Je leest:

Wetenschappers op zoek naar de oorsprong van het Sars-virus, -vaccin en antivirale middelen

Wetenschappers op zoek naar de oorsprong van het Sars-virus, -vaccin en antivirale middelen

“SARS is een goede vingeroefening voor de wereldwijde epidemieën die nog gaan komen. We weten niet welk virus dat zal zijn, maar iedereen zit te wachten op een nieuwe grieppandemie.” Larry Anderson van de Centers for Disease Control and Prevention (Atlanta, USA) is behoorlijk tevreden over het verloop van die vingeroefening. De Amerikaan sprak zaterdag in Egmond aan Zee op het 9e international congres over Nido-virussen, georganiseerd door dr. Eric Snijder en prof.dr. Willy Spaan van het Leids Universitair Medisch Centrum.

De coronavirussen, waartoe het Sars-virus behoort, is lid van de orde van Nido-virussen en specialisten troffen elkaar in de marge van het congres om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Anderson, een van de ontdekkers van het Sars-virus, meent dat de internationale gemeenschap snel heeft gereageerd op de eerste signalen van de uitbraak van een onbekende infectieziekte – Severe Acute Respiratory Syndrome genoemd. Hoewel er wereldwijd ruim 8000 mensen mee in ziekenhuizen terecht zijn gekomen en Sars al 725 levens heeft gekost, lijkt de ziekte beheersbaar. In Vietnam, Hongkong, Singapore en Thailand is de ziekte onder controle. In China en Canada gaat het ook de goede kant op. In Taiwan is een aantal vroege Sars-slachtoffers niet herkend, waardoor er nu een uitbraak is.

Dodelijker dan griep

Er zijn enkele redenen te bedenken waarom Sars geen pandemie is geworden zoals de Spaanse griep na de eerste wereldoorlog. Het coronavirus is veel minder besmettelijk dan het griepvirus. Bovendien verspreiden mensen het virus pas als ze relatief ziek zijn, na ruim een week. Aan de andere kant is het virus wel dodelijker dan influenza. De geschatte mortaliteit daarvan lag rond de vier procent, in sommige streken in Azië sterft vijftien tot twintig procent van de Sars-patiënten.

De veroorzaker van Sars is een coronavirus, zo waren alle deskundigen op de Nido-conferentie met elkaar eens. Analyse van patiënten en onderzoek in apen toont aan dat een infectie met alleen het coronavirus voldoende is voor het ontwikkelen van Sars. Ook al kunnen bijkomende infecties, zoals met het metapneumo- en hepatitis B-virus, het beloop ervan verergeren.

Nieuwe klasse van virussen?

Onderzoekers van de universiteit van Lübeck en het LUMC presenteerden gegevens waaruit blijkt dat het virus waarschijnlijk niet een geheel nieuwe klasse van coronavirussen is, maar sterk verwant is met de coronavirussen uit groep 2. Hiertoe behoren de bekende coronavirussen die bij mensen, runderen en muizen luchtweg- en darminfecties veroorzaken.

Civetkat

Dat het virus uit de ruimte zou komen, zoals sommigen beweren, werd algemeen als zeer onwaarschijnlijk afgedaan. Analyse van patiëntenmateriaal en van virussen die zijn geïsoleerd uit dieren op een markt in Guandong, wijzen op een direct verband tussen het menselijke Sars-virus en coronavirussen die werden aangetroffen in civetkatten en een racoonhond. “We hebben sterke aanwijzingen dat het virus, waarschijnlijk op de markten waar civetkatten worden verkocht, is overgegaan van de dieren naar mensen”, zeggen Malik Peiris en Leon Poon, onderzoekers van het eerste uur in het Queen Mary Hospital in Hongkong. “De virussen lijken heel sterk op elkaar.”

Overigens wijst de analyse van het virusmateriaal uit diverse patiënten verspreid over de wereld erop dat de meeste besmettingen zijn terug te voeren op één enkele patiënt in Guangdong. Daarnaast moeten er nog een paar andere besmettingsbronnen geweest zijn.

Besmettingsrouten

De meest voor de hand liggende besmettingsroute voor het Sars-virus is via druppeltjes in de lucht (aanhoesten). Onderzoek bij een beperkt aantal patiënten en bij apen wijst erop dat er een piek voor deze respiratoire verspreiding is rond dag tien na besmetting. Na een week is het virus ook te vinden in de feces en veertien dagen na besmetting kan de ontlasting de belangrijkste besmettingsbron vormen. Dat patiënten pas in een relatief laat stadium van hun ziekte het virus verspreiden en dat Sars geen milde ziekte is, is een geluk bij een ongeluk. Ander zou het virus zich wellicht veel sneller hebben verspreid.

Virussen in bloed

Virussen zijn vooral te vinden in de longen, maar ook wel in bloed en specifieke organen als de darmen en de nieren. Onduidelijk is of het voorkomen van de virussen in bloedcellen en bloedplasma een uitzondering is die samenhangt met specifieke patiëntenkenmerken of dat dit een algemeen verschijnsel is. In het laatste geval heeft dat consequenties voor het omgaan met (donor)bloed van mogelijke Sars-patiënten.

Immunologie

Er zijn diverse tests om te kunnen bepalen of iemand besmet is met het Sars-virus, maar de eiwitten van het virus in de geïnfecteerde cellen in de longen zijn moeilijker aan te tonen. Na verloop van tijd ontwikkelen de Sars-patiënten antistoffen die in het diagnostisch laboratorium aangetoond kunnen worden, maar op dat gebied valt er nog veel te verbeteren voordat zo’n test breed toepasbaar is. Sars leidt tot grote veranderingen in de immunologie van patiënten. Er zijn bijvoorbeeld vaak macrofaag-infiltratie en verandering van het patroon aan cytokines – zoals alpha- en gamma-interferon Of dit ook bijdraagt aan de ernst van de ziekte is nog onduidelijk. Bij sommige patiënten is het falen van de organen direct gerelateerd aan hoge productie van cytokinen.

Medicijnen tegen Sars

Verschillende congresgangers zoeken naar mogelijke medicijnen die het Sars-virus onder de duim houden. Hoe het virus bindt aan lichaamscellen lijkt zeer sterk op hoe andere coronavirussen dat doen. Wellicht dat blokkade van die aanhechting soulaas biedt. Een andere benadering is het remmen van het protease, waarmee de vermenigvuldiging van het virus zou kunnen worden vertraagd. Onduidelijk is of strategieën om de infectie met het Sars-virus te controleren ook de ziekte zullen stoppen. Vaak moet men daarvoor al vroeg in het ziekteproces ingrijpen en daarom is het heel dat Sars-patiënten zeer snel worden opgespoord, wat natuurlijk ook van belang is voor het inperken van de epidemie.

Vaccins

Voor het ontwikkelen van vaccins bieden de ‘spike-eiwitten’ op het oppervlak van de coronavirussen aanknopingspunten. Daaraan kleeft het risico dat vaccinatie leidt tot een ongewenste en levensgevaarlijke overreactie van het immuunsysteem. Experimenten uit het verleden met katten laten zien dat deze route zowel potentie als gevaren heeft. Het lijkt een illusie dat er op korte termijn een vaccin tegen Sars op de markt komt, ook al is – in een hechte coöperatie tussen onderzoekers – alle wetenschappelijk informatie over het virus vrij beschikbaar.

Geen veilige virussen

“Wat we van Sars leren”, zegt Malik Peiris, van origine influenza-onderzoeker, maar nu tot over z’n oren in Sars, “is dat er geen veilige virussen zijn. Dat er altijd een virus, bekend of volslagen onbekend, is dat opeens een bedreiging voor de mens vormt. De coronavirussen bijvoorbeeld, waren niet interessant omdat ze vooral verkoudheid veroorzaakten. De enige manier om je tegen nieuwe uitbraken te wapenen, is goed in de gaten houden wat er in het dieren- en mensenrijk gebeurt aan infecties. Voor elke groep van virussen zul je dan geneesmiddelen klaar moeten hebben liggen.”

Dit artikel is een publicatie van Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
© Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 juni 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.