel lange als korte woorden voor, en een lang woord neemt meer spreektijd in beslag dan een kort. Daar wilden we graag rekening mee houden bij de berekening van het spreektempo. We gingen dus op zoek naar een nauwkeuriger methode.

Wie klanken telt, kan onder andere rekening houden met de mate waarin er klanken ingevoegd of weggelaten worden. Zo wordt melk vaak uitgesproken als [melluk] en op een gegeven moment als [op een geven ment]. Wie het aantal klanken per seconde wil tellen, heeft teksten in fonetisch schrift nodig, waarin ieder teken voor één klank staat. In ons geval was klanken tellen echter onmogelijk. De uitingen van de 160 leraren, samen ruim 40 uur gesproken taal, waren namelijk uitgeschreven in gewone spelling. In het kader van ons onderzoek was het onhaalbaar om die enorme hoeveelheid gesproken taal om te zetten in fonetisch schrift.

Daarom kozen we voor de derde mogelijkheid: we telden hoeveel lettergrepen elke spreker per seconde produceerde. Het aantal lettergrepen werd geteld met behulp van een computerprogramma, dat uitgaat van het principe dat iedere klinker (inclusief lettercombinaties als eu en oe) voor één lettergreep staat. Een Nederlandse lettergreep bevat namelijk altijd precies één klinker(combinatie). De telling was gebaseerd op de uitgeschreven tekst.

Ons uitgangspunt was de (abstracte) woordvorm zoals die in het hoofd van spreker en luisteraar zit. We telden als het ware hoeveel lettergrepen de spreker bedoelde, niet hoeveel hij er daadwerkelijk uitsprak. De uitdrukking op een gegeven moment telde dus altijd zeven lettergrepen, ook als de spreker eigenlijk [op een geven ment] zei.

Natuurlijk lassen sprekers af en toe ook een pauze in, bijvoorbeeld als ze niet op een naam kunnen komen. De duur van zo’n stilte kun je meerekenen of niet. Voor dit artikel zijn de stiltes niet meegerekend.

Stereotypen

In buitenlandse studies bleek er soms wel, soms geen verband te zijn tussen spreektempo en de regionale herkomst van de sprekers. Naar spreeksnelheid in het Nederlands is nog nauwelijks onderzoek gedaan. Of het spreektempo in de diverse regio’s van het Nederlandse taalgebied verschilt, viel dan ook moeilijk te voorspellen.

De proefpersonen uit ons onderzoek bleken gemiddeld 4,63 lettergrepen per seconde te produceren. Dit gemiddelde verhult echter flinke regionale verschillen. Zo is er een opvallend verschil tussen Vlaanderen en Nederland. De Vlaamse leraren spraken namelijk beduidend trager dan de Nederlandse. Het gemiddeld aantal lettergrepen per seconde bedroeg in Vlaanderen 4,22 en in Nederland 5,05 – bijna een lettergreep per seconde meer dus.

In Nederland en Vlaanderen waren er flinke regionale verschillen. In Nederland wordt het snelst gesproken in de Randstad. De sprekers uit die regio produceerden gemiddeld 5,42 lettergrepen per seconde. In de rest van Nederland ligt het tempo een flink stuk lager. Daar bedroeg het aantal lettergrepen per seconde respectievelijk 4,96 (Groningen/Drenthe), 4,92 (Zuid-Gelderland) en 4,89 (Limburg). Ook in Vlaanderen wordt niet overal even snel gesproken. Het tempo lag het hoogst in Oost-Vlaanderen, met 4,43 lettergrepen per seconde. In de andere Vlaamse regio’s maten we snelheden van respectievelijk 4,25 (West-Vlaanderen), 4,15 (Antwerpen/Brabant) en 4,14 (Limburg) lettergrepen per seconde.

Meteen zien we ook dat enkele stereotypen door cijfers gestaafd worden: de Randstedelingen spreken inderdaad opvallend snel en de Limburgers praten het traagst. Spreeksnelheid is dus inderdaad streekgebonden.

Verder onderzochten we zoals gezegd ook de invloed van sekse en leeftijd. Omdat bestaande studies naar spreeksnelheid soms wel, soms niet een verschil laten zien tussen de spreeksnelheid van mannen en die van vrouwen en tussen die van ouderen en die van jongeren, viel het moeilijk te voorspellen welke tendens we voor het Standaardnederlands zouden vinden. Wie verwacht dat vrouwen het snelst spreken, zal zijn mening moeten herzien: de mannen uitten gemiddeld 4,79 lettergrepen per seconde, tegenover 4,50 lettergrepen bij de vrouwen.

Ook bleek spreeksnelheid afhankelijk van leeftijd: de jongere generatie sprak sneller dan de oudere (4,78 tegenover 4,52 lettergrepen per seconde). Deze tendensen vonden we zowel in Vlaanderen als in Nederland.

Levensritme

Hoe kunnen we de verschillen in spreektempo verklaren? Laten we beginnen met de geografische verschillen. De Engelse taalkundige J.C. Wells suggereert dat spreeksnelheid samenhangt met “levensritme”. In een stad die gonst van de bedrijvigheid zou sneller gesproken worden dan in een bescheiden dorpje. Onze resultaten kunnen echter niet op deze manier verklaard worden. De op een na snelste Vlaamse sprekers komen immers uit West-Vlaanderen, dat toch niet bepaald bekendstaat als een zwaar verstedelijkte zone.

Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat snelle sprekers de standaardtaal beter beheersen en minder vertrouwd zijn met dialect. Op het eerste gezicht lijkt deze verklaring plausibel. In het ‘trage’ Vlaanderen staan de dialecten nog sterker dan in het ‘snelle’ Nederland, en in Nederland ligt het spreektempo het laagst in Limburg, een provincie die bekend staat om haar sterke dialecttraditie. Toch moeten we ook deze tweede verklaring nuanceren. In Vlaanderen wordt immers juist erg snel gesproken in de provincie met de grootste dialecttraditie, namelijk in West-Vlaanderen.

Wat is dan de meest waarschijnlijke verklaring voor het verschil in spreeksnelheid? Het zou best weleens zo kunnen zijn dat sprekers bepaalde kenmerken van hun dialect of regiolect overnemen in de standaardtaal. Neem nu de Groningers. Die spreken nemen veelal uit als [nem’n], waarbij de slotklinker is weggelaten, maar de slot- n duidelijk klinkt. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat zij eind- _n_’en ‘meenemen’ als zij standaardtaal spreken, en net zoals in het Standaardnederlands van een Limburger vaak nog de zangerige dialectintonatie doorklinkt, zo neemt de standaardtaalspreker vermoedelijk ook die kenmerken van zijn streektaal over die zijn spreektempo beïnvloeden.

De spreeksnelheid zou dan gewoon ‘eigen’ zijn aan een bepaald gebied: kinderen groeien op in een bepaalde regio, vinden het spreektempo van hun omgeving heel normaal, nemen het zelf over en geven het later ook weer door aan de volgende generatie.

Voorlopig kunnen we onze verklaring echter niet toetsen. Daarvoor zouden we namelijk eerst de spreeksnelheid van de desbetreffende dialecten moeten berekenen. Verder kunnen we ons ook afvragen wat er gebeurt als iemand verhuist naar een andere streek. Heeft dat invloed op iemands spreeksnelheid of niet?

Professionals

En hoe zit het dan met de verschillen die samenhangen met leeftijd en sekse? Voor het verschil tussen ouderen en jongeren biedt de vakliteratuur een geloofwaardige verklaring: oudere sprekers zouden een minder efficiënte neurologische controle hebben over hun spraakorganen, waardoor ze trager gaan spreken.

Het verschil tussen mannen en vrouwen is daarentegen erg moeilijk te verklaren. De vakliteratuur laat ons hier in de steek. Wel stellen we vast dat onze resultaten aansluiten bij een algemene tendens: als in andere onderzoeken de spreeksnelheid van mannen en vrouwen verschilt, blijken ook daar de vrouwen iets trager te spreken dan de mannen.

Ten slotte: onze sprekers waren leraren Nederlands. In hoeverre heeft dat invloed gehad op onze resultaten? Uit onderzoek van onder anderen de Franse taalkundige A. Malécot, uit 1972, is gebleken dat leraren gemiddeld trager praten dan studenten en ‘professionals’ (artsen, architecten, artiesten, ingenieurs, etc).

Dat het spreektempo van leraren lager ligt, komt waarschijnlijk doordat zij gewend zijn om voor groepen te spreken. Om goed verstaanbaar te zijn voor hun leerlingen, praten ze blijkbaar (bewust of onbewust) iets trager dan andere taalgebruikers. Als we ons onderzoek opnieuw zouden uitvoeren, maar dan bij andere beroepsgroepen, zou het gemiddelde spreektempo dus iets hoger kunnen liggen.

De opnamen van de 160 leraren werden gemaakt in 1999. Dit gebeurde in het kader van een grootschalig onderzoek naar uitspraakvariatie in het Standaardnederlands, een samenwerkingsproject tussen de Universiteit Antwerpen en de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.