Je leest:

Wetenschapscommunicatie: educatie, entertainment en emotie

Wetenschapscommunicatie: educatie, entertainment en emotie

Auteur: | 2 januari 2007

Biotechnologen houden zich te weinig bezig met wetenschapscommunicatie. Ze denken niet na over de impact die hun onderzoek kan hebben op de maatschappij. Dit concludeert biotechnologe Patricia Osseweijer. Zij adviseert om biotechnologisch onderzoek met behulp van entertainment, emotie en educatie aan het publiek te communiceren. 31 oktober 2006 promoveerde zij aan de Vrije Universiteit Amsterdam op haar proefschrift Over Biotech Gesproken – 15 jaar van opbouwend actieonderzoek in de institutionalisering van de betrokkenheid van wetenschappers in publieke communicatie.

Communiceren moet

Osseweijer is van mening dat universitair onderzoekers naar buiten moeten communiceren omdat wetenschap door de overheid gefinancierd wordt en omdat wetenschap belangrijk is voor onze toekomst. Wetenschapscommunicatie kan volgens Osseweijer ook belangrijk zijn om negatieve publiciteit over bijvoorbeeld biotechnologie tegen te gaan: “Als een wetenschapper niet communiceert, wordt dat gat vaak opgevuld door organisaties die ontevreden zijn over wetenschappelijke toepassingen of die daar zelfs absoluut op tegen zijn.” Negatieve publiciteit kan invloed hebben op de publieke opinie. Als de publieke opinie negatief is over een biotechnologische toepassing, kan de politiek besluiten om hier minder geld voor beschikbaar te stellen. In het verleden heeft publieke weerstand tegen deze toepassingen al eens geleid tot dalingen in het budget voor onderzoek. Osseweijer meent dat dit geholpen heeft om biotechnologen bewust te maken van het belang om met het publiek te communiceren. Communicatie moet echter geen pr-stunt worden: “Wetenschap moet je niet zien als een product dat je wil verkopen aan het publiek”, aldus Osseweijer.

In haar promotieonderzoek onderzocht Osseweijer hoe het tegenwoordig gesteld is met de ‘communicatieskills’ van biotechnologen. Bovendien ontwikkelde ze een model dat biotechnologen kan helpen om te communiceren met een grote groep mensen die nu niet bereikt wordt.

Het natuurhistorisch museum Naturalis heeft een permanente tentoonstelling over biotechnologie.

Communicatieskills van biotechnologen

Uit het onderzoek van Osseweijer blijkt dat biotechnologen wel aan wetenschapscommunicatie doen, maar vaak achteraf. Als de toepassing er al is of erger: als de negatieve publiciteit er al is. Bovendien is communicatie over onderzoeksresultaten niet de regel, maar gebeurt dit alleen bij uitzondering als iemand toevallig het initiatief hiertoe neemt of als een organisatie hier geld voor ter beschikking stelt. De communicatie over biotechnologie is ongestructureerd en ongecoördineerd, concludeert Osseweijer.

Biotechnologen denken vaak dat het halen van de krant genoeg is. Volgens Osseweijer is wetenschapscommunicatie echter meer dan de krant halen. Met een stuk in de krant wordt namelijk nog niet de meerderheid van de burgers bereikt. Velen lezen geen krant en als ze dat wel doen, slaan ze ingewikkelde stukken over biotechnologie vaak over. Uit democratisch oogpunt is het wel belangrijk dat zoveel mogelijk mensen geïnformeerd worden over biotechnologie, zodat ze hierover hun mening kunnen vormen.

Biotechnologische toepassingen kunnen een grote impact hebben op de maatschappij, denk maar aan genetische modificatie van voedsel. Uit Osseweijers onderzoek blijkt dat “veel biotechnologen niet echt nadenken over de impact van hun onderzoek op de maatschappij.” Ze ontwikkelen technologieën, maar hebben geen duidelijke ideeën over de concrete toepassingen daarvan. Als biotechnologen zonder die duidelijke ideeën gaan communiceren “krijg je heel ongelukkige communicatie.”

Het Drie-E-Model

Als biotechnologen over hun onderzoek communiceren, doen ze dit vaak met dikke rapporten voor de overheid of in een moeilijk stuk in de wetenschapsbijlage van een kwaliteitskrant. Het grootste deel van de bevolking wordt hiermee echter niet bereikt. “En die mensen bepalen wel welke partij in de regering zit en daarmee hoeveel onderzoeksgeld waarheen gaat”, aldus Osseweijer. Hoe kan deze groep mensen wel bereikt worden? Osseweijer introduceert hiervoor het Drie-E-Model.

De drie E’s in het Drie-E-Model staan voor entertainment, emotie en educatie. Educatie is het doel van de wetenschapscommunicatie: mensen leren welke invloed biotechnologische toepassingen hebben op de maatschappij. Deze educatie kan bereikt worden door gebruik te maken van entertainment en emotie. Door iets op een amuserende manier te brengen, kan de aandacht van mensen getrokken worden. Als de boodschap dan ook nog met emotie gebracht wordt, gaan mensen zich identificeren met de situatie. Als er bijvoorbeeld met emotie gecommuniceerd wordt over een geneesmiddel dat door middel van biotechnologie gemaakt kan worden, kan dit de reactie oproepen “Hé dat betekent iets voor mij! Mijn kind kan die ziekte krijgen.” Bij zo’n reactie identificeert iemand zich met de situatie via emoties. “De educatie gaat daarna vanzelf,” aldus Osseweijer. Want als iemand aandacht heeft voor een boodschap door de entertainment en zich identificeert met de boodschap door de emotie, heeft diegene automatisch ook iets geleerd.

Het Imagineproject

Een goed voorbeeld van het Drie-E-Model is het Imagineproject, dat Osseweijer in 2004 opzette. Als Osseweijer hierover verteld, zijn de drie E’s meteen zichtbaar. Ze begint te stralen (emotie), verteld hoe leuk het is (entertainment) en leert me wat Imagine precies inhoudt (educatie).

‘Imagine…’ is een scholierencompetitie, waarbij biotechnologen en scholieren samenwerken aan nuttige en betaalbare toepassingen van biotechnologie voor ontwikkelingslanden. Het is een jaarlijks terugkerende wedstrijd waarbij middelbare scholieren een voorstel van een biotechnoloog uitwerken in hun profielwerkstuk. In de voorstellen waaruit scholieren kunnen kiezen, wordt gebruik gemaakt van biotechnologie om de bevolking van een ontwikkelingsland te helpen. Het maken van brandstof voor auto’s met behulp van algen bijvoorbeeld.

De winnaressen van Imagine 2004-2005 zijn in november van 2006 naar Kenia gegaan om de uitvoering van hun project te bekijken. Een boer wint daar met behulp van biotechnologie olie uit overrijpe avocado’s. De avocado’s worden voor een eerlijke prijs van lokale boeren gekocht en daar wordt gezonde en milieuvriendelijke olie van gemaakt.

Voorkant van het winnende verslag Avocado-olie.

Wetenschapscommunicatie is hip

Wat moet er volgens Osseweijer gedaan worden met de resultaten van haar promotie? “Wetenschapscommunicatie moet als taak gezien en erkend worden binnen de universiteit. Het moet net zo belangrijk zijn als onderzoek en onderwijs. Je moet professionals hebben die je daarbij helpen. En je moet wetenschappers belonen voor communicatieactiviteiten en ze op hun communicatieve vaardigheden selecteren voordat je ze de universiteit binnenhaalt.”

Als het aan Patricia Osseweijer ligt, hebben we dus over een poosje op elke afdeling biotechnologie wel een paar mensen rondlopen die precies weten hoe ze naar de maatschappij moeten communiceren. Bovendien worden er dan meer projecten als Imagine opgezet, die met entertainment, emotie en educatie de grote massa moeten bereiken. Osseweijer heeft er vertrouwen in dat dat in de toekomst ook gaat gebeuren. Het is volgens haar tegenwoordig namelijk “hip en belangrijk en een trend om meer aandacht aan wetenschapscommunicatie te besteden.”

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.