Je leest:

Wetenschap: de regels van het spel

Wetenschap: de regels van het spel

Auteur: | 23 maart 2007

Je kunt het aan de stok krijgen met een gevierde vakbroeder die zijn reputatie in de strijd gooit, of ten ondergaan in het gevecht om fondsen. Wetenschap is meer dan het rijtje ‘hypothese, materiaal en methoden, resultaten en conclusies’. Over bijna onvindbaar onderzoeksmateriaal en wantrouwige opdrachtgevers, maar ook over een spannende en nuttige wedstrijd.

Met resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden we doodgegooid. Soms vangen we daarnaast een glimp op van hoe een wetenschapper tot die resultaten is gekomen, maar eigenlijk heb je zelfs als afgestudeerde ‘wetenschapsconsument’ geen idee van wat er komt kijken bij het beoefenen van wetenschap. Vier onderzoekers uit de alfa-, bèta- en gammahoek bieden een kijkje in hun keuken.

Historicus dr. Hans de Waardt onderzoekt geschriften van de zestiende-eeuwse arts Johan Wier, onder andere over de goocheltrucs van demonen. In herdrukken van zijn boeken veranderden de teksten, maar aan die wijzigingen was op het eerste gezicht geen touw vast te knopen. “Om uit te zoeken wat ze betekenen, wilde ik meer over Wier te weten komen. Maar bruikbare archiefstukken vallen niet spontaan van een plank in je armen. Ik wist dat hij in Parijs had gestudeerd, daarna als geneesheer in Grave en Arnhem werkte en in 1550 lijfarts werd van de hertog van Kleef. Het zoeken naar overgebleven materiaal in bibliotheken en archieven op die plekken is heel veel werk.”

Klik op de afbeelding voor een grotere versie Illustratie: Magda Rinkema

Zoek het dispuut op

De Waardt ontdekte onbekende brieven van Johan Wier, waaruit blijkt dat hij hoorde tot een groep verboden vrijzinnige denkers. De Waardt: “Die context maakt dat je de herdrukken van zijn werk heel anders moet interpreteren: ze bevatten gecodeerde boodschappen.” Dat resultaten gebaseerd zijn op interpretatie is niets voor bèta’s, denkt De Waardt. Toch klopt dat niet helemaal, ondervond chemicus dr. Matthias Bickelhaupt. Hij wierp in 2006 een standaardmodel uit de jaren zeventig omver, dat beschrijft hoe atomen en moleculen zijn gerangschikt: het Atoom-in-Molecuulmodel van de Canadees Richard Bader. Niet mis, want Baders model is gemeengoed – duizenden publicaties leunen erop – en Bader heeft een goede reputatie. Bickelhaupt haalde dus nogal wat overhoop, en dat ging niet zonder slag of stoot. Bickelhaupt: "Volgens Bader interpreteerden we onze gegevens niet goed, hij betichtte ons zelfs van een onwetenschappelijke aanpak.

Het uitvechten van deze wetenschappelijke strijd heeft veel tijd en energie gekost, die ik liever had gestoken in verder onderzoek. Toch is het een goede investering geweest. Zulke disputen, gevoerd in een internationaal tijdschrift, zijn onlosmakelijk verbonden met het wetenschappelijk bedrijf en bevorderen volgens mij de waarheidsvinding, omdat iedereen kan meedenken en reageren."

Specialiseren moet

De reputatie van de wetenschapper wiens model Bickelhaupt overhoop haalde, heeft de zaak zeker ingewikkelder gemaakt. Als je in de wetenschap eenmaal een goede reputatie hebt, wordt er naar je geluisterd. Reputatie krijgen is vooral een kwestie van specialiseren. Hans de Waardt is gespecialiseerd in de zestiende eeuw, en dan vooral in de geschiedenis van het geloof in hekserij. Ook Bickelhaupt houdt zich specifiek bezig met theoretische chemie en niet experimentele. “Het is wel belangrijk ontwikkelingen in aangrenzende subdisciplines te volgen, maar je eigen werk moet binnen bepaalde grenzen blijven. Anders begeef je je op glad ijs.”

Dat vindt ook hoogleraar Bert Klandermans, decaan van de Faculteit der Sociale Wetenschappen. “In mijn vakgebied ben je na een paar jaar onderzoek internationaal expert. Dan word je gevraagd als reviewer voor wetenschappelijke tijdschriften en voor commissies. Als iemand daarna publiekelijk roept dat jouw onderzoek niet klopt, moet hij sterke argumenten hebben, want jij bent gevestigd. Het lastige is dat bij sociale wetenschappen veel mensen er verstand van denken te hebben.”

Klandermans verwijst hiermee naar het verwijt dat sociologen open-deuronderzoek doen, en dat verwijt vermoeit hem. “Ik deed ooit onderzoek voor de vakbonden; wat er ook uit mijn analyse kwam, de opdrachtgever ‘wist dat al lang’. Ik heb toen eens vooraf aan vakbondsbestuurders gevraagd op het enquêteformulier in te vullen hoe zij dachten dat de leden zouden antwoorden. Ze zaten er faliekant naast. Het punt is: open deuren zijn er genoeg, zeker over kwesties die we zelf meebeleven zoals politiek en integratie. Wat uiteindelijk klopt, vertelt sociaal wetenschappelijk onderzoek.”

Met het open-deur-verwijt hebben bèta’s weinig te maken. Toch hebben ook zij problemen in de publieke arena. “Alles moet tegenwoordig in de context van grote programma’s met bij voorkeur direct maatschappelijke toepassingen”, verzucht atoom- en laserfysicus dr. Wim Vassen. “Voorheen begrepen vooral leken niet dat fundamenteel onderzoek waardevol en op de lange termijn nuttig is. Nu missen ook bestuurders dat inzicht, en zij bepalen of het onderzoek steun krijgt.” Behorend tot een wereldwijd, maar klein clubje specialisten heeft Vassen last van de beleidsmodus dat wetenschapsprojecten tot een groter geheel moeten behoren.

Bruno Latour probeert in Wetenschap in actie de zwarte doos van de wetenschap te openen.

Ga de strijd aan

Vassen heeft van nabij een leerzame wetenschappelijke race meegemaakt die in 1925 startte en in 1995 werd beslist. In 1925 voorspelden Einstein en Bose dat een bepaald soort atomen zich bij -273 oC (het absolute nulpunt) gedragen als één groot superatoom.

Wereldwijd gingen natuurkundigen aan de slag om deze ‘Bose-Einstein-condensatie’ in de praktijk te brengen. Het absolute nulpunt benaderen was bijvoorbeeld nogal een kluif, en zo waren er meer hobbels te nemen. "Al strijdend om de eer de eerste Bose-Einstein-condensatie tot stand te brengen, ontdekten fysici steeds meer over hoe atomen zich bij superlage temperaturen gedragen. In 1995 werd de strijd beslecht door de Amerikanen Cornell en Wieman, wat hen een Nobelprijs opleverde.

Zo’n strijd is een prachtige manier om kennis op te doen, aldus Vassen. “Door die race en wat daaruit voortkwam, heeft de natuurkunde grote stappen gemaakt. De vruchten plukken we nog steeds. Nog wel.” Zo slaagde Vassen’s groep er in 2005 als eerste in Helium-3 gas tot een miljoenste graad van het absolute nulpunt af te koelen. “Maar de fondsen voor dit type fundamenteel onderzoek drogen in Nederland op. Onderzoek moet steeds meer binnen maatschappelijk relevante thema’s als ‘energie’ of ‘gezondheid’ vallen om in aanmerking te komen voor financiering.”

Niet elk wetenschappelijk onderzoek levert direct tastbaar resultaat op. Een groot gedeelte van het wetenschappelijk werk is niet direct maatschappelijk relevant, maar daardoor niet minder noodzakelijk.

Vertrouw op het systeem

Wat hebben de ervaringen van de vier beschreven wetenschappers gedaan met hun beeld van ‘de wetenschap’? Bickelhaupt zegt na zijn polemische ervaring: “Het wetenschappelijk systeem werkt, maar het duurt veel langer dan ik dacht voordat onjuistheden aan het licht komen. Toch vindt vroeg of laat correctie plaats. En hoe belangrijker het issue, hoe eerder dit gebeurt. Uiteindelijk heeft deze ervaring mijn vertrouwen in het wetenschappelijk systeem juist versterkt.” Vassen valt het vooral op dat het netwerken en fondswerven steeds meer tijd kost, maar samenwerken en goed netwerken helpt, vooral met buitenlandse collega’s. Decaan Klandermans ziet bij zijn promovendi hoe hun beeld van wetenschap verandert.

“Wetenschap is een compromis tussen het ideale onderzoek en het onderzoek dat mogelijk is; dat staat niet in leerboeken. De maatschappij, groepen mensen en de dingen die daarin voorkomen, voldoen niet aan ideale onderzoeks-omstandigheden. Dat je soms je onderzoek moet aanpassen, is voor sommigen moeilijk te accepteren.” Historicus Hans de Waardt herkent dat bij studenten, en bij zichzelf. “Vroeg of laat komen alle goede onderzoekers in een existentiële crisis: wat ben ik eigenlijk aan het doen en waarom? Daar kom je doorheen. Zie ik het bij een student, dan geef ik het advies: spring niet uit het raam, maar formuleer een nieuwe onderzoeksvraag.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.