Je leest:

Werk helpt probleemjongere op het rechte pad

Werk helpt probleemjongere op het rechte pad

Auteur: | 6 september 2011

Hoe gaat het met probleemjongeren als ze volwassen worden? Plegen ze delicten als ze volwassen zijn? Lukt het deze jongeren om, net als de meeste jongeren, een baan te vinden? En zou werk ervoor kunnen zorgen dat probleemjongeren op het rechte pad komen en geen criminaliteit plegen? Onderzoekers van de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) gingen op zoek naar het antwoord op deze vragen.

Volwassen worden

Wanneer jongeren volwassen worden kunnen er allerlei belangrijke veranderingen in hun leven optreden. Veel jongvolwassen krijgen bijvoorbeeld hun eerste serieuze relatie of hun eerste vaste baan. Bij de meeste jongeren verloopt deze overgang naar de volwassenheid zonder problemen.

Bij probleemjongeren echter, verloopt de overgang naar volwassenheid vaak minder soepel. Zo kan het zijn dat ze niet aan een baan kunnen komen vanwege hun problematische achtergrond, gebrek aan opleiding of vanwege een strafblad.

Dit is jammer, want juist een vaste baan kan ervoor zorgen dat mensen die in hun tienerjaren delicten hebben gepleegd, stoppen met hun criminele activiteiten. Tenminste, daar gaan criminologen die zich bezighouden met de levensloop van criminelen, van uit. Maar of het ook echt zo werkt, was nog onduidelijk.

Er zijn al wel eerder onderzoeken uitgevoerd om de rol van werk in het leven van criminelen in kaart te brengen. Maar uit deze eerdere onderzoeken wordt nog niet duidelijk of werk criminaliteit nou echt vermindert. Ze keken bovendien bijna altijd alleen naar mannen; over vrouwen is dus weinig bekend. Daarnaast is het meestal Amerikaans onderzoek, en is er dus nog weinig bekend over de Nederlandse situatie. Vandaar dat we de relatie tussen werk en criminaliteit, voor zowel Nederlandse mannen als vrouwen, onder de loep wilden nemen.

Voor probleemjongeren is het moeilijker om een vaste baan te vinden.
lauritadianita

Wat hebben we onderzocht?

We hebben de (criminele) carrières van 540 probleemjongeren onderzocht: 270 jongens en 270 meisjes. Probleemjongeren noemen we in de criminologie ook wel ‘hoogrisico’ jongeren. Dit zijn jongeren met een problematische achtergrond, zoals een vervelende thuissituatie, slechte schoolprestaties, gedragsproblemen en delinquent gedrag. We verwachten dat deze jongeren ook als ze volwassen zijn een hoger risico lopen om zich schuldig te maken aan criminaliteit.

Deze 540 hoogrisico jongeren zijn inmiddels volwassen: we hebben ze kunnen volgen van hun 18e tot 32e jaar. Over deze periode hebben we allerlei gegevens. Zo weten we wanneer deze mensen veroordeeld zijn, en voor welk delict. Ook weten we precies de start- en einddatum van een dienstverband. Met deze informatie kan onderzocht worden of mensen minder delicten plegen als ze werk hebben.

Hoe gaat het met probleemjongeren als ze volwassen zijn?

Ondanks hun problematische achtergrond gaat het met een deel van deze mannen en vrouwen best goed als ze volwassen zijn: ze plegen geen delicten meer en ze hebben werk gevonden. Maar dit geldt niet voor iedereen.

Ongeveer 75% van de mannen en ruim 40% van de vrouwen wordt tussen 18 en 32 jaar minstens één keer veroordeeld voor een delict. Er zijn wel grote verschillen: sommige mensen worden maar één keer veroordeeld, andere wel 80 keer. Mannen plegen gemiddeld meer delicten dan vrouwen.

In grafiek 1 zie je hoeveel procent van de mannen en vrouwen uit de onderzoeksgroep per leeftijdsjaar veroordeeld wordt voor een delict. Te zien is dat op elke leeftijd meer mannen dan vrouwen worden veroordeeld. Ook zie je dat mensen minder vaak veroordeeld worden als ze ouder worden.

Grafiek 1. Percentage mannen en vrouwen dat per leeftijdsjaar veroordeeld wordt.

Minder vaak aan het werk

De meeste mannen en vrouwen vinden minstens één keer werk als ze volwassen zijn. Toch is 20 procent van de mannen en bijna 30 procent van de vrouwen in de periode tussen 18 en 32 jaar werkloos. De mannen en vrouwen die wel werken, hebben vaak maar kortdurende banen.

In grafiek 2 staat hoeveel procent van de mannen en vrouwen per leeftijdsjaar werk heeft. Opvallend is dat tussen 18 en 22 jaar meer vrouwen dan mannen werken. Op 30-jarige leeftijd werkt 50% van de hoogrisico mannen en 40% van de hoogrisico vrouwen. De arbeidsparticipatie van deze mensen is aanzienlijk lager dan in de gemiddelde Nederlandse bevolking.

Grafiek 2. Percentage mannen en vrouwen dat per leeftijdsjaar werkt.

Werk leidt tot minder criminaliteit

Vervolgens hebben we onderzocht wat het effect is van werk op criminaliteit. Allereerst hebben we gekeken of alleen het feit dat iemand een baan heeft, leidt tot minder criminaliteit. Vervolgens zijn we nagegaan of het ook nog uitmaakt of iemand langere tijd aaneengesloten werkt.

Uit ons onderzoek blijkt dat voor zowel mannen als vrouwen werk een effect heeft: wanneer iemand werkt, wordt de kans op criminaliteit aanzienlijk lager. Dit betekent dat dus zelfs voor hoogrisico jongeren werk van invloed kan zijn op hun criminele gedrag.

Verder blijkt dat alleen voor mannen langere tijd aaneengesloten werken een extra effect heeft op criminaliteit. De kans op criminaliteit wordt kleiner als mannen langer werken. Voor vrouwen blijkt het niet uit te maken of ze voor een langere periode aaneengesloten werken.

Maar waarom?

Werk blijkt dus crimineel gedrag te kunnen verminderen. Maar kunnen we ook iets zeggen over waarom werk van invloed is op criminaliteit?

Aangezien het hebben van werk leidt tot minder criminaliteit, lijkt het erop dat er onmiddellijke effecten van werk een rol spelen bij het verminderen van crimineel gedrag. Dit wordt ook verondersteld in verschillende criminologische theorieën. Zo zou het inkomen dat iemand verdient met werken een aanleiding kunnen zijn om niet meer te gaan stelen. Werk zou echter meer kunnen zijn dan alleen een bron van inkomsten. Werk structureert het dagelijks leven. Iemand die de hele dag werkt, heeft immers minder tijd en gelegenheid voor het plegen van criminaliteit. Als je werkt, ben je ‘van de straat’. Daar komt bij dat baas en collega’s een oogje in het zeil houden, waardoor iemand ook minder snel iets zal doen wat niet mag.

Daarnaast blijkt voor mannen (niet voor vrouwen) ook het behouden van werk van belang. Dit wijst erop dat voor mannen niet alleen onmiddellijke effecten van werk, maar ook meer langetermijneffecten een rol spelen hij het verminderen van criminaliteit. Ook dit sluit aan bij een criminologische theorie, die stelt dat wanneer iemand een tijdje ergens werkt, hij zich nuttig, gewaardeerd en verantwoordelijk gaat voelen. Naarmate iemand langer werkt, heeft hij het gevoel iets opgebouwd te hebben. Dat zal hij waarschijnlijk niet zomaar op het spel zetten door delicten te plegen en het risico te lopen om misschien wel gearresteerd te worden. Zo gaat iemand steeds meer een ‘normaal’ in plaats van een ‘crimineel’ leven leiden.

En nu?

Werk kan eenmaal volwassen probleemjongeren dus op het rechte pad brengen. Maar welke van de hierboven genoemde verklaringen het belangrijkste is, en welke mensen het meeste profijt van werk kunnen hebben, is op basis van dit onderzoek niet goed vast te stellen. Daarom zullen we verder onderzoek doen naar de relatie tussen werk en criminaliteit.

Meer kennis over de precieze invloed van werk op criminaliteit is erg belangrijk voor de praktijk. De overheid kan namelijk relatief gemakkelijk een crimineel aan een baan helpen. Bij andere factoren die van invloed zijn op criminaliteit, zoals het krijgen van een serieuze relatie, ligt dat een stuk moeilijker. De overheid kan immers niet zomaar een partner aan iemand toewijzen. Werk leent zich er dus veel beter voor om mensen uit de criminaliteit te helpen. Beleid gericht op het aan het werk krijgen en houden van hoogrisico jongeren kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van of geheel stoppen van hun criminele gedrag.

Bron

Verbruggen, J., Blokland, A. & Van der Geest, V. (2011). Werk, werkduur en criminaliteit. Effecten van werk en werkduur op criminaliteit in een hoogrisicogroep mannen en vrouwen van 18 tot 32 jaar. Tijdschrift voor Criminologie, 53(2), 116-139.

Janna Verbruggen is promovendus bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Zij voerde dit onderzoek samen met Arjan Blokland (NSCR en Universiteit Leiden) en Victor van der Geest (Vrije Universiteit en NSCR) uit.

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 september 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.